Macht van de media vraagt om evenwicht

Wat kunnen denkers zeggen over het nieuws, over wat krantenlezers schokt of juist koud laat? Tweewekelijks laten wijsgeren uit Trouws Filosofisch Elftal hun gedachten erover gaan. Vandaag: zijn de media de vierde macht? En moet deze macht - net als de uitvoerende, de wetgevende en de rechtsprekende macht - van de andere machten gescheiden worden?

`Het woord `macht` heeft verschillende betekenissen“, zegt Paul Cliteur, hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden. “In de leer van de trias politica van Montesquieu staat de `scheiding der machten` voor het scheiden van bevoegdheden. Maar vaak wordt het woord `macht` ook gebruikt in de zin van feitelijke invloed: de mogelijkheid om een ander jouw wil op te leggen.“

“Als je het hebt over de media als vierde macht, dan haal je het begrip macht als bevoegdheid en het begrip macht als feitelijke invloed door elkaar. Deze spraakverwarring is geïntroduceerd door Crince le Roy die een oratie schreef met als titel `de vierde macht`, waarin hij betoogde dat de ambtenarij de vierde macht is. Daarmee bedoelde hij dat de ambtenarij veel invloed had, en daar heeft hij gelijk in. Toch is dat iets anders dan wat Montesquieu bedoelde die de bevoegdheden van de staat wilde scheiden om zo machtsmisbruik te voorkomen.“

“Allicht hebben media invloed“, zegt Annemarie Mol, hoogleraar politieke filosofie aan de Universiteit Twente. “Maar je kunt niet zeggen `we scheiden hun macht van andere delen van de staatsmacht`, want media zijn geen onderdeel van de staat.

“Goede media horen wel tot de voorwaarden voor het democratisch functioneren van staten. En dat geeft mij reden tot zorg. Die zorg betreft niet een Peter R. de Vries die zich zowel met de journalistiek als met de politiek bezighoudt, zoveel macht geeft hem dat niet. Het probleem is eerder dat de media opgeslokt dreigen te worden door de markt. Als televisie en kranten er vooral zijn om producten te verkopen, komt de eigenheid van de journalistiek in de verdrukking. Dan is er geen plaats meer voor verontrustende reportages, documentaires, discussieprogramma`s, of voor drama. Voor niets dat ons aanspoort om ons te verplaatsen in ongekende mensen en situaties. Dan worden we nog slechts als consumenten aangesproken, onze verlangens worden geëxploiteerd. Goede media spreken ons aan als burgers die `het goede` willen en hebben het erover wat dat eigenlijk is, het goede.“

Cliteur: “Ook ik maak me niet zo`n zorgen over een Peter R. de Vries. De burger heeft heus wel door dat een goede journalist nog geen goed politicus hoeft te zijn. Maar de media oefenen wel invloed op ons uit, en in die zin hebben ze een macht waar we ons wel degelijk zorgen over moeten maken. Als het goed is, wordt deze macht geneutraliseerd doordat de media politiek pluriform zijn. Dat is in Nederland niet het geval. Journalisten die werken bij de publieke omroep en in de redacties van grote dagbladen zitten, stemmen voor 88 procent op de PvdA of op GroenLinks. Dat is hun goed recht, maar het geeft wel aan dat alle informatie die ons bereikt, wordt aangeleverd door mensen met een nogal eenzijdige politieke oriëntatie. Dit probleem van de pluriformiteit is zó groot dat sommige mensen zeggen: `laten we die publieke omroep maar helemaal opdoeken`. En dat is niet helemaal onbegrijpelijk.“

“Hetzelfde probleem van de eenzijdige signatuur zie je bij de kwaliteitskranten. Elk groot dagblad heeft één columnist in dienst die een iets ander geluid laat horen, bij de overige 88 procent gaat dan een geloei op dat deze dissident snel het zwijgen moet worden opgelegd. In Letter & Geest in Trouw is nog wel eens een afwijkende mening te vinden, maar bijvoorbeeld in de boekenbijlage van NRC kan ik loepzuiver voorspellen: a) welke boeken worden besproken b) wie het gaat doen, c) wat de mening over dat boek gaat worden; altijd negatief over neoconservatieven en verlichtingsfundamentalisten - daar kan je echt een fles wijn op inzetten. Daar wordt zo`n recensent op uitgezocht. Mij kan dat persoonlijk niet zo veel schelen, maar het gaat natuurlijk wel opvallen. Dat is ook de achtergrond van de Fortuyn-revolte.

Kranten zijn natuurlijk vrij, maar als het gaat om de publieke omroep zou een systeem van politieke benoemingen moeten gelden. `Geen belastingen zonder representatie.` Als ik de publieke omroep moet betalen, wil ik ook dat de redactie van het Journaal wordt samengesteld in overeenstemming met de politieke verhoudingen in Nederland.“

Mol: “Ik deel Cliteurs mening dat de media zo links zijn niet, dat valt wel mee, of tegen. Maar ik denk dat hij zijn politieke vijanden nog zal missen. Reclame maken verdraagt zich immers niet alleen slecht met het linkse gedachtegoed, maar met alle denken. De wetten van het geld verdienen, bedreigen niet alleen de pluriformiteit van de discussie, maar het hele idee `discussie`. Vroeger kwamen mensen op het dorpsplein bij elkaar om verhalen uit te wisselen. Provinciale en landelijke media waren een tijd lang een soort plein voor uitvergrote dorpen. Maar dat lukt niet zo als adverteerders de toon zetten. Iemand als Berlusconi is dan ook geen voorbeeld van de grote politieke macht van media, maar van wat er kan gebeuren als media draaien om geld. Je kunt dan mannen met dure pakken zien en meisjes met te weinig kleren aan. En leugens horen.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden