Macht in bedrijven vergt tegenmacht

Topman Rijkman Groenink van ABN Amro ronkte van zelfgenoegzaamheid, die dag in november 2000. Hij lichtte de saneringsmaatregelen van de bank toe. Alles wat minder rendeerde zou zonder pardon uit de ABN Amro-organisatie worden gegooid. En dat alles in het belang van de aandeelhouder. Waardevernietiging zou niet langer worden getolereerd. Groenink had slechts één doel: een verdubbeling van de winst en de beurskoers in vier jaar.

Om aan Groeninks doel te voldoen zou het aandeel nu ongeveer anderhalf keer zoveel waard moeten zijn als in november 2000. Het is echter bijna veertig procent in waarde gedaald.

Het ophalen van deze anekdote is niet bedoeld om te bewijzen dat de ABN-topman gefaald heeft. Wat kan hij eraan doen dat de financiële instellingen op de beurs extra klappen krijgen door alle schandalen in de Verenigde Staten?

Veel belangrijker dan de actuele waardedaling is de mentaliteit die achter Groeninks opmerking van destijds schuilgaat. Aandeelhouderswaarde als allesbepalende doelstelling was destijds bon ton onder de captains of industry. Degene die de hoogste waardestijging op de beurs bereikte was de bolleboos in de club.

In de Verenigde Staten is de afgelopen tijd de keerzijde van deze mode prominent naar voren gekomen. In het belang van de allesoverheersende aandeelhouderswaarde werd in een gestaag groeiende lijst bedrijven ook gesjoemel toegestaan. Dat mechanisme werd bovendien wellicht nog eens gestimuleerd door de gewoonte om de top van een bedrijf met forse pakketten aandelen of opties op aandelen te belonen.

Die gewoonte importeren zal niet de bedoeling zijn geweest van de pleitbezorgers aan deze kant van de oceaan van de Angelsaksische invulling van corporate governance. Hun insteek was voor een groot deel echter wel gelegen in de belangen van de aandeelhouder.

Het wordt met andere woorden hoog tijd voor een Rijnlandse vorm van organiseren van macht en tegenmacht in een bedrijf. Bijvoorbeeld door de erkenning dat de aandeelhouders inderdaad als belanghebbenden bij het bedrijf een steviger stem behoren te hebben, maar dat er ook andere belanghebbenden zijn, zoals de werknemers. De aandeelhouder zou invloed moeten hebben op de samenstelling van een raad van commissarissen (in Nederland nog steeds niet geregeld), maar ook de werknemer. De Sociaal-Economische Raad heeft daar al weer een paar jaar terug voor gepleit in een advies, maar dat is nog steeds niet omgezet in zelfs maar een wetsvoorstel.

Gerrit Zalm, in zijn rol als minister van financiën in het tweede paarse kabinet, kwam nog wel tot een aantal wetsvoorstellen om openheid en verantwoording in beursgenoteerde ondernemingen te bevorderen, maar die waren slechts op de aandeelhouder gericht.

Dus pakten we er hoopvol het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende bij. Met geen woord wordt echter gerept over de noodzaak de gesloten wereld van raden van bestuur of raden van commissarissen open te breken. Daardoor is bijvoorbeeld ook nog niet duidelijk wat een nieuw kabinet zal doen met het voorstel van de vorige regering om de aandeelhoudersvergadering de laatste stem te geven over de beloning van de leden van de raad van bestuur van een onderneming. Moest het regeerakkoord dus open blijven, of vindt het nieuwe kabinet dit echt niet belangrijk?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden