Machtsmisbruik van een linkse activist

Volgens eigen zeggen is hij een sociaal werkgever en een linkse activist. Maar volgens voormalige werknemers in het restaurant Türkiye is Ahmet Daskapan, Haags raadslid voor GroenLinks, een meedogenloze patroon.

Ze beschuldigen hem ervan dat hij personeel vanuit Turkije naar Nederland haalt en vervolgens misbruik maakt van het feit dat ze hier heg noch steg kennen en voor hun verblijfsvergunning afhankelijk van hem zijn. Een van de mensen die zeggen dat ze op die manier door Daskapan zijn behandeld is Semir Demir. Zijn advocaat eist van Daskapan betaling van een bedrag van 24 000 gulden aan achterstallig salaris.

Demir is, net als Daskapan, afkomstig uit de Oost-Turkse provincie Antakiya. Eind 1997 haalde Daskapan hem naar Den Haag, met de belofte dat hij in het restaurant Türkiye zou werken als muzikant. Dat staat ook in zijn contract. Maar hij zegt dat hij aan musiceren nauwelijks is toegekomen. De in het contract vastgestelde werkweek van 40 uur werd, zegt hij, in werkelijkheid 70 uur, waarin hij de afwas deed en andere voorkomende werkzaamheden verrichtte.

Samen met een neef van Daskapan, Lemaaddin Daskapan, sliep hij op een zolderkamertje boven het restaurant. Daskapan zou daarvoor volgens Semirs advocaat een huur van 495 gulden per maand hebben berekend. In september 1998 zette Daskapan Semir het restaurant uit, nadat hij herhaaldelijk had geklaagd over niet uitbetaald salaris. Verschillende voormalige personeelsleden bevestigen in met de hand geschreven en ondertekende verklaringen, voorzien van beedigde vertalingen, de lezing van Semir, onder wie Daskapans neef Lemaaddin Daskapan.

Volgens Semir is er een verband tussen zijn moeilijkheden en het ontslag van zijn aangetrouwde nicht Leyla Demir bij de stichting RSA (Regionale Steunpunt Allochtonen) waarvan Daskapan directeur is. Mevrouw Demir, een kunstenares, was in mei vorig jaar aangenomen om een glas- in loodcursus te organiseren. Toen op 11 november 1998 de advocaat van Semir een maanbrief schreef aan Daskapan kreeg Leyla een dag later schriftelijk de opdracht om binnen 14 dagen voor zestig aanmeldingen van cursisten te zorgen. Toen dat niet lukte kreeg ze ontslag. De rechtbank bekrachtigde het ontslag vanwege de verstoorde arbeidsrelatie, maar vond wel dat RSA zwaar tekort was geschoten in de begeleiding van Leyla. Ze kende haar een relatief hoge schadevergoeding toe van 10 000 gulden, te betalen door RSA.

Lemaaddin zou als kok aan de slag gaan, maar ook daarvan kwam weinig terecht. Op 24 november ging hij terug naar Turkije. Een dag eerder schreef en ondertekende hij een verklaring, waarin hij klaagt over zijn behandeling door Daskapan en het verhaal van Demir ondersteunt. Maar afgelopen vrijdag herriep hij plotseling, ook schriftelijk, die verklaring. Hij deed dat vanuit Turkije, waar op dat moment ook Ahmet Daskapan vertoefde. Een andere voormalige werknemer van restaurant Türkiye herriep zijn eerdere verklaring ten gunste van Demir gisteren, via de fax van RSA, dat door Trouw was geïnformeerd over deze publicatie. RSA doet in een weerwoord de beschuldigingen tegen Daskapan af als laster. Semir zou zelf vrijwillig in september ontslag hebben genomen, Daskapan zou geen huur hebben berekend voor het zolderkamertje en Semir zou het alleen maar om meer geld te doen zijn geweest.

Ahmet Daskapan blijkt 7629 gulden in rekening te hebben gebracht voor een etentje na afloop van de hongerstaking van witte illegalen in Den Haag, afgelopen januari. Volgens de rekening deden tussen de 80 en 100 mensen mee aan het etentje, in restaurant Türkiye. Volgens S. Akbulut en F. Ince van het 'comité witte illegalen' had Daskapan pas na hun aandringen een rekening willen schrijven ,,waarop wij zijn overgegaan tot betaling''.

Maar de penningmeester van het comité, F. Korff de Gidts, zegt dat hij van niets wist en compleet is verrast door deze torenhoge rekening, die erop neerkomt dat Daskapan per persoon een kleine 100 gulden heeft berekend. Maar volgens RSA heeft Türkiye geld moeten toeleggen op het feestdiner. De gelden van het comité waren voor een groot deel vrijwillige bijdragen van mensen die begaan waren met de hongerstakende witte illegalen. Het etentje was op 9 januari, op 11 januari kreeg Korff de Gidts, die het feestmaal in Türkiye niet bijwoonde, de rekening, met het verzoek ervoor te zorgen dat het bedrag op 13 januari zou zijn bijgeschreven. Knarsetandend voldeed hij aan dat verzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden