Review

Madame Bovary in Manhattan

Weinig romans werden de afgelopen jaren zo'n eclatant verkoopsucces als Candace Bushnells 'Sex and the City'. Kennelijk lezen we graag over 'postfeministische' Newyorkse wannabees die op rijke, beroemde mannen jagen. Maar had deze chicklit geen scherpere voorganger: de bratpackers van de jaren tachtig, die het stadse nihilisme genadeloos doorlichtten? Tama Janowitz, bratpacker van het eerste uur, schreef een nieuwe roman, waarin de heldin de 50 jaar bereikt, en daarmee heeft afgedaan. ,,Haar ondergang is een tragedie en niet het gevolg van een wellicht te ambiëren, opwindende levensstijl.''

Geld, coke en roem. Dat waren in de jaren tachtig de brandstoffen voor de young and restless in New York. Toen Andy Warhols fifteen minutes of fame nog niet voor iedereen was weggelegd, maar wel voor hen die in zijn buurt verkeerden. Onder anderen schrijfster Tama Janowitz. Ze schuimde met Warhol en Debbie Harry de nachtclubs en galeries van New York af. Ze deed mee aan zijn dolle blind date party's en werd dan door vriendinnen voorzien van een gepaste cocktailjurk. Ze leefde lange tijd met Ronnie Cutrone, hiphop kunstenaar uit Warhols 'Factory' die later beroemd zou worden met zijn schilderijen van striphelden: Pink Panther, Woody Woodpecker, Mickey Mouse. Ondertussen observeerde ze de performance-artiesten, kunsthandelaars, schilders en andere wannabees uit de Newyorkse kunstscene. Cutrone's borst was een goede plek om hun onthechte wereldje van intriges, jaloezie en ruzies, tegen het licht te houden. Niemand die tenslotte veel aandacht schonk aan de vriendin van de kunstenaar die er al aardig wat aan zijn borst had gehad. Tot een verhaal van Janowitz door The New Yorker werd geaccepteerd, 'Slaves of New York' verscheen, en de schrijfster zelf de nieuwste cult-hit werd. Al snel werd Janowitz geroemd als de vrouwelijke stem van de bratpack-generatie. Even monter als Jay McInerney in zijn moderne klassieker 'Bright Lights, Big City' beschreef Janowitz in 'Slaves of New York' de levens van de rustelozen van de nacht in eighties-New York. Het afmattende bestaan waarbij men zich 's nachts te buiten ging aan coke en seks, overdag reikte naar onsterfelijke roem, terwijl er ondertussen dankzij coke-verslaving dan wel onvoldoende artistiek talent niet eens genoeg geld was voor een lunch laat staan voor de hoge huur van een appartement in Manhattan.

Anders dan de mannelijke bratpackers McInerney en Easton Ellis schreef Janowitz ook over de vrouwen in de kunstenaarskringen in Soho en de Lower East Side, veelal onzekere types, decorstukken die droomden van een bestaan als model of actrice maar ondertussen bleven kleven aan een man, vanwege de huur of vanwege de liefde. Ze koken, wassen en wachten en werden door Janowitz in interviews de echte slaven van New York genoemd. Niet in staat zich de big city glamour te ontzeggen ondanks de niet bepaald glamoureuze voorwaarden.

Na 'Slaves of New York' was schrijfster Janowitz zelf niet meer veroordeeld tot zo'n marginaal bestaan, maar stond ze midden op het podium. Ze trad op in alle Amerikaanse talkshows. Prees in het hippe Vanity Fair Amaretto di Saronno aan en maakte met Warhol en Blondie een videoclip (de eerste literatuur-promotieclip). Janowitz was een welkome verschijning in de society-columns, bij expositie-openingen, theatervoorstellingen. Wild getoupeerd eighties-haar, rode lippen en een bonte uitdossing. Een van de eerste schrijfsters wier imago haar boeken vooruitsnelde.

Die Janowitz-hype speelde al bijna twintig jaar geleden, maar als je 'Slaves of New York' nu leest is het boek verrassend sterk verwant aan wat er dezer dagen uit Newyorkse kringen tot ons komt. De onstuitbaar populaire chicklit en dan wel in de zelfverzekerder Amerikaanse variant, met voormalig columniste Candace Bushnell als toonaangevend boegbeeld. Nu meer nog dan in de jaren tachtig zijn seks en roem, in mindere mate coke maar in meerdere mate Prada-truitjes, de brandstoffen van de nog hippere Newyorkse vrouwen die we kennen uit de boeken van Bushnell, een schrijfster die je in imago en aanzien sowieso wel de opvolgster van Janowitz zou kunnen noemen. Groot afgebeeld op de achterflap, een geliefde gast in talkshows en een vrouw die leeft waar ze over schrijft. In 'Sex and the City' en 'Trading Up', vertaald als 'Hogerop', laat ze haar hoofdpersonen straten en clubs van New York afschuimen in een opeenvolging van one-night stands op zoek naar de betere geliefde.

Tekenend is wel dat niet langer de kunstenaarskringen maar de entertainment-industrie en de modellenwereld de achtergrond zijn waartegen bijvoorbeeld de lotgevallen van lingeriemodel Janey Wilcox zich afspelen in Bushnells afgelopen jaar verschenen 'Trading Up'. Niet langer wordt de hang naar roem en rijkdom nog verborgen achter een artistiek ideaal, nee, het is gewoon wat het is: hang naar roem en rijkdom. Zoals in een vergelijking tussen beide 'sleutelromans' uit verschillende periodes alles wel een overtreffende trap lijkt. De arme Eleanor Silvermann in 'Slaves of New York' wijkt in levenskeuzes niet zoveel af van Candace Bushnells Janey Wilcox, die in 'Trading Up' seks en schoonheid ruilt voor een bestaan hoger op de modellenladder. Alleen Janowitz' toon is anders dan die van Bushnell. Hoewel beide schrijfsters zich verre houden van moralisme klinkt onder Janowitz' scherpe pen meewarigheid om de naïviteit en afhankelijkheid van Eleanor, terwijl Bushnell eerder stoer klinkt.

Er schuilt kil cynisme in de wijze waarop Bushnell in 'Trading Up' Janey Wilcox' manipulatieve overlevingsmechanismes kenschetst als postfeministische dadendrang. Best droevig is het dat het lingeriemodel seks inzet om haar doel te bereiken maar zelf alleen nog maar wellustig raakt van haar eigen beeltenis op een tijdschriften-cover, van een nieuw Prada-truitje of waanzinnig nauwsluitende hoge laarzen. Bushnell wandelt er niettemin luchthartig overheen alsof er geen grote leegte loert aan de rand van de catwalk. De net 33-jarige Wilcox is vooralsnog een survivor, die aan het slot dan wel de risee is geworden van de beau monde in New York maar voor wie een nieuw en succesvoller leven lonkt aan de andere kant van Amerika, in het nog glamoureuzere Hollywood.

Candace Bushnell had afgelopen herfst voor 'Hogerop' een voortvarende promotietoer in Nederland, maar of die zo'n groot succes zal blijken als 'Sex and the City' is nog maar de vraag. De volharding waarmee Wilcox zich omhoog neukt, haar blinde ambitie, het is allemaal net wat grimmiger dan de seksuele en ook nog best romantische fantasieën van de goedgebekte vrouwen van 'Sex and the city'. Waar zij vrolijk voortrazen over goede en betere minnaars maakt Janey vuile handen. Bushnell verdedigde haar hoofdpersoon als 'gewoon een meisje dat graag ergens bij wil horen' en predikt enthousiaste luchthartigheid, maar kan niet voorkomen dat je het boek met ambivalente gevoelens weer dichtslaat. Voor het 'lippenstift-feminisme' van de sex and the city-dames zit Janey te veel gevangen in oude definities en spelregels. Wat misschien meer zegt over de jetset in New York dan over schrijfster Bushnell, maar voor scherpe cultuurkritiek heeft 'Hogerop' weer te veel weg van een te grote zak chips.

Dat gaat bij Janowitz, in stijl trouwens verreweg de betere schrijfster, anders. Na 'Slaves of New York' volgden verschillende romans die min of meer voortborduurden op de cynisch vrolijke geschiedenissen van de slaven van New York. Haar voorlaatste roman 'A Certain Age' (1999) ging over Florence Collins, beeldschoon, baantje in een veilinghuis, wat geld op de bank, maar in het begin van de roman toch in paniek want al 32 en nog zonder man. De roman werd Janowitz' eerste grote Amerikaanse succes na 'Slaves of New York' en werd vanwege Florence' mannenjacht al gauw vergeleken met 'Bridget Jones'. Een vergelijking die ook weer werd bestreden omdat Florence anders dan Bridget niet meisjesachtig aarzelt en piekert maar keihard is in haar competitie met andere vrouwen om de man met de beste vooruitzichten. 'A Certain Age' was geen wij-boek maar een zij-boek, iets wat Janowitz altijd al meer ambieerde, getuige ook haar zelfverklaarde ambitie de Jane Austen van haar tijd te willen zijn.

En dan verschijnt nu 'Peyton Amberg'. Een mooi en ook welkom boek in haar ontnuchterende commentaar op het lot van vrouwen die hun identiteit ontlenen aan de verlangens van anderen. In 'Peyton Amberg' beschrijft Janowitz de droevige lotgevallen van Peyton Amberg, geboren Sheadle, vijftig jaar oud al, 'een akelig lot waarvan ze niet had gedacht dat het haar ooit zou overkomen'. Peyton is twintig jaar getrouwd met de redelijk rijke, maar saaie tandarts Barry, over wie ze al tijdens de huwelijksreis bedenkt dat er nog maar 50 jaar resten voordat ze door zijn dood weer van hem verlost zal zijn. Nog geen vier bladzijden is het boek onderweg of we vinden Peyton terug boven een wastafel in een smoezelig hotel in Antwerpen. De wasbak vol met spikkels, rode korsten en zwarte stippen. Luizen. Niet van het hotel maar van Peyton. Ooit de sexy princess van Barry en nu in Antwerpen beland na door een te oude Braziliaanse minnaar gedumpt te zijn in Milaan en door haar criminele oosterse minnaar in elkaar te zijn geslagen.

Dat mag niet baten want Peyton blijft op zoek. Gewond en wel, bloedend, met luizen. Als ze in een arbeiderscafé in de stationsbuurt een omelet eet en koffie drinkt om bij te komen, ziet ze buiten een zwerver. Een verbluffend mooie man, blijkt als hij zich opricht. ,,Alsof er een schoolvoorbeeld van een vooroorlogse jonge ariër, op pad door de bergen van Beieren, ineens tot leven was gekomen - veel knapper dan welke acteur ook; bij hem vergeleken waren filmsterren of fotomodellen zwakke imitaties van wat overduidelijk een echte God was.'' Ze heeft geen idee hoe ze zonder hem voort zou kunnen. Peyton achtervolgt hem door de Antwerpse straten tot hij zich geïrriteerd omkeert en vraagt wat ze van hem wil. Als hij haar wellust aanvoelt, bekijkt hij haar vol minachting: ,,U bent nog ouder dan mijn moeder!'', zegt hij, ,,mevrouw, u moet wel 50 zijn.''

Die ondergang ver van huis vormt de opmaat voor een terugblik op Peytons leven. Arme Peyton Amberg. Niet blond, niet slim, wel mooi. Op haar twintigste op zoek naar liefde, huwelijk, ontsnapping aan armoede en schizofrene moeder; na bijna dertig jaar verveling alleen nog maar voortgedreven door de jacht op mannen van wie meteen duidelijk is dat ze niet zullen blijven. Voor Peyton Amberg geen Hollywood als ontsnapping. ,,Wanneer was het begonnen dat vrouwen de rol van mannen hadden overgenomen'', verzucht ze op de laatste pagina. Haar bestaan is verworden tot een lange rij platvloerse nummertjes, noteert ze. De montere meewarigheid van Janowitz' 'Slaves of New York' heeft zo bijna twintig jaar later plaatsgemaakt voor onomwonden droefenis, hoe laconiek opgeschreven ook. Madame Bovary in Manhattan. Hunkeren, jagen en dan in Antwerpen gedumpt worden. De straf komt na de zonde, en voor de lezer komt de verlossing pas op het moment dat het boek weer kan worden dichtgeslagen.

Janowitz onderscheidt zich positief van Bushnell door Peytons keuzes in echtgenoot en minnaars ook te relateren aan afkomst en klasse. Haar ondergang is een tragedie en niet het gevolg van een wellicht te ambiëren, opwindende levensstijl. ,,Een vrouw die nooit de kans heeft gekregen aan het persoonlijke te ontsnappen'', zoals Fay Weldon noteerde in The Guardian. Waar Bushnell in 'Hogerop' met nieuwe grimmigheid een vrouwelijke variant van het montere nihilisme van de bratpack-tijdgeest schept, zonder overigens het literair elan te evenaren, schetst Janowitz zo de tragische toekomst. Claustrofobisch blijft het. Het vrouwenbestaan is kennelijk nog steeds gekenmerkt door narcisme, onzekerheid, valse verwachtingen, manipulatie, vernedering en een allesoverheersende behoefte aan rijke, machtige mannen. Tja. Alsof er sinds de dagen van Edith Wharton toch maar bar weinig is veranderd in New York.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden