MAATJES

In menig Nederlands huishouden is de tweezitsbank sinds zaterdag weer een tribune. Voor de man. De vrouw blijft onbewogen onder alle opwinding. Ongeïnteresseerd maar gedienstig serveert zij de pils en de zoutjes. Wat meldt de wetenschap over sport op televisie? En over dit cliché?

Een voetbalweduwe houdt niet van sport op televisie. Ze kijkt wel mee, maar is er met haar gedachten niet bij. Ze glimlacht als haar man juicht, ze haalt haar schouders op als hij treurt over een tegendoelpunt. U herkent zich in dit stereotype, en u voelt zich misschien door uw man verlaten, maar er zijn altijd nog wetenschappers die zich om u bekommeren.

Waarom, zult u zich wellicht afvragen. Tenslotte kreunt en steunt uw man ook als ú (weet u nog, we hebben u ingedeeld bij een stereotype!) naar een dramaserie kijkt, en van een soapweduwnaar hebben ze in de communicatiewetenschap nog nooit gehoord. Welnu, Amerikaanse onderzoekers vinden sport een speciaal geval. Er is veel meer sport dan drama op tv, en bijna alle sport wordt uitgezonden in de avonduren en in de weekeinden, als het hele gezin thuis is. De kans dat sport het huiselijke sociale verkeer beïnvloedt, is dus veel groter.

Maar laten we bij uw man beginnen. Wat weet de wetenschap eigenlijk van mannen die sport kijken op televisie? In elk geval dat ze in hun mannelijkheid worden bevestigd, menen de Amerikaanse onderzoekers Ava Rose en James Friedman. Veel sport is gericht op kracht en actie. Op televisie worden de sterkste staaltjes (de overtredingen, de technische hoogstandjes) tijdens herhalingen en close-ups nog eens naar voren gehaald en met stemverheffing geanalyseerd door de commentator.

Die commentator heeft een veel grotere invloed op het kijkplezier dan uw man wellicht zou willen toegeven. In 1976 lieten Amerikaanse wetenschappers drie groepen proefpersonen kijken naar een partij tennis op televisie. De spelers waren onbekenden, dus door hen konden de kijkers hun mening niet laten beïnvloeden. Ze zagen dezelfde wedstrijd, alleen het commentaar was verschillend. De eerste groep keek naar een partij die neutraal werd becommentarieerd, bij de tweede legde de commentator de nadruk op de goede verstandhouding tussen de beide spelers en commentator nummer drie beweerde juist dat ze elkaars bloed wel konden drinken. Die laatste uitzending scoorde veruit het hoogst.

Misschien heeft u zoveel bloeddorstigheid nooit ontdekt in die goedzak met die zoutjes op de bank, maar in het algemeen willen sportkijkers dus blinde haat zien. Als de wedstrijd daartoe geen aanleiding biedt, dan moet de commentator het maar doen. Hij moet niet beweren dat een partij aardig, leuk of spannend is, nee, hij moet elke speler met een schaafwondje direct de operatiekamer in praten en zijn teamgenoten oproepen wraak te nemen. Als voetbal geen oorlog ís, dan moet het maar oorlog wórden.

Soortgelijke bevindingen kwamen naar voren uit een Amerikaanse studie uit 1977. Op verzoek van onderzoeker Jennings Bryant van Indiana University keken proefpersonen naar ijshockeywedstrijden. De kijkers lieten hun waardering niet bepalen door het geweld dat zich op het ijs voordeed; het begeleidende commentaar was ook hier doorslaggevend.

Een poeslieve wedstrijd die door de commentator als bikkelhard werd bestempeld, werd door de kijkers als zodanig ervaren en dus beter gewaardeerd. Acties waarvan de gewelddadigheid door de commentator werd gebagatelliseerd, leidden tot minder voldoening bij de kijkers. In 1981 is een soortgelijke studie uitgevoerd, en toen is apart gekeken naar het oordeel van de vrouwelijke kijkers. Zíj bleken wedstrijden die zij, wellicht onder invloed van de commentator, als gewelddadig ervoeren niet per definitie hoger te waarderen.

Toch moet u niet meteen het ergste denken van die sportcommentatoren. Volgens Ava Rose en James Friedman doen ze zelfs nuttig werk. Een commentator deelt zijn kennis over het spel en de spelers met zijn gehoor, en trekt de kijkers daardoor als het ware in een dialoog. En dat is goed, want dit biedt hen de gelegenheid het hart te luchten.

Tijdens een wedstrijd op tv kunnen mannen niet alleen opgekropte haatgevoelens ventileren, ook op een subtieler niveau worden ze sociaal bijgeschoold. Op het werk durft uw man bijvoorbeeld het 'gelijk' van zijn superieur niet altijd te betwisten, een commentator of een scheidsrechter is een veiliger, want anoniem, doelwit van frustratie. Sport kijken traint vaardigheden trainen die juist na het laatste fluitsignaal in gematigder vorm van pas komen. Of u, mevrouw, blij moet zijn met een mondiger echtgenoot is natuurlijk een tweede.

Of uw man tijdens het sport kijken blij is met úw aanwezigheid, is ook nog maar de vraag. Het lijkt erop dat hij zich in gezinsverband flink moet beheersen voor de buis. Dat blijkt uit een studie van de onderzoekers Walter Gantz van de Universiteit van Indiana en Lawrence Wenner van de Universiteit van San Francisco, de actiefste onderzoekers op dit gebied.

Gantz en Wenner belden zevenhonderd inwoners van Indianapolis en Los Angeles en vroegen hen wat ze zoal doen tijdens het kijken naar sport op televisie. Zijn ze omringd door familie, dan blijken ze beduidend minder te eten, drinken, roepen en stampen dan wanneer ze met vrienden zijn en de sociale controle kennelijk minder strikt is.

Opmerkelijk is dat uit onderzoek nooit is gebleken dat sport kijken met anderen beduidend leuker is dan in je eentje. Op verzoek van Barry Sapolsky en Dolf Zillmann van de Universiteit van Indiana keken 83 proefpersonen (50 mannen en 33 vrouwen) naar de basketbalwedstrijd tussen de Verenigde Staten en het voormalig Joegoslavië tijdens de Olympische Spelen van 1976. Ze deden dat in hun eigen omgeving, in het voor hen gebruikelijke sociale verband: alleen of met anderen. Op papier gaven ze een cijfer dat hun voldoening aangaf bij elk gescoord punt. Toen de groep na afloop van de wedstrijd werd opgesplitst in individuele en gezelschapskijkers, bleek dat beide categorieën kijkers de wedstrijd ongeveer gelijk hadden gewaardeerd.

Aanvankelijk konden de onderzoekers één uitkomst van de studie niet verklaren. De acties van het Amerikaanse team in beide groepen werden ruwweg hetzelfde beoordeeld, maar de waardering voor de Joegoslavische ploeg nam toe met de grootte van de groep kijkers. Ook individuele kijkers konden een knap gescoord punt van de Joegoslaven wel waarderen, maar mensen die in een kleiner gezelschap van twee tot vier personen keken, betreurden de Joegoslavische treffers relatief sterker.

Om dit verschijnsel te verklaren, keken de onderzoekers naar de samenstelling van de groepen kijkers. De kleinere gezelschappen bleken vooral uit vrienden te bestaan. Hoe groter de groep, hoe meer vreemden erbij waren. De sociale controle die er in een kleine groep wel heerst, en die juichen voor de tegenstander niet tolereert, is volgens de onderzoekers minder sterk in de 'massa' van een volle huiskamer of cafe. En in je eentje hoef je je helemaal niets aan te trekken van de voorkeuren van een medekijker - die is er niet!

Mevrouw, u bent nu misschien iets wijzer geworden over het kijkgedrag van uw man. Maar u kent vast ook vrouwelijke sportliefhebbers. Ze zijn kleiner in getal, maar zijn ze ook minder fanatiek als ze sport kijken op tv? Over deze vraag hebben Walter Gantz en Lawrence Wenner zich vorig jaar gebogen. Wederom belden ze met zevenhonderd mensen, die ze ditmaal in vier categorieën verdeelden: mannelijke sportfans, vrouwelijke sportfans, mannelijke niet-sportfans en vrouwelijke niet-sportfans.

Uit de studie kwam naar voren dat de onderzochte mannelijke en vrouwelijke fans in hun gedrag voorafgaand aan de uitzending (met anderen over de wedstrijd praten, iets lezen over het evenement, vroeg inschakelen om niets te hoeven missen, alvast een biertje pakken) nauwelijks van elkaar verschilden.

Wel waren er verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke niet-fans. Ondanks hun gebrek aan interesse toonden de mannen zich beduidend meer betrokken bij de wedstrijd. De vrouwelijke niet-fans vormden echt een groep op zichzelf. Hun testresultaten verschilden sterk met die van de fans, maar bleven zelfs achter bij de mannen die zichzelf ook niet als liefhebber beschouwden.

Ze waren oprecht niet geïnteresseerd in sport, keken uitsluitend omdat familie en vrienden keken of omdat ze niets anders te doen hadden. Ze toonden zich vrijwel ongevoelig bij winst of verlies van 'hun' club. Veel vaker dan de leden uit de andere drie groepen gingen ze, uit 'beleefdheid' met één oog televisiekijkend, iets in het huishouden doen.

We zijn inmiddels aangeland bij de hoofdkwestie, en die zag u misschien al aankomen: is het schadelijk voor uw relatie dat uw man zoveel naar sport kijkt? Het gezonde verstand zegt dat sterk uiteenlopende interesses binnen een relatie tot conflicten kunnen leiden, als die interesses botsen. Door de aard, de duur en de uitzendtijden van sportwedstrijden lijkt die kans op conflict groter dan bij andere televisieuitzendingen.

Eind vorig jaar publiceerden Gantz en Wenner nieuwe onderzoeksresultaten in het Sociology of sport journal. Vierhonderd proefpersonen werd gevraagd naar de invloed die sport op de buis heeft op hun relatie. Die invloed, zo leren de resultaten van de studie, is vrij beperkt. Bijna de helft van de ondervraagden zei dat sportkijken een zeer kleine rol speelt in hun relatie. Mannen waren hierin stelliger dan vrouwen. Veel meer vrouwen (22 procent) dan mannen (2 procent) verklaarden er een hekel aan te hebben dat de ander naar sport kijkt op tv.

Uit het onderzoek blijkt dat mannen dit wel degelijk voelen: 34 procent zei te vermoeden dat hun vrouw problemen heeft met hun kijkgedrag. Let op, mevrouw: uw man schat uw afkeuring dus aanzienlijk hoger in dan ze in werkelijkheid is.

Dit verschijnsel, zo denken Gantz en Wenner, kan een ander testresultaat, namelijk dat meer vrouwen dan mannen van mening zijn dat sportkijken een gunstige invloed heeft op de relatie, helpen verklaren. Volgens dit duo bouwen mannen tijdens het sportkijken een veel groter schuldgevoel op dan nodig is. Ze denken dat hun vrouw zich zit te ergeren, maar dat valt reuze mee. De compensatie die de mannen na de uitzending uit schuldgevoel menen te moeten leveren (door iets te doen wat hun vrouw wil), is dan ook naar verhouding te groot. De voetbalweduwe blijkt een bikkelharde zakenvrouw: ze bouwt krediet op, en kan dit op een door haar gekozen moment met rente incasseren.

Naast deze pragmatische verklaring zijn er volgens Gantz en Wenner ook twee aparte categorieën vrouwen die sport waarschijnlijk (de cijfers ontbreken) positief hebben beoordeeld. Oudere vrouwen, zo denken ze, zijn van oudsher meer gericht op het welzijn van hun echtgenoot. Uit zijn geluk putten zij voldoening. En daarnaast is er de relatief kleine, maar fanatieke groep vrouwelijke sportliefhebbers. Als beide partners in een relatie van sport houden, kan een tv-uitzending een aan het wederzijdse geluk leveren.

Mevrouw, als u niet in de beide laatste categorieën valt, is er, als aangegeven, het middel van de uitgestelde wraak; uw echtgenoot voelt zich schuldig. Maar er is nog een andere maatregel die u kunt treffen, en die lazen we in het Canadian medical association journal van 15 april 1995.

De Canadese radiologe Mary Trott beschrijft hierin hoe ze in 1969 werkzaam was in het Royal Victoria Hospital in Montreal. Op een avond werd een internist om de haverklap naar een bepaalde afdeling geroepen. De patiënten klaagden er allemaal over pijn op de borst. Na enkele bezoekjes ontdekte de internist de gemene deler tussen de patiënten: ze keken allemaal in opperste extase naar de finale van een cruciale ijshockeywedstrijd. De remedie tegen de pijn was toen snel gevonden: op de hele afdeling trok de arts de stekker uit de tv's. Dat hielp. De klachten waren voorbij.

Mevrouw, een sterker argument om Studio Sport uit te zetten dan doktersadvies is nauwelijks denkbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden