Machtsbasis Libische dictator brokkelt af

AMSTERDAM - De opstanden van de afgelopen maanden her en der in Libië lijken vooralsnog binnenbranden, maar duiden wel op een voor dictator Moammar Al-Kadafi onheilspellend gegeven: zijn coalitie van bedoeienenstammen, een belangrijke pijler van zijn macht, stort ineen.

Terwijl Kadafi wild tekeer gaat tegen buitenlanders, die hij met honderdduizenden tegelijk de grens dreigt over te zetten, dekt zijn stam, de Kadadfa's, zich al in tegen een mogelijk verlies van de macht. De Kadadfa's zijn in zaken gegaan en kopen in Europa, volgens Libische ballingen, veel benzinestations op. Kadafi's zonen spelen daarin een hoofdrol.

Hoe gespannen de toestand in Libië is, blijkt uit het aantal wegversperringen. Alleen al tussen de hoofdstad Tripoli en de aan de Tunesische grens gelegen stad Naloet, zo'n 200 kilometer, zijn het er ongeveer twintig. Elders is de toestand weinig anders. Vorige maand kreeg Kadafi moeilijkheden met de stam van de Zintan. De onlusten drongen niet door tot de buitenwereld. De Zintan kwamen in opstand tegen het beruchte Sa'di-bataljon, een pronkjuweel van het onderdrukkingsapparaat, bemand met Kadadfa's. Nadat het bataljon arrestaties had verricht veroverden de Zintan een tank. Ze reden naar de stad Ghirian en schoten een kazernegebouw stuk. Het Sa'di-bataljon kreeg tenslotte de overhand en hield zich twee dagen onledig met het opblazen van huizen.

De opstand was niet zozeer belangrijk vanwege haar omvang, of de korte afstand tussen Ghirian en de hoofdstad Tripoli. Belangrijker is dat Kadafi voor de derde maal in drie jaar de loyaliteit is kwijtgeraakt van een bedoeienenstam. Eerst verspeelde hij de steun van de Magarha en daarna die van de Woerfila, de grootste stam van Libië die sinds twee jaar Kadafi openlijk tart.

Kadafi heeft de ambities van een wereldleider. Openlijk trekt hij zijn neus op voor Libië, een veel te nietig theater voor zijn eenmansact van politiek wereldfilosoof. Hij moet gezegd hebben dat je, voor het leiden van Libië, genoeg hebt aan een middelbare beroepsopleiding bestuurskunde. Maar toch heeft Kadafi het nu knap moeilijk in eigen land. Er is een verband met de Lockerbie-affaire. In december 1988 stortte een Amerikaans passagiersvliegtuig neer boven het Schotse stadje Lockerbie. Een klein jaar later verongelukte een Frans toestel boven Niger. De Fransen, Britten en Amerikanen kwamen tot de overtuiging dat leden van de Libische geheime dienst bommen hadden geplaatst in beide toestellen, en eisten hun uitlevering. In 1992 zetten de VN dat uitleveringsverzoek kracht bij met strafmaatregelen, waaronder een verbod op vliegverkeer met Libië.

Vervolg op pagina 6

Kadafi krijgt geen groen licht voor grote hangpartij VERVOLG VAN PAGINA 1

De VN-sancties veroorzaakten de eerste grote desertie uit de rijen van Kadafi. Tweede man Abd Al-Salaam Djalloed stelde Kadafi een ultimatum.

Met Kadafi was Djalloed het eens dat uitlevering niet kon. Eén van de opgeëiste personen, Abd Al-Basit Al-Migrahi, behoort tot Djalloeds stam, de Magarha en verder verbiedt de Libische wet uitlevering van landgenoten. Maar Djalloed trok wel de les uit de Lockerbie-affaire dat de bezem moest worden gehaald door de warboel van 'volkscomités', revolutionaire comités en geheime diensten. Djalloed eiste dat Kadafi de binnenlandse politiek aan hem zou overlaten, en zich alleen nog maar met het buitenland zou bezighouden. Djalloed, tot dan een onafscheidelijk koppel met Kadafi, kreeg huisarrest. Dat was het einde van het bondgenootschap tussen de Magarha en de Kadadfa.

Pijnlijker is de breuk met de Woerfila. Het bondgenootschap tussen de Woerfila en Kadadfa is eeuwen oud. Het zwaartepunt lag vroeger bij de Woerfila, maar na de machtsgreep van Kadafi in 1969 speelden de Kadadfa de eerste viool, al bleven de Woerfila belangrijk. Vooral zij leverden mensen voor de 'revolutionaire comités', die Kadafi in de jaren '70 instelde, en die, tot glorie van de 'totale democratie', het onderdrukkingsapparaat versterkten.

In oktober 1993 beraamden militairen, die behoorden tot de Woerfila, een staatsgreep. Kadafi kreeg daar lucht van, waardoor de onderneming mislukte. Er waren nog wel gevechten, maar de luchtmacht bleek beslissend. Naar aanleiding van die coup heeft Kadafi de munitie voor het leger tot een minimum beperkt.

In de jaren '80 dwong Kadafi, ook na een mislukte staatsgreep, vaders om in het openbaar de strop te leggen om de nek van hun zonen, alles uitgezonden door de televisie. Ook nu wilde hij weer zo'n mediashow, maar de leiding van de Woerfila verhinderde dat, zonder dat Kadafi het waagde daar iets aan te doen.

De mislukte staatsgreep ging niet uit van de leiding van de Woerfila. Het was een privé-actie. Dat de coupplegers merendeels behoorden tot de Woerfila, heeft te maken met het wantrouwen in de Libische samenleving na een kwart eeuw dictatuur. Libiërs durven alleen maar iets te ondernemen met mensen die ze vertrouwen, en dan kom je uit bij je eigen groep.

Kadafi eiste dat de leiding van de Woerfila voor de tv de coupplegers hun clanbescherming zou afnemen. Kadafi zou hen dan kunnen doden, zonder angst voor een keten van bloedwraak. De dictator wist ook een plaats voor de schavotten, Bin Oelid, ten zuiden van Tripoli, hoofdstad van de Woerfila. Maar de Woerfila-leiding zette de hakken in het zand, en weigere medewerking aan zo'n publieke vernedering. Kadafi blijft proberen de sjeiks met dreigementen en beloften tot een andere houding te bewegen, maar tot nu toe vergeefs, zodat de coupplegers nog steeds leven.

Huurlingen

Als de 'woestijnpolitiek' van bondgenootschappen tussen bedoeienenstammen de doorslag zou geven zag het er voor Kadafi min uit. Maar de dictator heeft nog andere ijzers in het vuur, waardoor hij zich kan handhaven in het zadel, zij het als aangeschoten wild. Zijn luchtmacht bemant hij goeddeels met buitenlandse huurlingen: Syriërs, Palestijnen en voormalige Oostduitsers. Ze hebben hun lot verbonden met dat van de dictator, die hen toch maar half vertrouwt. Bij oefenvluchten krijgen ze beperkt brandstof mee. Verder steunt Kadafi op de revolutionaire comités. In 1988 had hij de macht daarvan ingeperkt, in het kader van een hervormingspolitiek die ook de economie ten goede kwam. Maar na de couppoging van 1993 heeft hij de comités opnieuw geactiveerd. Hij heeft wel een probleem met de personeelsbezetting, omdat hij de Woerfila's eruit moest gooien.

Ondanks de breuk met de Magarha, Woerfila en Zintan is Kadafi zijn greep op die stammen nog niet helemaal kwijt. Binnen elke stam heeft hij een groep dik betaalde huurlingen. Ze krijgen terreinwagens met een extra tank, voor het geval ze hals over kop naar het buitenland moeten vluchten.

Kadafi probeert het internationale isolement, dat op den duur toch dodelijk dreigt te worden vanwege de verarming van de bevolking, te doorbreken door te poseren als de beste waarborg tegen islamitisch fundamentalisme. Daarom schetterden de Libische media in september dat fundamentalisten de hand hadden gehad in onlusten in Bengazi.

De Egyptische president Moebarak schijnt hij in het geloof te hebben. Binnen het Libische reddingsfront, een oppositiebeweging met trainingskampen in Amerika, zijn er inderdaad fundamentalistische tendenzen, zij het van een gematigd soort. Maar Moebarak is juist voor gematigde fundamentalisten, vanwege hun brede aanhang, banger dan voor bommengooiers. Zulke mensen wil hij niet in buurland Libië aan de macht want dan zouden ze school kunnen maken in Egypte.

Daarom, en ook vanwege de werkgelegenheid in Libië voor Egyptenaren, is Moebarak Kadafi's pleitbezorger bij het Westen. Steeds minder Libiërs wensen hem daarbij succes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden