Mag het een onsje minder zijn?

Duurzame menu's zijn onmisbaar in het tegengaan van klimaatverandering, zo blijkt uit onderzoek. Politici voelen er echter weinig voor dit aan te pakken.

Eten is de meest vervuilende activiteit van de mens. Het telen, opslaan, vervoeren, kopen, koken, opeten en wegwerken van miljarden dagelijkse maaltijden dragen gezamenlijk het meest bij aan de opwarming van de aarde. Dan blijft het vreemd dat bij al de klimaatconferenties die de laatste decennia zijn gehouden landbouw en voeding nauwelijks op de agenda hebben gestaan.

De zaterdag afgelopen klimaattop in Lima blijft braaf in die traditie. Er is amper over de gevolgen van landbouw en voeding gerept. Dat geldt zowel voor de politici en ambtenaren als voor de milieuorganisaties die ook in de Peruaanse hoofdstad weer in ruime mate aanwezig waren. Zelfs een recent gepubliceerd en uitgebreid besproken boek van de activiste Naomi Klein over klimaatverandering focust bijna geheel op de noodzaak om zo snel mogelijk te stoppen met de winning en het gebruik van fossiele brandstoffen.

Dat is natuurlijk niet verkeerd, stelt de Britse denktank Chatham House, in de onlangs verschenen studie 'Livestock - Climate Change's Forgotten Sector'. "Je ziet dat overheden, in de aanloop naar de grote klimaatconferentie in Parijs volgend jaar, al bezig zijn met het nemen van de eerste maatregelen", schrijft Rob Bailey, de eerste auteur van de studie in een toelichting. China en de VS hebben als grootste vervuilers inmiddels afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot terug te dringen. De EU draagt ook haar steentje bij met de belofte dat in 2030 de CO2-uitstoot met 40 procent is teruggedrongen ten opzichte van de situatie in 1990. "Maar er blijft een gat. En dat is een groot gat."

Bailey doelt op de veeteelt. Onze honger naar vlees, zuivel en eieren is niet te stillen. Het houden van landbouwhuisdieren is inmiddels goed voor 14,5 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dat is meer dan alle auto's, treinen, vliegtuigen en boten in de wereld gezamenlijk uitbraken, vermeldt de studie. En zelfs meer dan de uitstoot van 's werelds grootste economie, de VS. Als je de opwarming van de aarde binnen de internationaal afgesproken 2 graden wilt houden, dan kun je de groeiende consumptie van vlees, zuivel en eieren niet meer negeren. Dat de wereld er desondanks weinig aan doet, is daarom opvallend, aldus Bailey.

undefined

Meer vlees

De Chatham-Housestudie laat zien wat er in 2050 gebeurt bij business as usual. Er zijn dan nog eens 2,5 miljard meer mensen op de wereld. Die zullen bovendien welvarender zijn en meer vlees in hun menu opnemen. Tegen die tijd zal de vraag naar vlees en zuivel, gerekend vanaf 2006, met respectievelijk 76 en 65 procent zijn toegenomen. De uitstoot van methaan (CH4) en lachgas (N2O), zeer krachtige broeikasgassen die vooral door de veeteelt in de lucht komen, zal daarmee verdubbelen.

Als dat gebeurt, dan soupeert het landbouw- en voedingscomplex het volledige tegoed op dat de wereld nog aan broeikasgassen mag uitstoten zonder in problemen te raken, zo haalt Chatham House twee andere recente - peer reviewed - studies aan. Dat betekent dat alle andere sectoren, waaronder de energie- en de transportsector, totaal niets meer mogen uitstoten. Dat is ondenkbaar, schrijft Chatham House. "De trends om almaar meer vlees en zuivel te consumeren zijn onverenigbaar met de doelstelling de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden", zo concludeert onderzoeker Rob Bailey in zijn toelichting.

Om deze stelling nog verder te onderbouwen rekent de studie voor dat de productie van een kilo dierlijk eiwit 150 maal meer broeikasgassen oplevert dan de productie van een kilo plantaardige eiwit van een veelgebruikt product als soja. Ook voor de minder vervuilende vleessoorten als varken en kip is de uitstoot toch nog 20 tot 25 keer groter dan die van soja. Dus ook een verschuiving binnen de vleesconsumptie van rund naar varken of kip is niet geheel zonder zorgen.

Zoekend naar oplossingen ligt een blik op de productie van vlees en zuivel voor de hand. Met aanpassingen in voeding waardoor koeien minder boeren en scheten laten (en zo minder broeikasgas uitstoten), beter management van het land en betere mestopslag is een aanzienlijk verminderde uitstoot te bereiken. In navolging van het jongste rapport van het klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) zegt Chatham House echter dat aan de vraagkant meer te bereiken is. En daarvoor is geen radicale stap richting vegetarisme nodig. Als wordt uitgegaan van een dagelijkse consumptie van 90 gram vlees - door Harvard-studies als passend in een gezond dieet beschouwd - dan is de winst in uitstootreductie nog 40 procent hoger dan die aan de productiekant.

Als duurzame menu's zo onmisbaar blijken in de bestrijding van klimaatverandering, hoe komt het dan dat bijna geen beleidsmaker zich daar druk om maakt, zo vragen Bailey en zijn medeauteurs zich af. Hier gaan ze hun gezond verstand gebruiken, omdat er amper onderzoek is gedaan op dit vlak. Zij vermoeden dat voor politici het veranderen van menu's - en dus gedragsverandering - een te complexe zaak is. Bovendien wil geen politicus in dit tijdsgewricht zijn handen branden aan ingrijpen in wat zij beschouwen als persoonlijke levenssfeer. Doen ze dat wel, dan krijgen ze met verkiezingen het lid op de neus. Dat geldt met name in ontwikkelde markteconomieën waar de vrije keuze van het individu hoog in het vaandel staat.

undefined

Geen onderzoek

Die politieke afzijdigheid heeft als gevolg dat het gewone publiek doorgaans geen idee heeft van de samenhang tussen menukeuzes en klimaatverandering. Dit gebrek aan bewustzijn leidt er tevens toe dat er geen onderzoek wordt gedaan naar hoe een milieuvriendelijk menu - zonder al te veel vlees en zuivel - kan worden bereikt, zo schrijft Bailey. Daarmee blijft dit probleem onder de pet. Het publiek is zich er niet van bewust en de politiek blijft er liever vanaf.

Om een begin te maken met onderzoek heeft Chatham House een enquête laten uitvoeren onder consumenten in de twaalf grootste economieën. Die bevestigt het geschetste beeld van gebrek aan bewustzijn. Gevraagd naar welke sector het meeste bijdraagt aan klimaatverandering staan landbouw en voeding in alle landen onderaan. Er worden ook zaken behoorlijk overschat, zoals ontbossing, afvalverwerking en verwarming/verkoeling van gebouwen.

Wat opvalt in het onderzoek is dat de bereidheid om andere keuzes te maken vanwege klimaatverandering het hoogst is in landen als China en Brazilië, waar de vraag naar energie, transport en dus ook vlees en zuivel het hardst zal groeien. Consumenten in landen als de VS, Groot-Brittannië en Japan, waar de vraag naar klimaatbelastende producten al hoog is, zijn minder bereid andere keuzes onder ogen te zien.

Bailey voegt daar in zijn toelichting nog aan toe dat bij consumenten met een hoger bewustzijn van hun keuzes eerder de bereidheid aanwezig blijkt om hun menu aan te passen dan bij consumenten die zich dat nog niet bewust zijn. "Wil je gedrag dus veranderen, dan moet je het bewustzijn verhogen. Dat zal niet makkelijk zijn en er is niet één blauwdruk voor. Verschillende omstandigheden vragen om een verschillende aanpak. Wel lijkt duidelijk dat het een gezamenlijke inspanning moet zijn. Het kan niet worden overgelaten aan de marketingafdelingen van bedrijven. Overheden en burgers moeten een rol krijgen", aldus de Chatham House-onderzoeker.

Livestock - Climate Change's Forgotten Sector is te downloaden op www.chathamhouse.org

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden