Column

Mag ik alsjeblieft zelf bepalen wie of wat ik ben?

Beeld Maartje Geels

Nederlanders delen meer dan ze denken. Dat bleek toen ik ooit met een vriendin in de richting van de Grote Bazaar in Istanbul liep in de stellige overtuiging dat wij met onze donkere haren echt wel voor Turkse vrouwen konden doorgaan. 

Nog voor we de overdekte markthal binnen waren, kregen we ‘kijken, kijken, niet kopen’ toegeroepen, verwijzend naar het gedrag waarmee Nederlanders nu eenmaal worden geassocieerd - in mijn geval volkomen terecht, wat nog niet wil zeggen dat alle Nederlanders zo krenterig zijn, je moet nooit generaliseren.

Maar waaraan de verkopers ons herkenden, dat bleef me een raadsel. Was het onze houding? Onze oogopslag? Onze kleren dan? We hadden toch niet de afritsbroek en het praktische fleece-vest aan, waaraan ik zelf de Nederlandse en haar echtgenoot van verre herken. Ik droeg een zijden sjaaltje.

Opnieuw een mysterie

Een paar jaar later overkwam me in het British Museum net zoiets, maar nu herkende ik zélf de Nederlander, of eigenlijk Nederlandsé. Waaraan bleef opnieuw een mysterie. Voor de afdeling met Assyrische reliëfs viel mijn oog op een vrouw die ik zó onmiddellijk herkende als landgenote, dat mijn brein pas daarná registreerde dat ze een hoofddoekje om had! Dat vond ik wel een kleine overwinning op het idee dat Nederlanders moslims nooit als echte, gewone Nederlanders zullen beschouwen.

Wat maakte haar zo onmiskenbaar Nederlands - of misschien ook wel Amsterdams? Haar vrijmoedige oogopslag? Een gebrek aan damesachtigheid? Helemaal definiëren kon ik het niet. Al vermoedde ik dat ze net als ik haar handschoenen kocht bij de Hema. Misschien keek ze net als ik ook wel naar ‘Heel Holland Bakt’ - een programma dat wel naar de winter mag verhuizen, omdat niets zo kerstig en verbroederend werkt als taarten bakken - een activiteit waarbij je nooit gevraagd wordt welke overtuigingen je precies aanhangt of welke opleiding je hebt genoten, maar alleen of je in staat bent de ideale banketletter te produceren en of je tegen je verlies kunt: kortom de ideale maatschappij in het klein.

Ontsnappen

Niet dat ik meteen een praatje wilde maken. In den vreemde wil je juist ontsnappen aan je Nederlandse identiteit. En dat des te meer omdat die identiteit, zoals het SCP laatst maar weer eens bevestigde, heel wat dwingender is dan alle alarmisme over de ondergang van onze cultuur doet vermoeden. Natuurlijk maken we ons steeds minder druk over immigratie, want we zien het met eigen ogen: als je maar lang genoeg hier woont, word je onherroepelijk aangestoken door Nederlandse gewoonten. Dan koop je een stadsfiets. Of je eet een boterham met kaas. Of je gaat de monarchie iets raars vinden, maar niks om je druk over te maken, want die Willem-Alexander is eigenlijk best aardig. Of je koopt je kinderkleding bij de Hema.

Nee, aan de herkenbaarheid van de Nederlander af te lezen, delen we meer dan we denken. We zijn kuddedieren die met z’n allen één kant oprennen - een paar verloren schapen daargelaten. Als we echt zo trots zijn op onze joods-christelijke cultuur, waarover dit jaar zoveel te doen was, dan zouden we natuurlijk naar die verloren schapen moeten omkijken en niet voortdurend benadrukken wat de kudde bijeenhoudt.

Zelfs kuddedieren kunnen er trouwens kriegelig van worden als ze worden vastgepind op een natoniale identiteit. Ik typisch Nederlands? Alleen maar omdat ik hier toevallig ben geboren? Omdat ik eruitzie als een Nederlandse? Mag ik alsjeblieft zelf bepalen wie of wat ik ben?

Leonie Breebaart onderzoekt in haar column de actualiteit op filosofische wijze. Lees hier meer columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden