Macedonische iconen van ongekende schoonheid

Iconen komen uit Rusland, denkt de leek. Maar ook Macedonië heeft zijn iconen. Deze zijn niet alleen ouder dan de Russische, maar ook helderder en veel rijker van kleur. Het Catharijneconvent stelt ze nu tentoon.

Museum Catharijneconvent in Utrecht heeft zijn expositie van iconen uit Macedonië de titel 'Ongekende Schoonheid' meegegeven. Aan die naam mag een dubbele betekenis worden ontleend: het gaat om ongeëvenaarde kwaliteit en bovendien zijn iconen uit de voormalige Joegoslavische deelstaat in het westen volslagen onbekend.

Veel bekender zijn bij ons de Russische iconen, die weliswaar in groten getale vervaardigd zijn, maar ook veel jonger zijn dan de Macedonische. In sommige delen van Rusland, zoals in de huidige Oekraïne, deed het christendom pas in de tiende eeuw zijn intrede.

Op de zuidflank van de Balkan is dat een heel ander verhaal. De huidige republiek Macedonië strekte zich ooit over een veel groter grondgebied uit dan nu, dat zo'n beetje het hele traject van de Adriatische Zee tot aan het huidige Griekse Thessaloniki omvatte.

De apostel Paulus moet in de eerste eeuw behalve Athene ook Thessaloniki hebben bezocht, wat er indirect de reden van moet zijn geweest dat Macedonië rijp voor missionering en kerstening werd. Het christendom werd omstreeks de vierde en vijfde eeuw in deze gewesten geïntroduceerd, niet veel later dan in de oudste christelijke landen Armenië en Georgië. Tegenwoordig behoort 60 procent van de bevolking tot de Macedonisch-orthodoxe kerk, maar er is ook een klein deel dat tot de katholieke kerk (volgens de Byzantijnse ritus) behoort, naast circa 30 procent moslims, meestal van Albanese of Turkse afkomst.

Of er meteen na de kerstening in Macedonië iconen zijn vervaardigd, is niet bekend. De oudste iconen op de tentoonstelling in het Catharijneconvent dateren uit de vijfde en zesde eeuw. Het gaat om voorstellingen van het kruis of de aartsengel Michael die in reliëfvorm in terracotta (klei) staat afgebeeld. Ook soldaatheiligen als Theodorus, Joris en Christophorus, die door de christelijke legioenen onder de Romeinse bezetting werden vereerd, staan in klei afgebeeld. En hoewel de samenstellers van de expositie in Utrecht het woord 'icoon' hier niet gebruiken, is het duidelijk dat de terracotta's regelrechte voorlopers ervan zijn geweest. Geschilderde iconen op paneel zijn net als in Rusland van latere datum.

De Macedonische iconen die in het Catharijneconvent te zien zijn, blijken van majestueus formaat te zijn. Denk je bij Russische iconen aan een handzaam formaat dat gemakkelijk onder de arm is mee te nemen, de Macedonische versies kennen museale afmetingen van ongeveer 130 bij 90 centimeter, zodat de afgebeelde heilige de kerkgangers al van verre lijkt te willen begroeten.

En hoewel dat op een tentoonstelling als deze natuurlijk niet mogelijk is te laten zien, vraag je je vaak af wat dan wel de maten moeten zijn van de muurschilderingen in de Macedonische kerken - waarvan er in de republiek nog zo'n 1200 staan, in een land dat een grootte heeft van driekwart van Nederland.

Wie vluchtig met iconen in aanraking is gekomen, zal zich niet snel afvragen waar ze vandaan komen. Ze lijken op het eerste gezicht allemaal op elkaar. In principe is dat ook juist, want de Byzantijnse voorschriften om tot het maken van een icoon te komen, kwamen met de door missionering gedreven monniken mee. Ze blijken zelfs nauw te zijn omschreven, afgaande op de al snel clichématig gehanteerde werkwijze.

Toch, wanneer een Grieks icoon naast een Russisch icoon is te zien (het liefst natuurlijk uit dezelfde tijd) vallen de verschillen direct op. Allereerst is daar de inhoud: de Macedonische kerk had tal van eigen heiligen die door middel van een icoon werden vereerd. Het lijkt er op dat met de cultus rond de aartsengel Michael een figuur werd gecreëerd die van nationaal belang zou worden. Maar ook de interpretatie van het leven van bijvoorbeeld de evangelisten en andere apostelen kan een reden voor verschillen zijn.

Een wezenlijk punt van onderscheid is verder de intensiteit van de kleur. Macedonische iconen staan bekend om hun grote helderheid, ze vormen als het ware de kern van het licht. Iconenschilders zijn verplicht te werken met de grondstoffen (pigmenten) die in het eigen gebied worden aangetroffen. En dan blijkt de aarde in Macedonië van een geheel andere samenstelling te zijn dan die duizend kilometer naar het noordoosten.

Kleur speelde een voorname rol in de bloeitijd van de iconenschilderkunst die in Macedonië zo tussen 1100 en 1350 lag. In die paar eeuwen werden in het land stilistische middelen bedacht die later door het westen vrijelijk zouden worden overgenomen. Sterke voorbeelden daarvan zijn de spitse vingers waarmee Christus een zegenend gebaar maakt of Maria haar Kind liefdevol vasthoudt. Die stijl zou later een dominante rol krijgen bij de schilders van de gotiek en de Vlaamse Primitieven. Vormden de Vlaamse schilders op zich al een bruggenhoofd naar de Renaissance, bij de Macedonische iconenschilders is de belangstelling voor de menselijke gestalte al in de late Middeleeuwen merkbaar.

Italië heeft deze 'oosterse' invloed op de Renaissance nooit willen erkennen, maar het Catharijneconvent laat het belang van de iconencultuur van Macedonië scherp zien.

Expositie
'Ongekende Schoonheid. Iconen uit Macedonië', t/m 11 mei in Museum Het Catharijneconvent, ingang Lange Nieuwstraat 38 in Utrecht, geopend: di-vr 10-17 uur, za, zo en feestdagen 11-17 uur. Gesl. ma en Koninginnedag. Bij de expositie verschijnt het boek 'Ongekende Schoonheid' in samenwerking met uitgeverij Waanders, tekst van gastconservator Désirée Krikhaar, 29,95 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden