Machteloos baantjes trekken

Op de ministeries zijn ze tevreden over het Nederlandse drugbeleid. Het is tolerant en humaan, zeggen ze daarboven. Maar ook knap frustrerend, merken ze hieronder. De conducteur, de parkwachter, de bewaker en de baliemedewerker van de sociale dienst over hun dagelijkse ergernis.

TEUN LAGAS; HANS MARIJNISSEN

De mensen van de spoorwegen staan er vaak tussenin. "De junks hier schelden op alles wat een uniform draagt" , zegt een NS-er. "En ook de reizigers klagen. Maar ligt er een bloedende junk in de tunnel dan eisen diezelfde treinpassagiers wel dat ik zo'n jongen onmiddellijk ga helpen." Week in week uit je werk doen tussen groepen verslaafden maakt veel NS'ers met hart voor het bedrijf knap moedeloos. "Aan de andere kant hou je gewoon medelijden met die jongens en meisjes. Het zal je dochter maar zijn."

In Nederland koopt de junk zijn dope op het station. Hij winkelt mee in Hoog Catharijne, neemt een shot tegenover de rondvaartboot, plast in de portiek naast de snackbar en slaapt in het park waar hij 's morgens wordt gewekt door het geluid van moeders met kinderen. Nederland probeert met een tolerant drugbeleid verslaafden 'binnen de samenleving' te houden en het liefst 'uit de goot'. In tegenstelling tot landen aan de Middellandse Zee en de Verenigde Staten bijvoorbeeld. Daar is het drugprobleem minder zichtbaar, maar er ontstaan buurten - nederzettingen van junks - waar niemand zich meer durft te vertonen. De Nederlandse verslaafde leeft in de samenleving en dat kan zijn voordelen hebben. Een groot nadeel is dat het probleem voor de niet-verslaafden veel zichtbaarder is, of populair gezegd: buurtbewoners, reizigers en winkelend publiek struikelen steeds vaker over de crime van de samenleving.

De overlast wordt zo langzamerhand te groot, lieten de Rotterdamse mariniers en het Amsterdamse metropersoneel de afgelopen weken blijken. Het incasseringsvermogen van de Nederlandse samenleving lijkt zijn grens te hebben bereikt. De kreet 'de bezem moet erdoor' klinkt allang niet meer alleen aan de borreltafel. Zelfs de Rotterdamse hoofdcommissaris van politie Hessing pleit voor een 'Deltaplan', wat daar ook onder verstaan moet worden. Het is misschien wat al te modieus op junks te schelden en te klagen over het 'vuil van de stad'. Toch: je zult er maar wonen, in een van die buurten met drugspanden, naaldenparkjes en pisportieken. Of je zult veertig uur per week op een verzamelplaats van de druggebruikers moeten werken.

De schreeuwende junk tussen de reizigers op station Heerlen kan niet echt als een commercial voor de Nederlandse aanpak worden gezien. Toch gaat het drugbeleid de laatste jaren in het buitenland beter van de hand dan onze partijen boter, videorecorders en bloemen. Hoge ambtenaren van het ministerie van WVC zijn graag geziene gasten. Ze lopen van symposium naar studiebijeenkomst, houden bijna glunderend hun praatjes over de Nederlandse coffeeshops en needleexchange, en kunnen rekenen op applaus. En als zij niet op reis zijn, dan ontvangen zij in Nederland buitenlandse gasten. Amerikaanse ambtenaren, Duitse politie-officieren en Engelse hulpverleners zijn gek op excursies langs de Nederlandse methadonbussen.

De belangstelling voor de Nederlandse tactiek is niet zo verwonderlijk. Al die jaren heeft het buitenland het Nederlandse tolerante beleid weggehoond en afgedaan als te soft. Nu blijkt dat die ambtenaren van WVC en de honderden hulpverleners het helemaal niet zo gek hebben gedaan. Ondanks de liberale houding heeft Nederland niet meer verslaafden dan andere landen die verslaafden harder aanpakken. Sterker nog: Nederland springt er met zo'n twintigduizend harddrug-verslaafden op een bevolking van 15 miljoen mensen gunstig uit en is een van de weinige landen waar het aantal druggebruikers niet toeneemt.

Kern van het Nederlandse drugbeleid is dat er een scheiding wordt gemaakt tussen de handel en het gebruik. De criminele handel in drugs wordt fors aangepakt, de gebruikers daarentegen met een gram op zak voor eigen gebruik worden over het algemeen met rust gelaten. Nog sterker geldt dit voor de rokers van softdrugs. De honderden gedoogde coffeeshops zijn dan wel in het oogspringende etablissementen, er zijn hier niet meer softdruggebruikers dan in landen waar het roken van een jointje streng verboden is. Nederland heeft het druggebruik willen 'normaliseren', heet het op het ministerie. De overheid knijpt bij het gebruik een oogje dicht, hulpverleners zorgen dat de junk ondanks zijn verslaving met schone spuiten en methadon zo gezond mogelijk blijft.

Theo Beemsterboer weet intussen wat 'genormaliseerd druggebruik' betekent. Verslaafden zitten gewoon op de banken van zijn park te shotten. En de Arnhemse parkwachter mag vervolgens de gratis door de overheid verstrekte spuiten opruimen. Beemsterboer heeft er zo langzamerhand een neus voor gekregen. Hij weet precies waar de junks zich in 'zijn' Sonsbeek ophouden. Langs de Apeldoornseweg, op de route van het stadscentrum naar de Duitse grens, controleert hij een paar keer per week de bosjes. Soms bemerkt hij een platgelopen spoor in het lange gras of een afgebroken tak, en dan is het tijd om de rubberen handschoentjes aan te trekken. In de ruigte, achter de eerste struiken is het weer raak geweest. Er liggen gebruikte spuiten, een lepel en stukjes cola-blik waarin de dope is verwarmd plus de overblijfselen van de maaltijd: een pak yoghurt met drie biertjes. Wat verderop vindt Beemsterboer weer een 'voordeur'. De braamstruiken zijn weggebogen, een gangetje leidt naar een open plek. Twee natte slaapzakken en een deken bekleden de huiskamer, en weer die naalden, dat afval.

Beemsterboer zegt dat hij er af en toe 'kromme tenen' van krijgt. "Je mag best weten, als ik zo'n puinzooi aantref, dan vloek ik wel eens een keer. Ik kan het heel moeilijk verteren dat zo'n junk midden in zo'n Engels landschapspark alleen maar met zichzelf bezig is. Ze gooien het afval als het ware van zich af. Twee meter verder staat een afvalbak, maar nee, die spuit gaat op de grond, de treinkaartjes uit Oberhausen donderen ze op het gras en de bierblikjes gaan in de struiken. Die mensen zijn zo ver afgedwaald van het normaal sociale patroon."

De parkwachter heeft zich dan wel nooit bedreigd gevoeld, zijn bezoekers wel. "Soms zitten de verslaafden op een bank langs het pad te spuiten. De bezoekers zien dat, en vinden dat niet prettig, dat is logisch. Moeders zijn ook bang voor hun kinderen, dat de kleine opeens met een vuile spuit komt aanlopen."

In de spreekkamers bij de sociale dienst aan de Herengracht in Amsterdam doet het personeel voorzichtig met de deuren. Want knalt er ergens een deur dicht, dan denken ze al snel dat een collega door een verslaafde wordt belaagd en hulp nodig heeft. De baliemedewerkers zouden samen met de parkwachters en het NS-personeel zo een belangengroep kunnen beginnen. Ook aan de Herengracht loopt de ergernis met de jaren op. "Dit werk kun je maar een paar jaar doen" , zegt Eduard Peters. "Als je voor de zoveelste keer de zoveelste smoes hoort, kun je het niet meer opbrengen." Volgende maand krijgt hij een andere functie.

Zijn spreekkamer ziet er nog als nieuw uit, vorig jaar verbouwd. De balie loopt van muur tot muur zodat lastige klanten niet kunnen omlopen, een handig geplaatste, stevige lichtbak moet enige bescherming bieden tegen overvliegende stoelen. En de instructie luidt: breng slecht nieuws altijd staand, met de deur achter je geopend.

Peters: "De betaaldagen twee keer per maand, daar zie ik echt tegenop. De wachtkamer zit dan vol, en wat moet ik dan met die ellenlange verhalen van een verslaafde over een voorschot dat hij per se nodig heeft? Er zijn collega's die zeggen dat ik mijn poot moet stijfhouden en dat junks moeten worden opgevoed. Maar ik geef eerlijk toe: als er zestig mensen op me zitten te wachten, dan kies ik de weg van de minste weerstand en geef ik een cheque mee. Anders ga ik er ook aan onderdoor."

Wordt er gescholden, valt er een klap, dan zitten de medewerkers er in de kleine spreekkamers alleen voor, letterlijk. Oke, je krijgt van een collega een kop koffie, maar veel medewerkers wijten een uit de hand gelopen gesprek aan zichzelf. Volgens mr. C. van der Linden van het rayon Noord in Amsterdam, hebben de medewerkers van de sociale dienst de laatste jaren een forse omslag moeten maken. "Ik moet zeggen dat er bij hen iets teveel begrip bestond. Kan ik me ook voorstellen, dat is hen geleerd op de sociale academie van de jaren zeventig en tachtig. Ik heb er op moeten hameren: het ligt niet aan jou, het ligt aan de klant: het is niet normaal als je voor rotte vis wordt uitgemaakt. Daar kun je hen op aanspreken, uitkeringsgerechtigden hebben ook plichten, ook al zijn zij verslaafd. Fatsoensnormen gelden voor iedereen."

Van der Linden heeft twee jaar geleden toen zij haar personeel opnieuw instrueerde, laten onderzoeken hoe vaak agressie in de spreekkamer voorkomt. In 1990 had een op de tien medewerkers ervaring met puur fysiek geweld, een op de drie met verbaal geweld. Twintig procent van de medewerkers werd bedreigd, terwijl tien procent het meubilair vernield zag. "Nu willen die cijfers niet zeggen dat de klanten van de sociale dienst zo agressief zijn" , zegt Van der Linden. "De problemen worden veroorzaakt door een kleine groep, die echter weer voor een groot deel bestaat uit verslaafden. Die zijn nu eenmaal onberekenbaar en weinig aanspreekbaar." Rayon Noord pakt de bedreigingen nu resoluut aan. Na een ruzie krijgt de client een waarschuwingsbrief, na een tweede keer wordt hij alleen nog achter glas te woord gestaan. Na een derde scheldpartij kan hij alleen nog telefonisch contact met zijn sociale dienst opnemen.

Op het kantoortje van de perrondienstleiding bij spoor 5 schuift Aad van Dorp de vitrage opzij en wijst naar buiten. Zoals alle NS-personeelsleden op station Heerlen kent hij feilloos de patronen waarin de vaste groep verslaafden en hun dealers zich bewegen. Daar, bij de slagboom honderd meter verder, ligt de putdeksel waaronder hun 'handel' wordt verborgen. Tien meter verder het struikgewas dat dient als schutplaats. Daar weer naast het streekbusstation waar de junks de laatste tijd steeds meer naar toe trekken en waar busreizigers zo stoicijns mogelijk op de haltebordjes staan te studeren.

"Nee, bang ben ik niet zo" , zegt Van Dorp. "Je moet je duidelijk opstellen, niet over je laten lopen. Maar ik geef toe: als ik 's avonds het station moet afsluiten loop ik wel extra om mee heen te kijken. Dan vraag ik wel een beveiligingsbeambte mee."

Station Heerlen staat slecht bekend. Toen vorig jaar treinreizigers werden geenqueteerd over hun gevoel van 'sociale veiligheid' wezen ze het Limburgse intercitystation aan als een van de onbehaaglijkste plekken. Met 44 procent ontevreden reizigers scoort Heerlen daarmee slechter dan bijvoorbeeld Amsterdam CS. "Omdat ons station een slechte naam zijn reizigers ook extra attent op de drugsoverlast. Verslaafden vallen dus ook eerder op" , meent Van Dorp. Maar eerlijk is eerlijk, ook hij geeft toe dat de puinhoop vaak groot is.

Het patroon is duidelijk. Heerlen fungeerde vanouds als trekpleister voor Duitse verslaafden, inmiddels is het een distributiecentrum voor veel meer junks. De geliefde pleisterplaats is de tunnel onder het station die de perrons verbindt. Bemiddelaars lopen zich er wezenloos om klanten te vinden voor de dealers, in ruil voor een eigen grammetje heroine of coke. Op de trappen omzeilen de reizigers beleefd de samenklittende groepjes.

"Het is vooral onplezierig. Het is niet alleen dat onze klanten op het station concreet worden lastig gevallen. Het is veel meer de nare sfeer. Verslaafden die in de tunnel naar elkaar lopen te schreeuwen, het aanzicht van die totaal verloederde mensen. Het is een sfeer waarin oma en opa met de kleinkinderen zich niet in willen begeven. Die kiezen dan dus voor de auto" , klinkt het in de kantoorkamers boven het station.

J. N. van Druten is als verkoopmanager verantwoordelijk voor het terugdringen van de overlast en het opkrikken van het slechte imago op het station. Hij rekent voor dat Nederlandse Spoorwegen alleen al om bedrijfseconomische redenen bereid is geld te steken in een upgrading van het station, een project dat samen met de gemeente Heerlen wordt aangepakt.

Van Druten: "Door de aanwezigheid van verslaafden haken reizigers vooral in de avond af en dat kost ons geld. Daarnaast is het in het belang van NS dat het personeel met plezier blijft werken. Nu we een bewakingsdienst hebben ingeschakeld en de boel wat hebben opgeknapt kijken veel personeelsleden weer wat vrolijker dan drie jaar geleden."

Het was tot voor kort nog erger, beamen medewerkers op de perrons en in de kantine. Verslaafden en dealertjes die op de balie voor de loketten met knipmessen zaten te spelen of tussen de bagagekluizen lagen, dat komt nu niet meer voor. Maar dat het aantal junks in de directe omgeving van het station afneemt, dat zien de perronopzichters, schoonmakers en conducteurs nog niet zo.

Vooral de opjaagacties door de vorig jaar ingeschakelde bewakingsdienst hebben voor de reizigers en personeel redelijk effect en drijven de verslaafden tot wanhoop. Zo'n 25 medewerkers van het bewakingsbedrijf Randon proberen in wisseldiensten tenminste de beweging erin te houden en samenscholingen te bestrijden. Aan de bewakers ligt het niet, maar als ergens het cliche 'dweilen met de kraan open' van toepassing is, dan is het hier. Een actie van Randon eindigt steevast in een minieme verschuiving van de verslaafden. Vijftig meter buiten het station gaat de handel vrolijk verder.

"Kom we gaan nog even een baantje trekken" , zeggen de bewakers F. van den Brink en S. van Hugten als de avond over het emplacement valt. Weer de hal door, langs de loketten, de tunnel in, richting trappen, in snel tempo naar het eerste doel. "Let op, daar is hun werkbank" , wijst Van den Brink op een breed raamkozijn waarop wat zilverpapier met dope moet liggen. Het tweetal klampt een groepje Antilliaanse jongens aan die gelaten de storm over zich heen laten komen. De bewakers doen een snelle graai, de dope valt op de grond. Het vaste verhaal wordt afgedraaid: "Het kan ons niet schelen dat je gebruikt, hoeveel je gebruikt, als je het maar niet hier doet." De jongens blazen de aftocht, lopen een nieuw rondje.

De bewakers trekken verder, de tunnel weer door. Een vriendelijke knik van een voorbijganger, die zo te zien toch bij de drugscene hoort. "Een dealer" , weet Van den Brink. "Dat soort jongens gedragen zich tegenover ons zeer sociaal, willen gewoon een praatje maken. Die zorgen dat ze zelf buiten schot blijven. De meeste overlast komt van de kleine bemiddelaars die klanten moeten werven."

"Kijk, wat een zielepoot" , klinkt het bij het volgende doelwit. Bovenaan de trap draait een blonde jongen volkomen van de kaart drie wankele pirouetten en graait bezeten door zijn haar. "Zit je haar goed?" , roepen de bewakers. "M'n haar zit goed, maar ikzelf niet" , mompelt de jongen. "Jullie zoeken problemen" , herhaalt hij steeds terwijl hij een stukje verder sukkelt.

Terug in de kantoorkamer van de beveiligingsdienst rijst de vraag hoe iemand gemotiveerd kan blijven dit weinig zinvolle opjaagwerk dag in dag uit te doen. "Ik heb soms wel wat aan mijn ervaring als VN-militair in Libanon" , zegt Van den Brink. "Daardoor ben ik in elk geval niet bang uitgevallen." Van Hugten: "Ik werk op station Heerlen sinds vorig jaar met het bewakingsproject werd begonnen. In het begin denk je: wij lossen het hier wel even op. Dan versnel je je stap nog als er twee staan te vechten. Nu niet meer, laat maar uitrazen. Mijn motivering is nu dat ik reizigers en spoorwegpersoneel een veilig gevoel wil geven. Je ziet reizigers vaak rustiger worden als ze onze uniformen zien."

Ook parkwachter Theo Beemsterboer in Arnhem probeert de overlast te beperken door zich veel te laten zien. Het gaat tegenwoordig ook wat beter, nu de politie enkele drugspanden in de buurt heeft gesloten. Toch blijft er sprake van overlast. "Soms vind ik mijn werk frustrerend. Wat moet ik zeggen tegen bezoekers die klagen over de overlast? Je kunt in een park geen maatschappelijk probleem oplossen, hoogstens verplaatsen. Ik ruim elke dag de troep op, de volgende dag ligt het er weer. Ik probeer de junks uit het park te houden, de volgende ronde zitten ze er weer. De echte oplossingen moeten van de specialisten komen, maar ik voel me in de tussentijd zo machteloos."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden