Interview

Maarten 't Hart: Bach was een vrolijke man

Maarten 't Hart: 'Bach kun je makkelijk de hele dag door spelen, maar Mozart niet.'Beeld studio vonq

Bach is de allergrootste volgens muziekfanaat Maarten 't Hart. In zijn nieuwe boek getuigt hij van een liefde die op achtjarige leeftijd begon. 'Bach heeft mij nog nooit teleurgesteld.'

Maarten 't Hart is naar de keuken gegaan om koffie te zetten. Even tijd om zijn immense muzikale boekenkast te inspecteren. Maar liefst drie planken worden gevuld met boeken over Bach. Alle belangwekkende, maar ook de minder belangwekkende Bach-studies heeft de schrijver aangeschaft en gretig gelezen. Je kunt immers nooit genoeg weten over Bach, en je kunt maar beter zelf vaststellen welke biografen en musicologen onzin over hem schrijven - volgens 't Hart zijn dat er nog best veel.

"En dit zijn nog niet eens alle boeken", zegt 't Hart als hij met de koffie terugkomt en wijst dan haast verontschuldigend op een hoekje in de kast waar een rijtje boeken over Händel staat, Bachs grote tijdgenoot. "Ik kreeg laatst kritiek van iemand omdat er in mijn kast maar één boek over Händel stond. Die kritiek vond ik wel terecht, dus heb ik wat meer aangeschaft. Dat verdiende hij. Een groot componist, Händel - maar ja, geen Bach natuurlijk."

333 jaar

Al die boeken over Bach, en dat terwijl we eigenlijk bijna niets over hem weten. Zijn dagelijkse leven, zijn persoonlijkheid en zijn werkwijze - het is allemaal in nevelen gehuld en toch, of misschien wel juist daarom, zijn er al die boeken over hem. Maarten 't Hart voegt aan die omvangrijke bibliografie nu zijn eigen boek toe. Het is een volledig herziene versie van het boek dat in Bach-jaar 2000 via een landelijke drogisterijketen werd verkocht. De eerste oplage van 120.000 exemplaren was heel snel uitverkocht, een tweede druk kwam er nooit. Tijd dus voor aanpassingen, ook al is het geen Bach-jaar. "In het volgende Bach-jaar, 2035, ben ik waarschijnlijk al dood", zegt 't Hart, "en nu zitten we precies halverwege 2000 en 2035, en Bach is net 333 jaar geworden. Ook mooi."

Schrijvers over Bach moeten hun informatie over de componist vooral halen uit de meesterlijke muziek die hij naliet. Gelukkig is dat veel, ook al is er waarschijnlijk een tamelijk substantieel deel verloren gegaan, waaronder drie complete Passies en zo'n honderd cantates. "Ronduit verschrikkelijk", noemt de schrijver dat, en hij kijkt er navenant bij. "Het idee dat we Mozarts 'Le nozze di Figaro' niet zouden kennen, omdat die partituur verbrand zou zijn of zoiets. Dat is toch onverdraaglijk. En bij die verdwenen muziek van Bach praten we waarschijnlijk wel over eenzelfde soort hoge kwaliteit."

Eerst de schrijver maar eens een aforisme van de Roemeens-Franse filosoof Emil Cioran voorgelegd: 'Als er iemand is die alles aan Bach te danken heeft, dan is het God wel'.

"Dat is een prachtige uitspraak ja, die ik uiteraard ken. En toch zou ik hierin Bach willen vervangen door Mozart. Bach is weliswaar de superieure, ongelofelijke vakman, die je nooit teleurstelt, maar als iemand het bestaan van God bewijst is het voor mij Mozart. Bij hem vind je absolute perfectie, de Arjen Robben onder de componisten zogezegd. In zijn muziek kun je geen enkel nootje veranderen zonder dat het desastreuze gevolgen heeft. Bij Bach kan dat meestal nog wel. Bach kun je makkelijk de hele dag door spelen, maar Mozart niet. Als ik Mozart speel heb ik altijd een knagend stemmetje in mijn hoofd dat zegt dat het beter kan. Dat stemmetje is bij Bach afwezig, al helemaal als ik zijn muziek op het kerkorgel zit te spelen."

Bach en Mozart, ze wisselen stuivertje in het hoofd van Maarten 't Hart. Over Mozart schreef hij in 2006 het boek 'Mozart en de anderen', waarin hij beweerde dat ons in Pianoconcert nr. 23, KV 488 meer 'waarheid' werd geopenbaard dan in alle bijbelboeken samen. KV 488, het werk dat de heer Köchel het nummer 488 gaf in de door hem samengestelde werkenlijst van Mozart - Köchels Verzeichnis. In een interview over dat boek liet de schrijver destijds weten bij al die meer dan zeshonderd KV-nummers de juiste Mozart-compositie te kunnen noemen. Als hij middenin de nacht wakker werd en zijn digitale klokje gaf 3.34 aan, dan wist hij meteen dat daar Mozarts Divertimento in D-groot, KV 334 bijhoorde.

Ezelsbruggetje

Heeft hij dat ook bij de meer dan duizend nummers van de Bach Werke Verzeichnis (BWV)? "Nee hoor", stelt de schrijver gerust. Alhoewel. "Bij de eerste honderd cantatenummers kan ik meestal wel de juiste titel noemen. Dat komt door de telefoonnummers van vroeger. Die bestonden naast het kengetal uit zes cijfers. Die koppelde ik dan twee aan twee en onthield ze dan aan de hand van Bachs cantates. Zo vertaalde ik het nummer 78-42-50 in mijn hoofd naar: 'Jesu, der du meine Seele'-'Am Abend aber desselbigen Sabbats'-'Nun ist das Heil und die Kraft'. Met behulp van dergelijke ezelsbruggetjes kende ik veel telefoonnummers uit mijn hoofd. Met cantatenummers boven de honderd gaat dat wat moeilijker."

En was iemand uit uw kennissenkring gezegend met een telefoonnummer dat de ultieme combinatie van cantates bleek te zijn? De schrijver knikt verrast. "Helemaal ultiem was het natuurlijk nooit, maar er waren er die in de buurt kwamen. Meisjes die in hun telefoonnummer cantate 34 verstopt hadden zitten, daar moest ik voor oppassen."

Naast nieuwe hoofdstukken over 'Der Kunst der Fuge' en de 'Goldbergvariaties' heeft 't Hart 'Een klein compendium van de cantates' aan het boek toegevoegd, waarin hij alle 215 cantates kort bespreekt. De termen 'verrukkelijk', 'meesterlijk', 'verbluffend', 'bruisend' zijn in dit feestelijke hoofdstuk niet van de lucht. Elke ingevoerde lezer zal de kleine details die 't Hart met gretigheid aanstipt herkennen, en bij twijfel naar de cd-kast rennen om te horen wat hij bedoelt, en of die cantate inderdaad bij de 'tien machtigste' hoort. Verder bespreekt 't Hart uitgebreid en met autoriteit de belangrijke Bach-boeken die sinds 2000 zijn verschenen.

Op achtjarige leeftijd luisterde de jonge Maarten bij een vriendje naar een 45-toeren plaatje waarop Myra Hess' pianobewerking van de slotkoor 'Wohl mir, das ich Jesum habe' uit cantate 147 stond. De bewerking werd bekend onder de titel 'Jesus, joy of man's desiring'. "Ik weet niet eens meer of het Myra Hess zelf was die speelde, maar dat interesseerde me in die tijd natuurlijk helemaal niet. Die eenvoudige melodie in G-groot met die heerlijke triolen greep me enorm aan. Toen ik een jaar of veertien was hoorde ik die muziek in de originele cantate-vorm in de kerk in Maassluis met het koor van Koos Bons, en was wel wat teleurgesteld. Alsof me iets werd afgenomen."

Hoe zou het gelopen zijn als u als achtjarige niet eerst de muziek van Bach had gehoord, maar - zeg - iets van Debussy? "Ik denk niet dat je op die leeftijd van Debussy onder de indruk kunt raken, maar het is een interessante vraag. Want het is toch wel eigenaardig dat ik als jongetje zo meegesleept werd. Toen ik daarna zo langzaamaan andere cantates hoorde, was het hek van de dam. Ik moest en zou alle meer dan tweehonderd cantates leren kennen, en dat was in die tijd nog niet zo eenvoudig, omdat ze bij lange na niet allemaal op lp te krijgen waren. Nu kunnen we naar hartelust kiezen uit verschillende complete uitgaven. Ik geef de voorkeur aan die van Masaaki Suzuki, al is Herreweghe ook altijd goed. Gardiner vind ik dan weer wisselvallig." Bij de tegenwerping dat diens opname van cantate 65 toch echt wel fantastisch is, roept de schrijver meteen de titel van de bewuste cantate, neuriet het begin, en zegt dat hij de opname van Gardiner dan weer eens goed zal beluisteren.

Verdriet

Dat we weinig over Bach weten, is jammer, maar het heeft ook voordelen, meent 't Hart. "Wonderbaarlijk dat er van Shakespeare, over wie we even weinig weten, ook zoveel boeken werden en worden geschreven. En steeds heeft iedereen het gelijk aan zijn kant. Het is mooi dat door die controverses er steeds maar weer nieuwe uitvoeringen komen, met nieuwe inzichten. Maar wat voor man Bach nou was? Ik zie een stevige, niet al te grote man voor me, met een gezonde eet- en dranklust. Een harde werker, maar ook heel gezellig en plezierig om mee te praten. In ieder geval niet de kamergeleerde die biograaf Christoph Wolff van hem wilde maken. Aan de rekeningen die hij bij verschillende cafés had kun je afleiden dat hij soms behoorlijk heeft zitten pimpelen. Hij was misschien soms wel wat driftig, maar dwangmatig was hij niet. En dat hij niet deugde, zoals Gardiner in zijn boek wil bewijzen, dat is grote onzin. We weten het eenvoudigweg niet.

"We weten wel dat deze vrolijke, montere en vooral gezonde man maar liefst twintig kinderen heeft verwekt. Dat is toch echt bijzonder. Geen enkele andere componist heeft zoveel kinderen gehad. Veel van hen overleden op jonge leeftijd, en dat heeft hem echt aangegrepen, maar hij vertaalde dat niet in emotionele muziek. Hij heeft dat verdriet in abstractie gestopt, in verhevenheid. Of er bij Bachs begrafenis muziek geklonken heeft? We weten we niet. En op mijn eigen begrafenis? Dan mag het Largo uit Bachs concert voor twee violen wel klinken. Of de muziek uit 'Wohl mir, dass ich Jesum habe', waarmee het voor mij als achtjarige allemaal begon. En vooruit, dat mag dan wel in de originele versie, met koor."

Maarten 't Hart: Johann Sebastian Bach, uitgeverij Arbeiderspers, 301 blz.

Vorige week woensdag was het Bachdag. We maakten een lijstje met zijn beste werken. Beluister ze hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden