Macabere souvenirs van het slagveld

Natalie Nickerson stuurt een brief aan haar vriend en bedankt hem voor het opgestuurde cadeau: de schedel van een Japanse soldaat.Beeld getty

Moorden en martelingen vastleggen op beeld. De deze week uitgelekte foto's uit Syrië wekken bevreemding. Maar gruweldaden volgen soms hun eigen logica.

Geen sporen achterlaten en ze anders zoveel mogelijk uitwissen. Plegers en planners van genocide of grootschalige mensenrechtenschendingen doen meestal hun best om op te lossen in de geschiedenis. Verantwoordelijken willen er later vooral geen last mee krijgen.

De Duitsers hielden nauwgezet een administratie van de jodenvernietiging bij met namen, nummers en treinen, maar beelden lieten ze niet of nauwelijks maken. Als het al gebeurde werd er een loopje met de waarheid genomen: in Theresienstadt: Ein Dokumentarfilm aus dem jüdischen Siedlungsgebiet werd de kijker een modelkamp voorgespiegeld. Niet voor niets luidde de ondertitel: Der Führer schenkt den Juden eine Stadt. Veel medewerkers aan de film werden na de productie vergast in Auschwitz. De Zwitserse auteur Charles Lewinsky gebruikte dit gegeven nog voor zijn roman 'Terugkeer ongewenst'. De echte visuele impressies van de gruwelen in de kampen kwamen pas toen de geallieerden ze bevrijd hadden.

Aandenkens voor later
De geschiedenis kent zoals altijd uitzonderingen. Johannes Houwink ten Cate, hoogleraar Holocaust- en genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam, weet er uit het blote hoofd wel een paar te noemen. In de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh veranderde een middelbare school in 1975 onder het bewind van Pol Pot in een martelcentrum. Minstens zeventienduizend mensen vonden er een gruwelijke dood. Op het totaal van een tot twee miljoen slachtoffers van vier jaar Rode Khmer niet eens zoveel. Toch werd Tuol Sleng een begrip. Omdat het niet bij martelen alleen bleef. De gemartelden werden in veel gevallen gefotografeerd, nogal eens voor en na behandeling.

Paramilitairen, die zich de Schorpioenen noemden, lieten filmen hoe ze afrekenden met mannen uit de moslimenclave Srebrenica. Een Servisch tv-station zond de executie destijds uit. Uit een later opgedoken tape bleek dat ook de martelingen werden vastgelegd. "Gruwelijk materiaal", volgens Houwink ten Cate, dat veel later tot veroordelingen van de verantwoordelijken leidde.

Het lijkt in de natuur van deelnemers aan een strijd te zitten om aandenkens voor later te verzamelen. Wij mogen het woord trofee dan tegenwoordig associëren met sportprijzen of mensen met een demonstratief getoonde, opvallend mooie partner, het is te herleiden tot de antieke gewoonte om met wapens van overwonnen vijanden (zwaarden, speren, helmen en meer) een monumentje voor de zege op te richten. De krijgsgeschiedenis is ook vergeven van de voorbeelden waarin lichamen van tegenstanders en vooral delen ervan dienst deden als souvenirs. Afgehakte hoofden gespiest op palen of speren moesten triomf uitstralen en tegelijkertijd afschrikken. Keltische ruiters hadden er quasi-nonchalant wat aan hun paard bungelden. Andere volkeren scalpeerden.

Schedels
In het Europa van de Tweede Wereldoorlog deden ze het niet, maar tijdens de strijd in de Grote Oceaan was het redelijk gewoon dat Amerikaanse militairen schedels van Japanners verzamelden. Kennelijk werden de Aziaten bewust of onbewust als minderwaardiger ras gezien. Het Amerikaanse tijdschrift Life publiceerde in mei 1944 een foto van een meisje dat bij een door haar liefje opgestuurde schedel een bedankbrief voor het cadeau schreef. President Franklin Delano Roosevelt toonde zich niet veel later verheugd toen hij van een congreslid een van Japans bot gemaakte brievenopener cadeau kreeg. Pas toen burgers, politici en mensen uit de kerkelijke wereld hun verontwaardiging lieten blijken, maakte de president duidelijk dat gevallen vijanden met respect moesten worden behandeld.

Zijn dit de jachttrofeeën van het slagveld, varianten op het gewei of de zwijnenkop aan muur, foto's van gruwelen zijn wat meer indirecte souvenirs. De bekendste kiekjes van de afgelopen jaren zijn die van Amerikaanse militairen in de Abu Ghraibgevangenis poserend met hun Iraakse slachtoffers. Ze schokten tien jaar geleden de wereld.

Houwink ten Cate sluit uit dat het bij de Syrië-foto's die deze week uitlekten, gaat om aandenkens voor later. Daarvoor zijn het er ook simpelweg te veel. Hij kan slechts gissen naar de motieven achter de grote hoeveelheid foto's. "Misschien moet het op een lager niveau gezocht worden. Mijn vermoeden is dat het zou kunnen gaan om politiefunctionarissen die zich willen bewijzen ten opzichte van de hoogste leiding. Documenteren om de ijver te bewijzen. Wij doen ons best. Het ligt niet aan ons dat de oorlog niet sneller gewonnen wordt."

Oproepen tot verhoogde inzet kunnen gruwelijk uitpakken. Houwink ten Cate verwijst naar het bloedbad in het dorp My Lai in maart 1968, waar Amerikanen honderden onschuldige Vietnamezen ombrachten. "Luitenant William Calley die er later voor terechtstond, zei dat hij van hogerhand de opdracht had gekregen een tandje bij te zetten." De op deze manier beschuldigde kapitein wast zijn handen in onschuld. Volgens hem er was er sprake geweest van een misverstand: hij had "kill the enemy" gezegd en niet "kill everyone".

Topdown-organisatie
Fred Grünfeld, hoofddocent internationale betrekkingen aan de Universiteit Maastricht en verbonden aan het Centrum voor de Rechten van de Mens, acht zo'n zelfstandig initiatief in lagere regionen van het Syrische regime onwaarschijnlijk. "Bij genociden en andere grootschalige mensenrechtenschendingen blijkt bijna altijd hoe de plannen op hoog niveau zijn doordacht en de opdrachten vervolgens worden doorgeleid naar de uitvoerders. Voor Syrië geldt dat extra, omdat het een erg centralistisch geleid systeem is, dat tot in alle uithoeken het gedrag van zijn mensen kan controleren. Wat dat betreft is de controle vergelijkbaar met die in de voormalige Sovjet-Unie of de DDR."

De topdown-organisatie draagt volgens Grünfeld bij aan het slagen van een genocide of grootschalige mensenrechtenschendingen. "Het wordt mensen gemakkelijk gemaakt om mee te helpen. Liefst krijgen ze ook een deeltaak, zodat het lijkt alsof ze zelf geen verantwoordelijkheid dragen voor de gruwelijkheden. Daarvoor is de tegenstander al gedehumaniseerd. Het te martelen of te doden individu is al lang geen naaste, buurman of landgenoot meer maar een vijand. De mens is een ding geworden. De uitvoerder heeft vaak de indruk dat hij geen kwaad maar juist goed doet. Met zijn handelen verkrijgt hij waardevolle informatie, de nationale zaak gediend of de groei van het verzet afgeremd.

Laat het ondertussen niet aan de buitenwereld zien, was ondertussen het devies. Grünfeld: "Zelfs de foto's die nog niet zo lang geleden naar buiten kwamen van bewakers en ander personeel van Auschwitz, lachend en accordeon spelend tijdens een ontspannen dagje uit, waren bedoeld voor eigen gebruik."

Beproefde strategie
Blijft de vraag waarom er foto's zijn gemaakt en dan ook nog eens zo veel? "Misschien wilde de Syrische leiding ze gebruiken om partijen schrik aan te jagen." In dat geval moeten Assad en de zijnen een andere timing in gedachten hebben gehad. Het moment waarop de Amerikaanse nieuwszender CNN en de Britse krant The Guardian de foto's naar buiten brachten, kon nauwelijks ongelukkiger. De internationale vredesconferentie in Montreux stond op het punt om te beginnen. Damascus had even belang bij een vriendelijk gezicht.

Volgens Grünfeld staat het vastleggen van gruweldaden ook haaks op de beproefde strategie van de vader van Assad, die als president een opstand van de Moslimbroederschap in Hama in 1982 smoorde in geweld. "Er vielen tienduizenden doden. De stad ging op slot. Foto's en filmbeelden kwamen er niet. Het werkte. De wereldgemeenschap liet Assad senior ermee weg komen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden