Macbeth als moordmachine

'Macbeth'
Toneelgroep Amsterdam. Regie: Johan Simons. Rabozaal Amsterdam. www.tga.nl of www.hollandfestival.nl

"Kom. Kom maar op." Zacht, vriendelijk haast begint 'Macbeth' met een aansporing van de hoofdpersoon aan zijn latere moordenaar. Zodra het schot klinkt, begint Macbeth licht te stuiteren als een door ontbindingsgassen opgeblazen lijk, maar even moeiteloos gaat die beweging over in een woeste galop. Deze Macbeth komt, met Banquo aan zijn zijde, terug uit de oorlog en is onoverwinnelijk. Dat hem een toekomst als koning wacht, spreekt eigenlijk vanzelf. Ook dat hem die voorspelling, anders dan door de heksen bij Shakespeare zelf, wordt gedaan door zijn trawanten in bloed en dood. Net als hij gekleed in vaal geworden legerondergoed.

Deze Macbeth spot met de dood en wentelt zich wellustig in zijn zelfgeschapen visioen. Het begin van de voorstelling is mateloos opwindend. Als spel in een spel, dat Macbeth stevig in de hand heeft, al zie je aan zijn ogen hoe hij soms even de controle dreigt te verliezen. Het is een spiegel van het kwaad dat in ons allen huist. Niet voor niets begint de handeling op een tribune achter op de speelvloer. En blijft het zaallicht lang aan om het publiek daarvan te doordringen.

Onnodig, dat laatste, en net een onsje te veel. Meer van zulke onsjes helpen de gruwel, die je onwillekeurig bij de strot moet grijpen, vaker om zeep. De bloederigheid van het drama, de moorden die in het origineel alleen worden verteld, wordt breeduit gemeten. Uit koelboxen worden zakken toneelbloed boven de scène kapot gesmeten. Als een derde koelbox wordt opgedragen word je daar een beetje lacherig van.

De voorstelling krijgt grandguignoleske trekken. Als Lady Macbeth bij het feestdiner ter viering van Macbeth' pas verkregen koningschap diens bloeddoordrenkte paranoia afdoet met 'U moet dit als iets alledaags beschouwen', begin je eerder te grinniken dan dat de lach als een huiver door je ruggegraat trekt. En de laarsjes van Banquo's aan moord ontkomen zoon worden te opzettelijk als onschuld geëtaleerd om echt te kunnen raken.

Overdaad, ook aan duidelijkheid, schaadt, al kan het - en dat lijkt me hier de bedoeling - zulke vormen aannemen, dat het door het afstompende effect heen scheurt en tot een naakte confrontatie met het beest in de mens leidt. Dat gebeurt niet. Niet omdat het nog onmatiger had gemogen, maar omdat de voorstelling is gebaseerd op een denkfout.

Volgens regisseur Johan Simons en zijn dramaturg zou het een misverstand zijn dat 'Macbeth' over machtswellust gaat. Maar gaat het over moordlust. En zo kan het stuk eenvoudig worden verbonden met elke soldaat die in de oorlog over de grens van menselijkheid wordt geduwd en die de sensatie van het doden tot een levensbehoefte wordt.

En zo wordt deze Macbeth niet een man die koste wat kost zijn ambitie nastreeft, maar een brute moordmachine. Die niet alleen koning Duncan eigenhandig doodt, maar ook Banquo en de rest. Omdat het waarom akelig plat blijft, baart die bloeddorst eerder gelatenheid dan griezel. Dat Macbeth toch nog compassie verwekt, geldt dat wat mij betreft eerder de acteur, ofwel het zinderend tussen extremen heen en weer schietende spel van Fedja van Huêt als een zich in zichzelf verliezende man.

Hanny Alkema

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden