Mag je bouwen voor een dictatuur?

Architecten zijn afhankelijk van machthebbers, want die hebben het geld om mee te bouwen. Heb je als architect een ethische verantwoordelijkheid om megalomane opdrachten te weigeren van dictators – of van criminelen in de vastgoedwereld?

Mag je ontwerpen voor een dictatuur? Daar had architect Rem Koolhaas naar eigen zeggen goed over nagedacht, toen hij de opdracht aanvaardde om voor de Chinese staatstelevisie – de propagandamachine bij uitstek van een repressief regime – een nieuw hoofdkwartier in Peking te ontwerpen. Zijn inschatting was dat er allerlei signalen waren dat het de goede kant opging met China.

Ook had hij de ambitie bespeurd om van de staatstelevisiezender een BBC-achtige organisatie te maken, verklaarde hij destijds in Trouw. „Maar als je me vraagt of ik met dit gebouw het proces van democratisering positief kan beïnvloeden, zeg ik heel eerlijk: marginaal.” Ook gaf de architect toe dat hij zich zou kunnen vergissen. En dat zou hij ’rampzalig’ vinden.

Inmiddels nadert het gebouw voor de Chinese staatstelevisie zijn voltooiing. Bij de opening van de Olympische Spelen, in augustus, moet het grootste tv-station ter wereld klaar zijn. Rem Koolhaas staat – alle recente berichten ten spijt over de onderdrukking van Tibet – nog steeds achter zijn inschatting dat het de goede kant uitgaat met de democratisering in China, laat hij via een woordvoerder weten. Maar volgens architect Herman Hertzberger zit hij ernaast en zal het gebouw van Koolhaas, alleen al door zijn ’rare en buitenissige vorm’, de geschiedenis ingaan als een symbool van foute machthebbers. Hertzberger: „Architecten staan toch altijd al aan de kant van de machthebbers, omdat die het geld hebben. Dat vraagt een kritische en principiële houding. Iedereen moet zelf bepalen waar de grens ligt, maar ik ben daar radicaal in en heb ook opdrachten geweigerd.”

Architecten willen van nature bouwen, maar wat als de opdrachtgever een schurk is, of als het gaat om een project waarvoor een complete woonwijk gesloopt wordt zonder enige tegemoetkoming naar de armlastige bewoners?

Over de ethische grenzen van het vak is over het algemeen weinig discussie in de Nederlandse architectenwereld. Te weinig, naar de smaak van Wytze Patijn, architect en voormalig rijksbouwmeester. Toen hij bijna twee jaar geleden aantrad als decaan van de bouwfaculteit van de TU Delft was één van zijn eerste voornemens om tijdens de studie ook aandacht te besteden aan ethische kwesties. „Inmiddels krijgen alle eerstejaarsstudenten colleges ethiek. We hebben daarvoor een paar filosofen aangetrokken.”

Architecten moeten zich, aldus Patijn, ervan bewust zijn dat ze per definitie ’gelinkt’ zijn aan de macht. „Het gaat niet alleen om grote projecten als dat van Koolhaas voor een fout regime. Ook bij de bouw van een stadhuis of een gevangenis begeef je je als architect in een politiek krachtenveld. Daarin kun je je niet naïef opstellen of cynisch worden. Politieke naïviteit vind ik persoonlijk erg gevaarlijk voor architecten.”

Bij opdrachten van omstreden machthebbers, zoals de bouw van het hoofdkwartier van de staatstelevisie in China, is voor Patijn een belangrijke richtlijn of Nederland een diplomatieke (handels)relatie onderhoudt met het betrokken land. „Als die er niet is, dan moet je als architect nee zeggen. Voor de junta van Burma zou ik pertinent niet bouwen. In het geval van China, waarmee we handel drijven en een relatie onderhouden, heb ik geen problemen met een tv-station, omdat dat ook voor goede doeleinden kan worden ingezet. Maar als het gaat om een gevangenis moet je aarzelen.” Zelf is Patijn nooit voor zulke lastige dilemma’s geplaatst. „Maar ik stel mezelf wel eens de vraag wat ik zou doen als ik gevraagd zou worden voor een bepaald project. Wat ik zou hebben geweigerd, is een plan ontwerpen voor Nieuw Crooswijk in Rotterdam, waar ze een hele buurt aan het slopen zijn en mensen tegen hun zin weg moesten.”

Herman Hertzberger kreeg ooit de vraag of hij een grote gevangenis wilde ontwerpen, wat een eervolle opdracht was voor de jonge architect die hij toen nog was. Toen Hertzberger het programma van eisen zag, druiste dat zo in tegen zijn ideeën over hoe mensen in de gevangenis moeten worden voorbereid op een terugkeer in de samenleving, dat hij de opdracht teruggaf. „De rijksbouwmeester was zwaar beledigd.” Hertzberger heeft er geen problemen mee dat de Olympische Spelen in China worden gehouden, omdat alleen daardoor al de mensenrechten ter discussie worden gesteld. Het ontwerpen van een sportgebouw voor de Spelen dat na afloop de bevolking ten goede komt, vindt hij ook wat anders dan een gebouw voor de ’propagandamachinerie’ van de machthebbers.

Voor machthebbers is architectuur van oudsher één van de duurzaamste manieren om een stempel op de geschiedenis te drukken, concludeert de Britse architectuurcriticus Deyan Sudjic in zijn boek ’De macht van het bouwen’. Hitler is natuurlijk één van de bekendste voorbeelden, met Albert Speer als zijn architect. Le Corbusier bouwde voor Stalin en Mies van der Rohe deed mee aan prijsvragen van de nazi’s. Bouwen deed hij uiteindelijk niet, omdat de nazi’s niet gecharmeerd waren van zijn minimalistische ontwerpen.

Maar ook democratisch gekozen leiders zijn niet wars van megalomane gebouwen, zoals menig wethouder in Nederland graag een stempel op zijn stad achterlaat in de vorm van een ’icoon’. Volgens Sudjic is het nooit een probleem om architecten te vinden die tot meerdere eer en glorie van de dictatoren willen bouwen. Het zit nu eenmaal in de aard van de architect om te bouwen en daarbij is hij overgeleverd aan degenen die macht en geld hebben, is de verklaring van Sudjic voor de ’politieke naïviteit’ van architecten.

Daniel Libeskind, een Amerikaanse architect van Poolse origine (zoon van Holocaust-overlevenden), riep eerder dit jaar collega-architecten op nog eens goed na te denken over het al dan niet bouwen in landen als China met een ondemocratisch bestuur. Architect Erick van Egeraat mengde zich toen ook in die discussie. Iedereen is het erover eens dat de toestanden in Tibet onacceptabel zijn, maar in elk land gebeuren volgens Van Egeraat dingen die niet door de beugel kunnen. „Ik vind het hypocriet om vanuit Nederland te roepen dat architecten China moeten boycotten. Persoonlijk zou ik daar geen gevangenis willen ontwerpen, maar ik zou ook geen zaken doen met sommige figuren uit de Nederlandse vastgoedwereld. Ik vind dat iedereen zelf zijn grenzen moet bepalen. En voor mezelf kan ik alles verantwoorden wat ik doe.”

Van Egeraat werkt veel in het voormalig Oostblok en zit ook wel eens met de Russische regeringsleider Poetin aan tafel. Recent heeft hij een eilandengroep ontworpen, Federation Island, die in de Zwarte Zee komt te liggen en zal worden gebruikt bij de Olympische Winterspelen in 2014 in het Russische Sotsji. Daar worden hem regelmatig kritische vragen over gesteld, maar Van Egeraat vindt dat de macht van architectuur wordt overschat. „Architectuur kan inderdaad worden gebruikt door de machthebbers om hun ideologie te promoten, maar dat maakt de architect of de stenen waarmee hij bouwt niet slecht.” Van Egeraat vindt de oproep van Libeskind overigens rijkelijk laat, gelet op de bouwexplosie die al jaren aan gang is in China. „Ik vind het ook nogal hypocriet dat Libeskind niet in China wil werken, maar wel in Hongkong, met als argument dat de situatie in Hongkong vele malen democratischer is dan in de rest van China.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden