'Macht van Amerika is lang overschat'

AMSTERDAM - De Amerikaanse economie is doodziek en toch schrijven de meeste doktoren niet meer voor dan een simpele peppil: een lagere rente, stimulering van de consumptie en alles is na een tijdje weer oke. Hun blik reikt niet verder dan de verkiezingen van november, waar president Bush moet worden herkozen. Degenen die wel verder kijken dan 3 november 1992 zien echter een verwaarloosd wegennet, slecht onderhouden bruggen, verpauperde steden, wegkwijnende industrieen en een onderwijssysteem dat niet voldoet aan de toenemende eisen van de competitie met Europa en Japan.

Deze, nog incomplete, opsomming van structurele gebreken wijst op meer dan een gewone dip in de conjunctuur, vinden zij. Het is het resultaat van jarenlang potverteren waardoor de fundamenten van de Amerikaanse economie zijn aangetast en het land zijn concurrentiekracht dreigt te verliezen. De voorboden daarvan worden al in veel lagen van de bevolking gevoeld. Zowel blauwe als witte boorden worden bij bosjes ontslagen. De aanvankelijke emotionele reacties, aangewakkerd door veel publiciteit, leggen de schuld bij de buitenlanders, de Japanners voorop. De vrees voor een economisch Pearl Harbor grijpt om zich heen.

De laatste tijd echter worden pogingen gedaan de hand in eigen boezem te steken. Vertrouwen in eigen kracht moet een herstel van de gebreken mogelijk maken. Alleen wie organiseert dat? De overheid houdt zich in de VS verre van het economisch reilen en zeilen. Een woord als 'industriepolitiek' is meer dan een vloek in dat land. Toch wordt zelfs in conservatieve zakenbladen als Business Week de roep om een sturende overheid steeds luider, al mag het dan nog geen industriepolitiek heten.

Jan de Vries, hoogleraar in het Californische Berkeley, is als economisch historicus gewoon de lange termijn te overzien. Volgens deze, in Duivendrecht geboren en op 4-jarige leeftijd geemigreerde, Nederlandse Amerikaan zijn de economische problemen waar de VS nu mee kampen al een tijdje aanwezig, maar verhuld door de Koude Oorlog.

"De macht van Amerika is in de Koude Oorlog overschat. Het anti-Amerikanisme in die periode kende aan Amerika veel macht toe die aan de kaak moest worden gesteld. Daardoor echter is die macht tamelijk overdreven. Het land kende twintig jaar geleden al structurele problemen in zijn economie. Dat kwam aan het licht tijdens de eerste oliecrisis en de gevolgen van de oorlog in Vietnam die het stelsel van vaste wisselkoersen opbliezen. Toen al werd het duidelijk dat de economische overmacht van de VS grotendeels was gebaseerd op een bijzondere situatie in een speciale tijd: pal na de Tweede Wereldoorlog bestond er een enorm koopkrachtverschil, maar de Amerikaanse overmacht kon niet bogen op leidende economische verschillen."

Na het verdwijnen van die uitzonderingsfactoren begon het proces waarbij supermacht Amerika een normaal land werd, met economische eigenschappen die overal te vinden zijn, constateert De Vries nuchter. "De val van de Muur versterkte dat proces nog eens. Er ontstond een gevoel van onbehagen: welke toekomst komt eraan? Bush poneerde zijn nieuwe wereldorde, maar daar gelooft niemand in. In de VS heerst nu een sterk gevoel van: 'Wij hebben veel offers gebracht voor de oude wereld en nu zijn we daar de dupe van geworden'."

De Vries, met verlof in Nederland om een boek te schrijven over de economische macht van de Republiek tussen 1500 en 1800, weigert echter de denkbeelden te onderschrijven als zou de economie van Amerika al lange tijd worden gekenmerkt door slecht onderwijs en een lage spaarquote tegenover een grote consumptiedrift. "Dat is zo'n clichebeeld. In de jaren dertig, veertig en vijftig ook nog, de jaren van Roosevelt en Truman, is er juist veel geinvesteerd in onderwijs en infrastructuur. Gebrekkige infrastructuur en dito onderwijs is natuurlijk geen eeuwige eigenschap van de Amerikaanse economie geweest. Gedurende de hele 19e eeuw speelde er een discussie over de rol van de overheid in de economie en nota bene de Republikeinen waren daarvan de grootste pleitbezorgers. Nu echter ziet geen enkele partij kans om het vertrouwen in de staat te herstellen. De overheid kan daardoor geen rol spelen in het herstel van onderwijsachterstanden, infrastructuur, spaarzin en industriepolitiek."

Volgens De Vries komt dat gebrek aan vertrouwen in de staat door een grote minachting van het Amerikaanse publiek voor overheidsdienaren. "De staat is niet efficient, werkt met mensen die slecht op hun taak berekend zijn en biedt een lage kwaliteit dienstverlening."

Vaak wordt erop gewezen dat de zwakke band tussen overheid en economie in de VS ligt aan de afwezigheid van sociaal-democratische verworvenheden, maar De Vries ontkent dat. "Als je de VS en Europa uit 1950 met elkaar zou vergelijken ontdek je een minder groot verschil dan nu. Roosevelt en Truman namen veel sociale maatregelen, er waren sterke vakbonden, het idee van de verzorgingsstaat had veel aanhang. In die jaren zijn er ook veel wetten op dat terrein tot stand gekomen. Er ontstonden veel voorzieningen voor de zwakkeren."

De Vries zoekt de Amerikaanse afkeer voor autoriteiten meer in culturele verschillen. "In de VS zijn geen conservatieve tradities. In Europa had de bevolking van hoog tot laag respect voor regenten, men nam zijn hoed/pet af voor de burgemeester, ook al was die socialistisch. In de VS is dat respect afwezig. De machthebbers zijn daar corrupt, slecht opgeleid en doen toch niet wat je zegt, is het heersende gevoel."

Als de overheid in de VS niet in staat is als sturende kracht te fungeren, hoe moet dan wel de crisis worden aangepakt? De Vries: "Ik heb nog steeds vertrouwen in de vrije markt om problemen op te lossen. Het voordeel daarvan is dat het van onderen komt. Toch moet ook de staat een rol spelen, al zie ik niet in hoe dat zou moeten met dat gebrek aan vertrouwen."

In een Amerikaanse commissie-Wagner, die aan het begin van de jaren tachtig in Nederland de industriepolitiek een nieuwe impuls gaf door het vaststellen van speerpuntindustrieen die gesteund moeten worden, ziet De Vries niets. "Nee, dat is niet gewenst. Dat kan in de VS ook niet zo werken als hier. De staat is zo anders georganiseerd. De VS is zo'n groot land. Op veel gebieden zijn staten autonoom. Hierdoor kunnen vernieuwingen slechts in een staat plaatsvinden en als het werkt moet je maar hopen dat het door andere staten wordt overgenomen."

Er moet snel gehandeld worden, de concurrentie wacht niet. Oproepen om compassie en sympathie te hebben met de in moeilijkheden verkerende Amerikaanse economie, ook van Japanse politici als premier Miyazawa, doen komisch aan.

De Vries: "Enerzijds zie ik de noodzaak voor de politici om het voortouw te nemen bij het organiseren van een antwoord, maar onze staatsvorm is verouderd. Een sterkere overheid zie ik niet zo gauw komen. De overheid in de staten is nog slechter dan die op federaal niveau. Vooral de gemeentelijke overheid is een puinhoop en die is zo belangrijk voor het dagelijks leven. Hoewel het tijd is voor hervormingen op dat gebied ben ik zeer pessimistisch. Het lukt niet met de huidige mentaliteit."

Anderzijds is De Vries wel optimistisch over het reagerend vermogen van de economie zelf. "De vrije markt werkt goed. De VS zal niet op alle slagvelden verliezen. Als grote bedrijven teloor gaan is dat geen ramp. Ik sta achter de theorie van de Oostenrijkse econoom Schumpeter die eens schreef over 'creatieve destructie'. Dat speelt een grote rol in de economische dynamiek. Grote bedrijven werken als een bureaucratie, ze verstarren op den duur. Zij zijn niet de motor van de vernieuwing. Dat moet toch vooral het kleine bedrijf doen."

Is vernieuwing mogelijk met de huidige jonge generatie, die het als eerste met minder moet doen dan hun ouders en daardoor die veerkracht moeilijk kan opbrengen? De Vries: "Dat is een groot probleem ja. Het gemiddeld inkomen in de VS is stabiel sinds 1973. De bevolking groeit harder dan het nationaal inkomen. In Europa gebeurde het omgekeerde. Daarom groeide de welvaart daar juist. De VS is een immigratieland, dat heeft gevolgen voor het loonniveau en arbeidsorganisatie. Het gezinsinkomen is wel gegroeid de laatste twintig jaar, maar dat komt omdat meer gezinsleden zijn gaan werken. Daarin schuilt een groot gevaar. Het leidt tot uitputting van je menselijk kapitaal om je welvaartsniveau te kunnen handhaven. Het is korte-termijndenken. Dat kun je niet lang volhouden."

"Als een bedrijf als General Motors teloor gaat mogen we niet onverschillig blijven. Dat geldt voor elk land. Het is niet goed als er alleen maar buitenlandse investeringen worden gedaan. Alle belangrijke beslissingen over je economie worden dan in buitenlandse hoofdkantoren genomen. Hier zou een industriepolitiek op zijn plaats zijn. Dat soort strategisch denken is noodzakelijk in de VS, maar de politieke wil ontbreekt en de mentaliteit staat het niet toe."

Nu de Aziatische uitdaging voor de Amerikanen steeds duidelijker wordt, voorziet De Vries op den duur een clash van economische systemen die nu nog op elkaar lijken te lijken? Hij denkt lang na, is voorzichtig. "Ik kom op

elijk onbekend terrein, maar op den duur voorzie ik dat wel. De VS zal er steeds meer van doordrongen worden dat er tussen Japan en henzelf grote verschillen zijn, dat Japan niet een betere versie heeft van hetzelfde systeem. Over vijf of tien jaar zullen die verschillen geformuleerd worden. Dan worden die ideologisch geduid, krijgen ze een naam. Ik hoop het echter niet, maar ik vrees van wel dat we dan praten van 'Aziatisch despotisme'. Een botsing op lange termijn met een wereld waarvan de harde kern regelrecht tegen westerse waarden ingaat is heel wel mogelijk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden