Machiavelli in Srebrenica

Het is belangrijk onderscheid te maken tussen het morele gedrag van individuen en het politieke gedrag van staten. Individuen kunnen op redelijkheid en menselijkheid worden aangesproken. Maar in de relaties tussen staten draait het om macht en invloed. Wie hier te gemakkelijk grote morele woorden gebruikt, draait zichzelf en anderen een rad voor ogen. Wie al te snel op grond van morele waarden intervenieert in de politieke werkelijkheid, bereikt vaak het omgekeerde van wat hij beoogde.

Dit essentiële onderscheid tussen moraal en politiek is door Machiavelli het best verwoord. Hieraan dankt deze zestiende-eeuwse Florentijn zijn bij ons nog steeds slechte naam. Het is immers pijnlijk om geconfronteerd te worden met de naakte machtsstrijd tussen staten en politici en de immoraliteit die daarbij hoort. Toch verdient Machiavelli het om, zeker na 1989, aandachtig te worden bestudeerd. Want de uiteenvallende wereld waarin wij na het einde van de Koude Oorlog zijn beland, lijkt in veel opzichten op het verbrokkelde Italië dat hij in 'De Vorst' heeft beschreven. En bij de bestudering van zijn andere meesterwerk - de 'Discorsi' - wordt de lezer getroffen door de parallellen tussen de opkomst van de wereldmacht Rome en de huidige hegemonie van de Verenigde Staten.

Zelf heb ik in elk geval bij mijn pogingen om in mijn boek 'Politiek van goede bedoelingen' tot een oordeel te komen over de humanitaire interventie in Kosovo, Machiavelli gelezen als tegenwicht tegen de maatschappelijke consensus die het Navo-optreden op morele gronden toejuichte.

Die maatschappelijke consensus was rondom de peacekeeping-operatie in Srebrenica nog veel sterker. Het Niod-rapport heeft het in dit verband met recht over 'te veel moraal, te weinig feiten, te weinig analyse, te veel emotie', die de media beheersten. Op grond van de moraal en de emoties drong men in het algemeen zonder al te veel kennis van zaken op interventie aan. Met het volgens het Niod dramatische tegengestelde gevolg van wat men wilde bereiken.

Laat ik een simpel voorbeeld van Machiavelli nemen. In het zeventiende hoofdstuk van 'De Vorst' heeft hij het over de politieke effecten van wreedheid en barmhartigheid. Voor wreedheid staat de weinig scrupuleuze Cesare Borgia model, die dankzij hard en krachtig ingrijpen orde op zaken stelde in de Romagna waar hij weer 'eenheid, vrede en trouw bracht'. Dit verschilt sterk van de barmhartigheid van Florence dat niet echt wilde ingrijpen in het door burgertwisten verscheurde Pistoia. Het doormodderen en bemiddelen van de Florentijnen richtte Pistoia uiteindelijk te gronde. Machiavelli trekt er de les uit dat op hardhandige wijze ingrijpen door een voorbeeld te stellen beter uitpakt dan het 'door een teveel aan barmhartigheid laten voortbestaan van chaotische toestanden die doodslag of plundering tot gevolg hebben'.

Geldt deze les niet ook voor de uit compassie voortkomende humanitaire interventie? Wie de verslagen over Srebrenica leest komt het begrip 'doormodderen' om de haverklap tegen. Het was duidelijk, zo erkent iedereen, dat er geen politieke wil aanwezig was om beslissend en hard in te grijpen. Maar als dit echt zo was en als dit 'doormodderen' op een catastrofe dreigde uit te lopen, dan is de verantwoordelijkheid groot van degenen die dit in de publieke opinie als een grote en verheven morele opdracht verkochten.

Wat is een politieke belofte over 'een veilig gebied' waard als er geen militaire consequenties aan verbonden worden - en die kunnen reiken van een intensief gebruik van het luchtwapen tot inzet van de landmacht. Hard, gericht en duidelijk optreden à la Machiavelli had het voormalige Joegoslavië ongetwijfeld minder 'te gronde gericht' dan de politiek van appeasement die nu werd gevolgd.

Met betrekking tot de achtergrond van de Nederlandse humanitaire interventie klemmen bovenstaande verwijten des te meer als we er een andere observatie van Machiavelli aan verbinden. 'Velen hebben zich', zo stelt hij in het vijftiende hoofdstuk van 'De Vorst', 'staten en machtsposities voorgesteld die men in werkelijkheid nooit gezien of gekend heeft.' Als mensen dit doen, als ze hun gedroomde ideële werkelijkheid verwarren met de bestaande politieke realiteit, gaan ze volgens Machiavelli eerder hun ondergang dan hun redding tegemoet.

In het laatste decennium van de twintigste eeuw hebben velen zich ook humanitaire interventies voorgesteld 'die men in werkelijkheid nooit gezien of gehoord heeft'. Met deze valse morele voorstelling hebben zij eerder de ondergang dan de redding van anderen bewerkstelligd.

Ik besef dat dit een hard verwijt is. In een interview in Vrij Nederland heb ik op grond hiervan al eens half serieus geopperd dat niet alleen Wim Kok maar ook Mient Jan Faber een goede reden had om af te treden, een suggestie die trouwens al eerder door Maarten Huygen in NRC Handelsblad (16 april) was gedaan. Mijn verwijten aan het IKV had ik eerder vooral naar aanleiding van de Kosovo-interventie in mijn 'Politiek van goede bedoelingen' verwoord. Ik wil ze hier herhalen en toelichten omdat ze in essentie ook op het Nederlands optreden in Srebrenica slaan.

Het IKV heeft met kracht opgeroepen tot de Navo-interventie in Kosovo. Daarbij speelde hetzelfde moralistische zwart-witdenken een rol als in Bosnië. Men moest de slachtoffers - de Albanese Kosovaren in dit geval - te hulp komen en de agressors - de Serviërs - bestrijden. Dat ook in dit geval de Kosovaren met provocaties het steeds gewelddadiger optreden van de Serviërs in de hand werkten, werd vanuit het medeleven met de slachtoffers veronachtzaamd. Het Navo-ingrijpen leidde in eerste instantie ook hier tot het omgekeerde van wat men beoogde. De Kosovaren werden massaal verdreven en er vonden talloze moordpartijen plaats. Dit had vooral te maken met de aard van de interventie waarbij alleen van het luchtwapen en niet van grondtroepen gebruik werd gemaakt. Ik ben mij ervan bewust dat het IKV van meet af aan een inzet van landstrijdkrachten had bepleit. Het IKV sprak zelfs smalend over het 'body-bag-syndroom': de angst voor gesneuvelde soldaten aan eigen kant. Dat klinkt stoer, maar toch vraag ik mij af of vanuit een realistischer politieke inschatting niet duidelijk had kunnen worden dat alleen de luchtmacht zou worden ingezet. Het is veilig en gemakkelijk om voor een andere humanitaire interventie te pleiten, maar met Machiavelli zeg ik dan dat je die kunt dromen maar dat die in werkelijkheid niet bestaat. Is wie dan vanaf de morele zijlijn oproept tot interventie niet verantwoordelijk voor het leed dat wordt aangericht en voor de eventuele averechtse gevolgen? Of houd je echt schone handen als je roept dat je het zo niet had gewild?

Het IKV bepleitte hetzelfde doel dat de Navo officieel voor ogen had: een multi-etnische Kosovaarse samenleving. Het tegendeel werd bereikt. Toen de Albanese Kosovaren de Serviërs massaal verdreven, riep het IKV op om de Navo-wapens tegen de Albanezen te richten. Zij moesten met geweld gedwongen worden vreedzaam met de Serviërs samen te leven. Weer lag het volstrekt in de lijn van de politiek-militaire logica dat de Navo geen gehoor gaf aan deze oproep. En weer werd de indruk gewekt dat het IKV schone handen hield doordat men in elk geval deze etnische zuivering niet gewild had. Maar weer vraag ik met Machiavelli of degene die over morele interventies droomt die nog nooit hebben bestaan in de politieke werkelijkheid, niet verantwoordelijk wordt voor de negatieve gevolgen van de werkelijk plaatsvindende interventies die hij heeft bepleit.

De derde grote draai die het IKV vervolgens maakte, getuigt misschien nog wel het meest van politiek realisme. In september 1999 bepleitte Faber vooral de ondersteuning van de democratische opbouw van een etnisch gezuiverde Albanese natie. Impliciet werd hiermee erkend dat de hooggestemde doelen rond de humanitaire interventie geen van alle bereikt waren en dat men er nu maar het beste van moest zien te maken. Ook hier doormodderen, in plaats van het nieuwe tijdperk van humanitair geïnspireerde oorlogvoering dat Faber aanvankelijk had geprofeteerd toen de Navo-acties van start gingen.

Een teveel aan moraal, een te snel beroep op medelijden - volgens de Amerikaanse filosoof Rorty de centrale deugd van de moderne mens - kan een effectief politiek beleid onmogelijk maken. Mijn verwijt aan het IKV is dat het hier mede verantwoordelijk voor is.

Michael Ignatieff onderstreept in een recent interview (De Humanist, sept./okt. 2002) ten aanzien van Srebrenica precies dit punt. De morele gevoeligheid kan volgens hem 'de blik vertroebelen en averechtse effecten hebben. Vooruitkijken, risico's inschatten, verdomd goed weten of je mensen ook echt kunt beschermen, zulke inzichten staan juist door de mensenrechten onder druk'. Het drama van Srebrenica heeft volgens hem aangetoond waar 'morele gevoeligheid zonder de juiste analyse en middelen' toe kan leiden.

Dat het hier om een blijvend ernstige zaak gaat, blijkt onder andere uit een aanbeveling van de Franse onderzoekscommissie van verleden jaar. Deze stelt met nadruk dat in de toekomst de VN pas aan een operatie moeten beginnen als ze vastgesteld hebben dat ze ook de mogelijkheid hebben om deze uit te voeren. Dit klinkt als een open deur, het lijkt een elementair beginsel van de politiek. Maar, stelt de commissie, ,,we moeten er niet omheen draaien: het is allerminst zeker dat zo'n elementair beginsel van goed beleid verenigbaar is met de mate waarin onze maatschappij beheerst wordt door de media. De druk van de samenleving op politici die besluiten moeten nemen is zo groot dat men er niet zeker van kan zijn dat de politici weerstand kunnen bieden aan de verleiding resoluties aan te nemen om maar 'iets te doen' - resoluties waarvan de uitvoering opnieuw buitengewoon moeilijk kan blijven en zelfs aan het begin kan staan van drama's.'

Moraal en idealen kunnen een leidend perspectief bieden aan de politiek, maar zullen in de praktijk helaas vaak ondergeschikt zijn aan de eisen van macht en politieke realiteit. Idealen zullen, zo stelde Michael Ignatieff afgelopen zomer in zijn Thomas More-lezing over 'mensenrechten en terreur', vaak millimeter voor millimeter moeten worden bereikt. Het grote gebaar en de symboolpolitiek helpen ze om zeep. Alleen via een nauwgezette en geduldige analyse van de werkelijkheid kunnen ze een beetje dichterbij worden gebracht.

Het voorbeeld van Machiavelli laat dit fraai zien. Hij koesterde één groot ideaal: de eenwording van Italië. Om dat te bereiken bestudeerde hij de politieke werkelijkheid van zijn tijd. Vijfentwintig hoofdstukken van 'De Vorst' gaan hier aan op. Pas in het zesentwintigste en laatste hoofdstuk volgt zijn oproep om Italië 'uit handen van de barbaren te bevrijden' en te verenigen. Het duurde meer dan drie eeuwen voordat dit ideaal werd gerealiseerd. Al die tijd werd het, mede dankzij het werk van Machiavelli, levend gehouden. De algemene politieke les die ik hieruit trek, is dat idealen minder dan 4 procent van het politiek bedrijf moeten uitmaken, maar dat ze wel degelijk richtinggevend mogen zijn.

Ook voor de slachtoffers zelf die men wil helpen, kan een te snelle en te grote nadruk op het individuele geweten averechtse gevolgen hebben. Als die slachtoffers geen dankbaarheid tonen, kan door een ook uit de psychotherapie bekend mechanisme het slachtoffer veranderen in een schuldige of zelfs een vijand. Idealisme slaat dan om in een gemoedstoestand die, zo stelt Pieter Hilhorst met recht, 'erger is dan onverschilligheid': in weerzin en afkeer. Ignatieff heeft het over 'de verleiding van de morele afkeer'. Bij Dutchbat is daar zeker sprake van geweest. Zij vertrokken volgens de in het Niod-rapport geciteerde humanistische raadsman B. Hetebrij met 'de verwachting dat de moslims hen wel geweldig zouden vinden'. Toen de ontvangst door de slachtoffers eerder kil en vijandig dan hartelijk was, veranderden de moslims al gauw in 'dat geitenvolkje' en zelfs in 'dat vee'. Wat voor Dutchbat in extreme mate gold, zien we ook met een breder publiek gebeuren. De duidelijke omslag in de publieke opinie ten aanzien van politieke vraagstukken die het eigen nationale belang overstijgen, kan niet los gezien worden van de te hoog gestemde idealen uit het recente verleden.

Premier Kok benadrukte bij het aftreden van het kabinet zijn integriteit. 'Ik kan iedereen recht in de ogen kijken.' In de politiek gaat het echter niet primair om persoonlijke integriteit, maar om de feitelijke uitkomsten van een bepaald beleid.

Kok besefte dat hij 'de schijn' tegen had met zijn terugtreden. Paars liep op zijn laatste benen, Pronk deserteerde al half, het gezamenlijk aftreden leek een groots maar leeg gebaar. Weer viel Kok op zijn integriteit terug. 'Wie mij een beetje kent, weet dat ik een honderd procent eigen, integere afweging heb gemaakt.'

Het zou flauw zijn om hier met Hannah Arendt op te merken dat 'de duisternis van het eigen hart' voor de betrokkene zelf vaak niet erg doorzichtig is. Belangrijker is dat het in de politiek niet om het zijn, maar om het schijnen gaat, om dat wat voor iedereen zichtbaar is. Er is geen 'echte' werkelijkheid die verborgen is om al dan niet via een bekentenis zichtbaar te worden. Er zijn politieke handelingen met hun manifeste gevolgen en die moeten beoordeeld worden. Dat proces van oordelen zal nooit worden afgesloten zolang het drama van Srebrenica ons land achtervolgt; het boek Srebrenica kan niet simpel op grond van beter en meer gedocumenteerd feitenmateriaal worden dichtgedaan, zoals Bert Bakker, de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie, hoopt. Bakker meent dat de enquête 'een finaal oordeel' kan opleveren.

Het zou al heel wat zijn als ze vanuit het perspectief van het parlement een politiek oordeel opleverde over de verantwoordelijkheden van vooral de politiek en het leger. Het debat over de verantwoordelijkheid van andere maatschappelijke actoren, waaronder het IKV, verdient het voortgezet te worden.

Wie de verslagen over Srebrenica leest komt het begrip 'doormodderen' om de haverklap tegen. Dit doormodderen komt volgens de filosoof Hans Acherhuis voort uit te veel moraal en te veel IKV-emotie. 'Hard, gericht en duidelijk optreden à la Machiavelli had het voormalige Joegoslavië ongetwijfeld minder te gronde gericht dan de politiek van appeasement die nu werd gevolgd.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden