Maatwerk is de maat der dingen

Zorgstelsel, dvd-speler en de combinatie werk en zorg maken het leven al te ingewikkeld. Dapper streven we naar orde en eenvoud. Steeds mislukt het. Want we willen ook maatwerk. En dat gaat niet niet samen.

Pprettig zou het leven zijn als alles wat minder ingewikkeld was. Als er geen nieuwe ziektekostenpolissen waren. Als de dvd- speler een korte en duidelijke handleiding had. Dan was er eindelijk tijd voor alles wat echt belangrijk is: werk, vrienden, boeken, sportclub én gezin. Als het leven simpeler was konden de kerstinkopen op rustige momenten gedaan worden en de visites aan diverse opa’s, kinderen, stiefkinderen en – moeders gewoon allemaal tegelijk afgelegd. Het zou veel tijd schelen, en ook veel gedoe.

We zijn weer op zoek naar eenvoud. Nadat de mobiele telefoons eerst steeds geavanceerder werden, met sms, camera, internet en duizend beltonen, is er nu vraag naar een vooral simpele gsm met maar enkele knoppen. Hoe oud is de irritatie niet over onbegrijpelijke technische apparaten. Philips heeft ’Sense and Simplicity’ zelfs tot slogan verheven, onder het motto ’Het leven is al ingewikkeld genoeg’.

Maar die eenvoud ligt niet voor het oprapen. Wel proberen we het leven eenvoudiger te maken, door bijvoorbeeld het schema met huishoudelijke taken overzichtelijk op de koelkast te hangen. Voortaan geen gesoebat meer tussen de drie pubers in huis over de twee gezamenlijke maaltijden per dag: tegen etenstijd loopt de tafeldekker-van-dienst uit zichzelf met borden en bestek naar de tafel. Bij het afruimen staat weer een ander op. Zo gezegd, zo gedaan. Het móet werken. De eerste week verloopt inderdaad vlekkeloos en de tweede ook.

Maar dan begint het.

Degene die op zaterdagavond altijd afruimt (meer gangen, vrienden die mee- eten) heeft veel meer te doen dan degene die op maandag afruimt (pizzadag). Of er gecompenseerd kan worden, is het verzoek. Pogingen om te ruilen leiden tot ingewikkelde briefjes die naast het schema komen te hangen. Wie zaterdagavond de klos is hoeft een keer minder af te ruimen bij het ontbijt, daar is iedereen het over eens. Maar de anderen moeten vroeg naar school en kunnen die taak niet overnemen. Dus komt er een regeling met even en oneven weken, zo ingewikkeld dat er dagelijks weer veel gedoe over is. Waarmee we terug zijn bij af.

Ook het zorgstelsel moest zaken versimpelen. Maar niemand zal de opties die hem dezer dagen worden voorgehouden associëren met eenvoud. Integendeel, elke verzekeraar doet alles net even iets anders en dat maakt vergelijkingen bijna onmogelijk.

Steeds krijgen we het voor elkaar om alles ingewikkeld te maken terwijl dat eigenlijk niet hoeft. Al roept iedereen in een eerste reactie: „Geweldig! Doen, doen, doen!”

Zo dreigde de Poolse stad Bialystok aan het eind van de negentiende eeuw ten onder te gaan aan spraakverwarring. Er werden vier talen gesproken: Pools, Russisch, Jiddisch en Duits. Het zou een stuk handiger zijn als alle inwoners een gemeenschappelijke taal hadden. Maar welke? De oplossing werd bedacht door een veertienjarige jongen, de Jiddisch- sprekende zoon van de joodse oogarts Zamenhof. Hij construeerde een nieuwe taal, dus aanvaardbaar voor alle partijen en zo makkelijk dat die snel te leren zou zijn. Het Esperanto.

In theorie lag niets het Esperanto in de weg om de wereld te veroveren. Toch zijn er tegenwoordig wereldwijd slechts 100000 mensen die het spreken, onder wie trouwens multimiljonair en beursspeculant George Soros. Er zijn weliswaar Esperanto-kinderkampen en er bestaat zelfs porno in het Esperanto, maar de grote doorbraak blijft al honderd jaar uit. Het Engels heeft gewonnen. Een veel ingewikkelder taal, waartegen het eenvoudiger Esperanto het heeft afgelegd. Marc van Oostendorp, oud-hoogleraar Esperanto, weet wel waarom de Engelse taal het gewonnen heeft. „Het Engels heeft alles mee. Er hoort een rijk bij, een economische macht, een amusementswereld.” En ondanks de eenvoudige grammatica vergt het toch enige moeite om Esperanto te leren. „Mensen zijn er te lui voor.”

Eenvoud heeft nog wel andere kanten die niet zo aanlokkelijk zijn. Eenvoudige mensen zijn de types die zich laten beduvelen door aan-de-deurverkopers. Zoals mevrouw Lauwereyssen uit Willem Elsschots ’Lijmen’. Ze jammert over haar been. De aalgladde verkoper Boorman loopt over van begrip voor mevrouws fysieke klachten. Tevens verkoopt hij haar honderdduizend exemplaren van zijn Wereldtijdschrift – een hele eer, want het nummer zal volledig aan Lauwereyssens expertise in keukenliften zijn gewijd. „Hij stopte ’t mens een vulpen in de hand en wees haar de stippellijn onder ’de koper’ aan, waar zij tekende.”

Het Wereldtijdschrift is een farce en, zoals Boorman zijn kompaan toevertrouwt, de bestelde hoeveelheid buitensporig: „Honderdduizend is veel, zeer veel, nog veel meer dan zij vermoeden, dat geef ik toe. Want het is wel gauw uitgesproken, maar als je ze dan voor je ziet liggen, dan is het nog iets heel anders.” Maar als mevrouw Lauwereyssen spijt krijgt, en dat gebeurt al heel snel, is „het papier geleverd en de oplaag onherroepelijk bepaald”. Helaas.

Zo weerloos als mevrouw Lauwereyssen is door haar eenvoud, zo vervelend zijn kruiswoordpuzzels die te simpel zijn. Die roepen al gauw gevoelens van diepe nutteloosheid op. Nee, dan liever een sudoku op vijfsterrenniveau, dan kunnen we ons helemaal geven.

Eenvoud werkt op de zenuwen: zelden voelt concertpubliek zich zo ongemakkelijk als tijdens de uitvoering van een van de eenvoudigste composities die ooit gemaakt zijn: 4’33” van John Cage, een werk uit 1952. Het bestaat uit 4 minuten en 33 seconden stilte.

Toch blijven we gevoelig voor de aantrekkelijke kanten van eenvoud, zoals ritme, vanzelfsprekendheid, een vaste opeenvolging van dingen. Een leven waarin allerlei moeilijke, maar eigenlijk overbodige keuzes niet bestaan, waarin alleen ruimte is voor het noodzakelijke, dat wat er echt toe doet. Of, in de woorden van Herman Boerhaave, de Leidse medicus uit de 18de eeuw: ’Eenvoud is het kenmerk van het ware’.

Van zo’n heerlijke eenvoud genieten kleine kinderen. De ouders zijn hun universum en de ultieme waarheid. Ook natuur en platteland staan voor eenvoud, althans voor de stadse mens die niet beter weet.

De wandelaar die de schoenen in de klei zet, de wangen koud voelt worden en met spijt het eindpunt van een tocht bereikt, weet het zeker: de natuur is genieten van het pure, onveranderlijke. En de toerismesector beaamt het. Ga, al is het maar twee weken, leven als een kluizenaar in de Spaanse bergen, zo raadt een site voor vakanties in de Pyreneeën aan: „Je eigen spiritualiteit herontdekken of verdiepen, onthaasting, ontspanning, rust, welbevinden, enkel het noodzakelijkste, half-vasten, lichaamsbesef, ontmoeting met je eigen geweten, natuurlijke meditatie.”

En voor wie dat zweverig klinkt: hoe onnavolgbaar veel wis-, natuur- en sterrenkundigen vaak klinken als ze over hun vak praten, ook zij beschouwen het als een groot goed de eenvoud in de complexiteit van het leven te doorgronden. Albert Einstein zocht vooral naar schoonheid en eenvoud in zijn natuurwetten. Het leverde doorbraken op als de ontdekking van de speciale relativiteitstheorie: E=mc2. Biologen bestuderen graag jarenlang één enkel organisme om tot het hogere, de essentie te komen. Pure eenvoud.

Waarom worden initiatieven die dat dichterbij moeten brengen dan toch telkens weer zo complex? Het nieuwe zorgstelsel moest simpeler zijn, helder inzicht geven in de prijs. Geen verschil meer tussen ziekenfonds en particuliere verzekering, maar een basispolis voor iedereen. Maar de eenvoud van die opzet is volledig uit het oog geraakt door het woud van keuzemogelijkheden, waardoor ieder die polis kan samenstellen die precies past bij de eigen situatie.

Waaruit meteen het grote nadeel van eenvoud blijkt: het geeft niet veel ruimte voor variatie.

Eenvoud botst kortom met onze behoefte aan maatwerk. We eisen dat van de overheid, we verwachten het thuis en we genieten ervan dat we ons in deze luxe kunnen baden. Wie een broodje bestelt, krijgt deze wedervragen: „Meergranenbol, pistoletje of bagel, margarine, roomboter of halvarine, gezouten of ongezouten? Oude, jonge, komijne- of Magorkaas? Gerookte, schouder-, achter- of Schwarzwalderham?”

Het vergt meer tijd, het vergt enig nadenken, de rij wordt iets langer, het kost wat meer. Maar dat vinden we stukken aangenamer dan een klef wit standaardbroodje jonge kaas.

Of zou iemand echt zitten te wachten op een land met één belastingtarief, één zorgverzekering, één kleur lippenstift en alleen blauwe oogschaduw? Waar de keuze is: werken óf thuis. Waar apparaten met te veel knoppen uit de winkels verdwijnen, en van alle andere technische apparatuur voortaan nog maar één model op de markt komt. Daar zou dan eigenlijk ook één taal moeten worden gesproken: Esperanto. Waarom niet?

Een land zonder maatwerk, dat zou even wennen zijn. Want maatwerk is de maat der dingen geworden.

Dat is niet alleen omdat de verwende burger regeert. Het heeft ook te maken met ons gevoel van rechtvaardigheid. We willen rekening houden met de verschillen, voordelen en tegenslagen waarmee mensen te maken hebben. Lasten en lusten moeten zo eerlijk mogelijk verdeeld worden. In onze samenleving is daar alles op ingericht, op de koelkast en in de zorg. En daar wordt alles nu eenmaal heel ingewikkeld van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden