'MAASTRICHT STAAT IN EUROPA IN DE TOP TIEN'

In Maastricht gaan frustratie en ambitie hand in hand. De stad dreigt na ruim honderd jaar haar symfonieorkest kwijt te raken. Tegelijkertijd lijkt de Limburgse hoofdstad de ene na de andere vette culturele vis binnen te halen, althans vergeleken met de nietrandstedelijke rest van Nederland. "De stad laat zich niet uit balans brengen" , zegt een zelfverzekerde cultuurwethouder.

MARCEL SCHRIJNEMAEKERS

De Spelende Muze, de repetitiezaal van het Limburgs Symfonie Orkest (LSO) in het gloednieuwe Theater aan het Vrijthof in Maastricht, ligt er verlaten bij. De bijna zeventig musici van het orkest zijn in geen velden of wegen te bekennen. Als de Raad voor de Kunst zijn zin krijgt, wordt die afwezigheid binnenkort van permanente duur. Het LSO voldoet niet aan de hedendaagse kwaliteitseisen en bovendien trekken de uitvoeringen te weinig bezoekers, zo adviseerde de raad vorige week aan minister D'Ancona (WVC). De voor cultuur verantwoordelijke wethouder Raymond Leenders (PvdA) vindt het advies om het LSO op te heffen 'te gek voor woorden'. "Ik heb er absoluut geen begrip voor wanneer een orkest verloren dreigt te gaan dat 109 jaar bestaat en dat een wezenlijk onderdeel is van de culturele voorzieningen in de regio." Dat zijn in Maastricht, naast Theater en LSO, het conservatorium, de kunstacademie, de toneelacademie, Opera Zuid, twee theaterwerkplaatsen en het geplande nieuwe provinciale Bonnefantenmuseum voor moderne kunst.

De Spelende Muze ligt voorbij de marmeren foyer, de overheersende blauwpaarsige vloerbedekking en het bordje 'LSO geen doorgang'. Het orkest heeft hier een complete vleugel van het theatergebouw tot zijn beschikking. Op de derde etage treffen we in zijn kantoor LSO-directeur Peter van de Braak aan. Sinds de Raad voor de Kunst vorige week op carnavalsdinsdag zijn voor het LSO desastreus advies bekendmaakte, heeft hij naar eigen zeggen veel adhesiebetuigingen ontvangen.

Nadat Leenders met Van de Braak nog even snel een afspraak heeft gemaakt voor een gesprek over de op korte termijn te voeren strategie (lees: Maastrichts/Limburgse lobby in Den Haag pro het LSO), dalen we via een trappenhuis weer af in het - afgerond - 24 miljoen gulden kostende theatergebouw, dat zijn officiele opening - eind deze maand - nog te wachten staat. Stilstaand op de kale trappen, ergens tussen de eerste en tweede verdieping, flapt Leenders eruit dat het 'ronduit bezopen' is als al de LSO-burelen inderdaad verdwijnen. "De vleugel is nota bene speciaal voor het orkest gebouwd. Bovendien is de akoestiek hier een godsgeschenk. En dan geen vast meer? Zo'n soort beleid beschouw ik als het paard achter de wagen spannen."

"Wij moeten van het rijk internationaliseren, ook op het gebied van kunst en cultuur. Daarvoor worden we geprezen, maar tegelijkertijd zie je dat alle nadruk toch weer bij de Randstad komt te liggen. Het is toch te gek voor woorden dat Maastricht op culturele samenwerking aandringt met de vier andere grotere gemeenten in de Euregio, maar daarbij wel het verhaal moet ophangen dat de gemeente onder nationale bezuinigingsdruk staat."

Als voorbeelden van de culturele internationalisering noemt Leenders verder The European Fine Art Fair, die komende weekeinde in Maastricht wordt gehouden, en de tentoonstelling over Afrikaanse koningshuizen, 'Kings of Africa', die over enige tijd na Berlijn en New York ook Maastricht aandoet. En wat dacht de verslaggever van de internationale vereniging van ongeveer 140 kunstacademies, die volgend jaar naar Maastricht komen voor hun tweejaarlijks treffen? "Met dit soort evenementen willen we het culturele imago van de stad verder gestalte geven. Daarmee onderscheiden we ons ook van andere regio's." Leenders benadrukt dat de gemeente bij alle geinternationaliseer de amateurbeoefenaars en de activiteiten op het gebied van de volkscultuur niet uit het oog verliest. "Dat is ook het interessante van deze regio, als je ziet hoeveel mensen in de amateursfeer bezig zijn met kunst en cultuur. Daarmee staan we in Europa in de top tien."

Verheugend

Van het Theater aan het Vrijthof wandelen we door Grote en Kleine Staat naar de Maas. Als we de Sint Servaasbrug over zijn, slaan we rechtsaf de Rechtstraat in. Langs een paar kunstzaken. Leenders vertelt het verheugend te

den dat zij zich steeds meer ontwikkelen en in aantal toenemen. Tegelijkertijd constateert hij dat er in de Limburgse hoofdstad voor jonge kunstenaars nog onvoldoende ontplooiingsmogelijkheden zijn. Goed, in een voormalig magazijn in de buitenwijk Oostermaas zijn inmiddels pakweg zeventig ateliers ingericht, maar aan expositieruimte ontbreekt het nog. "Dat is een belangrijk gemis en de gemeente is dan ook druk bezig om daarin verandering te brengen. Ik probeer voor dat doel alle openbare gebouwen die ik kan vinden, open te breken. Onderwijsinstellingen, overheidsgebouwen, bejaardenhuizen en noem maar op. Wanneer die in kunstroutes zijn opgenomen, dan loop je in de stad heel prettig van het ene naar het andere instituut."

Een onvermijdelijke consequentie van dit beleid is volgens Leenders dat de gemeente de financiele bijdrage in kunst en cultuur moet verhogen. Voor hoeveel de sector nu op de begroting staat, heeft Leenders, die naast cultuur ook financien in zijn portefeuille heeft, niet paraat. "Waar het op aankomt, is dat de gemeente bewuste keuzen maakt voor cultuur. Anders maken we onszelf iets wijs."

Als we de Rechtstraat achter ons hebben gelaten, is van enige geslotenheid danwel beslotenheid allerminst sprake. Voor ons ligt een enorm braakliggend terrein. De enige bebouwing is een voormalige fabriekshal aan de zijkant. Hier moet over enkele jaren een compleet nieuwe stadswijk zijn verrezen. Belangrijk onderdeel van het ambitieuze, 600 miljoen gulden kostende Ceramiqueplan, vertelt Leenders, is de vernieuwende architectuur die in de nieuwe wijk toegepast gaat worden. Gemeente en partner ABP hebben daartoe een aantal architecten van naam aangetrokken, onder wie de Italiaan Aldo Rossi en Jo Coenen, die eindverantwoordelijke is.

Onderdeel van het Ceramiqueplan is ook de bouw van het nieuwe provinciale Bonnefantenmuseum. Het museum, waaraan een prijskaartje hangt van 40 miljoen gulden, wordt voor een deel in de oude fabriekshal gevestigd. De hal heeft deel uitgemaakt van een aardewerkfabriek uit 1912, die indertijd ontworpen is door de Nederlandse architect J.G. Wiebenga en die door kenners wordt beschouwd als exponent van de stroming 'het nieuwe bouwen'. De fabriek is een van de eerste grotere gebouwen in Nederland die van gewapend beton zijn gemaakt. Dankzij de erkenning als 'betonmonument' is het gebouw het afgelopen jaar ternauwernood ontsnapt aan een algehele demontage. Tot groot verdriet van onder meer de gemeente Maastricht wilde de provincie namelijk naar de sloophamer grijpen toen bleek dat het financieel onaantrekkelijk was om het nieuwe Bonnefantenmuseum helemaal in de Wiebengahal te vestigen.

Niet alleen de Wiebengahal is tijdig gered; volgens Leenders is ook de nieuwbouw van het Bonnefanten op het nippertje veilig gesteld. Eind vorig jaar zette D'Ancona een streep onder de speciale rijksgelden voor Limburg. Voor het Bonnefanten was de buit echter binnen.

Terug aan de overkant van de Maas is er het standbeeldje 'Mestreechter Geis', dat volgens Leenders de inborst van de Maastrichtenaren symboliseert. Verder dan wat cliche-opmerkingen ('nonchalant', 'wat serieus', 'levensvreugde') komt hij niet. Maar bij een biertje in cafe Tribunal bezweert hij: "Maastricht blijft zelfverzekerd en laat zich door het rijk niet uit balans brengen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden