Mag de soortenjager de sneeuwuil van de Maasvlakte tellen of niet?

ROTTERDAM - Het liefst zit zij maar een beetje om zich heen te kijken, de uiterst zeldzame sneeuwuil, die zondagmiddag op de Maasvlakte werd ontdekt. Pas voor de tiende keer deze eeuw is deze grote uil uit het hoge noorden in ons land terechtgekomen.

Vanaf een heuveltje of een dijk bekijkt zij haar omgeving. Er ontgaat de grote vogel weinig, wat blijkt uit de resolute kopbewegingen waarmee hij opdringerige eksters en overvliegende helikopters en vliegtuigen volgt. Zelf weet hij zich intussen behalve door eksters en meeuwen bespied door honderden vogelaars, die nu eindelijk de kans krijgen om deze zeer zeldzame gast in ons land te observeren. Want de laatste 'te scoren' sneeuwuil was al weer in 1981.

De meest nabijgelegen broedgebieden van Nyctea scandiaca bevinden zich in Noord-Scandinavie. Ook op het Schotse Shetlandeiland Fetlar hebben sneeuwuilen gebroed, van juni 1967 tot 1975. Het mannetje van dat paar had echter de onhebbelijke gewoonte zijn zonen het gebied uit te jagen zodat, toen hij doodging, geen mannelijke opvolgers voorhanden waren. Het paar kreeg twintig nakomelingen; eieren die een van zijn dochters na een avontuurtje met haar vader legde, kwamen nooit uit.

Nog steeds zijn de Schotten het er niet helemaal over eens of zij 'verse' mannetjes moeten importeren, om de Zetse woord klopt populatie nieuw leven in te blazen. Een mannetje dat in 1989 - na verzorgd te zijn in een opvangcentrale - werd losgelaten op het voormalige broedeiland, bedacht zich niet lang, en vluchtte voor de 'Weduwen van Fetlar'.

Over de herkomst van de vogel van de Maasvlakte lopen de meningen ietwat uiteen. De meeste vogelaars denken aan een echt wilde, rondzwervende jonge vogel. Maar volgens de Duitse ornitholoog Peter Barthel vliegen er nogal wat uit Duitse roofvogelparken ontsnapte sneeuwuilen rond, die ook in Nederland terecht kunnen komen. Deze vogels hebben meestal een riempje of een speciale ring aan hun poot. Geen van de vogelaars heeft tot nog toe een riempje of een ring kunnen ontwaren. "Gelukkig niet" , aldus een van hen, "want dan mag hij niet op mijn lijst" . Want uitsluitend echt wilde vogels mag een soortenjager meetellen op zijn lifelist.

De sneeuwuil kan ook nog shipassisted zijn. Dat houdt in dat hij aan boord van een schip is neergestreken en vervolgens de tocht, van bijvoorbeeld Canada (waar ook sneeuwuilen voorkomen), naar Nederland heeft gemaakt. Zou dat bevestigd worden, dan mogen de soortenjagers de sneeuwuil ook niet tellen.

Dat vermoeide vogels op een schip neerstrijken en een eind meevaren naar normaal gesproken moeilijk of onmogelijk te bereiken oorden, is niet heel ongebruikelijk. Een van de aardigste voorbeelden ervan is de Snowy Sheathbill: een soort witte zuidpoolkip. Deze zeer opvallende antarctische vogel - naar verluidt met de kop van een dodo, de klauwen van een roofvogel, de vleugels van een koereiger, en het vliegvermogen van een fazant - kwam na de Falkland-oorlog op een thuisvarend Brits fregat terecht. Hij werd het troeteldier van de bemanning, bedelde werkelijk alles wat op voedsel leek bij elkaar en overnachtte de laatste dagen van zijn 13 000 kilometer lange verblijf aan boord zelfs in een braadpan. Uiteindelijk kwam hij levend en wel in Engeland aan, waar hij het liefst op een pakhuis zat of deftig, met luid-tikkende teennagels over de kade heen en weer liep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden