Reportage

Machinefabriek Stork viert zijn 150ste verjaardag

'Nageljongens' werken aan een hijskraan bij Stork Hijsch, circa 1915.Beeld Archief Stork, met dank aan Gerard Löbker

Op de dag af 150 jaar geleden opende Stork in Hengelo zijn machinefabriek. Het bedrijf wordt alom gezien als industrieel erfgoed en introduceerde het sociale werkgeverschap in Nederland.

Wie vandaag de dag door Hengelo fietst, moet zijn best doen om een blauw Stork-logo op de gevel te ontdekken. Sommige fabrieksgebouwen van het oude industriële imperium staan nog overeind. Ze huisvesten scholen, musea, horeca of staan leeg. Op andere staan namen van buitenstaanders die een stukje Stork kochten, met als bekendste voorbeeld het Duitse Siemens en zijn turbine- en compressorfabriek. Slechts twee Stork-logo's vind je nog. Bij ketelmakerij Thermeq en bij IMM, de fabriek voor spuitgietmachines.

Honderd jaar geleden is dat wel anders. Industriestad Hengelo staat in bloei. Fabrieken zover het oog reikt, wolken van stoom, het geluid van metaal op metaal en schuddende motoren vormen het hart van de stad. Een hart dat wordt gevormd door machinefabriek Stork, op 4 september 1868 geopend door Charles Theodorus Stork. Een rasondernemer uit de categorie waaghalzen die zijn strepen had verdiend met fabrieken vol weefgetouwen in het nabijgelegen Oldenzaal.

Stork is een reislustig man. Zijn tochten leren hem dat er meer is dan wol, katoen en garen. Stoom, metaal en machines... Hij smeedt een plan dat zich steeds prominenter in het hoofd van de Tukker vestigt: een machinefabriek.

Zijn reizen leveren Stork nog een inzicht op: hij heeft een ijzeren weg nodig om zijn droom uit te doen komen. Voor het vervoer van brandstof, zoals kolen was Twente aangewezen op de Regge, een ondiepe waterweg die groot transport voor veel problemen stelde. In 1865 wordt zijn noeste lobbywerk beloond: Twente krijgt een spoorverbinding met West-Nederland én met Duitsland. Hengelo krijgt een station.

1891: ketel 1000 rolt uit de Stork-fabriek.Beeld Archief Stork

Op nog geen minuut lopen van dat nieuwe station wordt in 1868 de nieuwe fabriek geopend. "Letterlijk een start in wolken van stoom", zegt historicus Hans Morssinkhof, die samen met twee medeauteurs de historie van Stork optekende in het naslagwerk 'Bij Stork', waarvan de eerste druk vandaag wordt gepresenteerd. "Mina, de vrouw van zakenpartner Hendrik Jan Ekker verrichtte de openingshandeling. Ze draaide een afsluiter open om de fabriek in werking te stellen. Plots klonk er geraas en ontsnapte stoom uit de kelder, waarop iedereen naar buiten vluchtte. Het bleek vals alarm: men moest nog wennen aan de herrie van de machines."

Stork heeft niet lang nodig om zijn naam op te bouwen, voornamelijk als maker van stoommachines, -turbines en -ketels. Voor in fabrieken, maar ook voor schepen en gemalen. Na vijf jaar rolt bij Stork de honderdste stoommachine van de band. De eerste scheepsmachine wordt in 1877 afgeleverd. Een jaar later maakt de fabriek voor het eerst winst en is een industrieel conglomeraat geboren.

De winst is volgens historicus Morssinkhof voor Stork het startsein om ook op sociaal vlak in de fabriek te investeren. "Wat mij het meest bijblijft van Stork, is de modelsamenleving die de familie in en rond de fabrieken in Hengelo wilde opbouwen." Er komen een werknemerspensioen en regelingen voor zieken, invaliden en weduwen. Ook komt er een belangenvereniging voor de werklieden, 'De Kern'. Morssinkhof: "Stork hield niet woorden als 'arbeider', 'proletariaat' of 'arbeidersklasse'. Hij sprak over werknemers en daar zorgde je goed voor."

Wat zijn familie toen introduceerde is nu heel normaal, weet Gijs Stork senior (77), achterkleinzoon van de oprichter. "Natuurlijk ben ik trots op de sociale werkwijze bij de fabriek, maar je moet het niet zien als liefdadigheid. Het was ook een eigenbelang." Als voorbeeld noemt hij de scholing. "Wie in die tijd bij Stork naar school ging, werkte daarna zijn hele leven in de fabriek. Scholing was dus erg belangrijk om personeel aan je te binden." Net als huisvesting. Begin twintigste eeuw werd de wijk Tuindorp 't Lansink door Stork in Hengelo uit de grond gestampt.

Het personeel van de machinefabriek in 1906.Beeld Archief Stork

Dat sociale karakter betaalde zich uit, weet Morssinkhof. "Toen in 1948 het tachtigjarig bestaan van de fabriek werd gevierd, was er nog nooit een dag verloren gegaan aan stakingen voor betere arbeidsomstandigheden. Een unicum in de metaalindustrie, waar in de crisisjaren twintig en dertig veel is gestaakt."

Die tachtig jaar kennen niettemin hoge pieken en diepe dalen. Het Stork-imperium breidt zich razendsnel uit met talloze fabrieken in Hengelo en daarbuiten, bijvoorbeeld in Amsterdam en Haarlem. "Er was geen machine waar Stork zich niet aan waagde", zegt Morssinkhof. Maar net als ieder bedrijf voelt Stork de pijn van oorlogen en crises. 

In de jaren twintig keert het bedrijf voor het eerst in decennia geen dividend uit en begin jaren dertig, na de beurskrach in New York, lijdt de machinefabriek miljoenenverliezen. Er vallen ontslagen en de aandelen Stork worden met 75 procent afgewaardeerd. Uiteindelijk weet het bedrijf het tij te keren met een logische en geniale stap: het bedrijf gaat dieselmotoren bouwen, hoewel het daar geen ervaring mee heeft. Dat wordt een groot succes, omdat de internationale scheepvaart op diesel overstapt.

Ook tijdens de oorlog blijven de fabrieken van Stork draaien. Weliswaar in opdracht van de bezetter, maar dat gebeurt niet zonder slag of stoot. Personeel van Stork staat aan de wieg van een van de grootste stakingen tijdens de oorlog: de april-meistaking van 1943. Die begint bij de machinefabriek en breidt zich uit over Nederland. Honderdduizenden mensen leggen als verzetsdaad het werk neer tegen gedwongen arbeid onder het juk van de Duitsers.

Na de oorlog pakt Stork de draad weer op. Om kwaliteit te leveren, draaien machines wel een maand proef in Hengelo. "Wij woonden op een kilometer van de fabriek en hoorden de machines thuis tijdens het testen", weet Gijs Stork nog. "Als het stil werd en de vloer niet meer trilde, werd mijn vader zenuwachtig. Nu kun je je zoiets niet meer voorstellen."

De familie Stork rond het jaar 1920.Beeld Archief Stork

Omdat de Nederlandse markt snel verzadigd is, exporteert Stork naar landen over de hele wereld. Exportproduct nummer één zijn lange tijd de machines voor de suikerfabrieken in Nederlands-Indië en later in Mexico, Brazilië, Cuba, India, Pakistan, Iran en vele Afrikaanse landen. Vrijwel complete fabrieken worden geëxporteerd, indien nodig stuurt Stork ook personeel mee. 

Schrijver Jaap Scholten is een Stork van moederskant en auteur van het boek 'De Suikerbastaard', dat later dit jaar verschijnt. "Toen Stork in de jaren vijftig exporteerde naar Ethiopië, bevond dat land zich zogezegd nog in de Middeleeuwen. Er waren geen monteurs of onderdelen om fabrieken in elkaar te zetten. Stork stuurde een team van 24 jongens naar Ethiopië om die klus te klaren."

Scholten zocht de oude fabrieken in Ethiopië op. "Voor zo'n groep jongens was die reis een groot avontuur. In Nederland waren ze arm, ze kwamen vaak net van school en verdienden 18 cent per uur. Van achter de draaibank of vanuit de ketelmakerij stonden ze ineens in Ethiopië. Ze kregen bedienden, konden paardrijden, kochten geweren om te jagen. Ethiopië was het El Dorado voor die jongens." De fabrieken staan er nog steeds, ontdekte Scholten. "Eén fabriek draait nog volop, inclusief de dieselmachines van meer dan zestig jaar oud. Fantastisch toch?"

Ook stoomgemalen van honderd jaar oud lopen nog als een zonnetje, weet Gijs Stork. "Achteraf ging Stork deels aan zijn succes ten onder", vertelt hij. "De machines waren zo goed dat niemand terugkwam voor een nieuwe." Er zat bovendien veel tijd in de productie van een machine, waardoor de kosten in de jaren zestig en zeventig de pan uit rezen. Goedkope concurrentie uit het buitenland nam de markt over.

Langzaam verdwijnt het familiekarakter van Stork. In 1968 zwaait de laatste Stork af als directeur. In de jaren die volgen, verdwijnen zo'n 15.000 banen. Het bedrijf weet slechts dankzij staatssteun de crisisjaren zeventig te overleven. Voor de illustere gieterij kan men het tij niet keren: die sluit in 1979 zijn deuren.

Tekst loopt door onder de foto.

Loopjongens van Stork in cilindervoeringen voor dieselmotoren, jaren dertig.Beeld Archief Stork

In de decennia daarop worden steeds minder machines gemaakt in Hengelo. Veel afdelingen krimpen in, sluiten of worden verkocht. Stork weet internationaal nog wel te groeien door vele acquisities en blijft zo een rol spelen in de olie- en gassector. De voormalige machinefabriek legt zich nu toe op hoogtechnologische producten en diensten en wisselt diverse malen van eigenaar, in 2016 voor het laatst, als het Amerikaanse bedrijf Fluor Stork koopt. Er werken nu 18.000 mensen voor Stork.

Het hoofdkantoor staat nu in Utrecht. In Hengelo houdt men vast aan de nagedachtenis aan Stork, de fabriek die de stad op de kaart zette. "Zonder Stork was Hengelo nooit de stad geworden die het nu is", zegt Morssinkhof. "De machinefabriek ging ten onder, maar in Hengelo leeft Stork nog eeuwen voort."

Lees ook:

Stork vindt onderdak bij Fluor

Het Nederlandse bedrijf werd voor 695 miljoen euro overgenomen door Fluor, een Texaans concern.

Lees ook: 

Een ongewone gewone familie

Historisch Museum Hengelo liet zien hoe het er thuis aan toe ging bij de familie Stork.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden