Maarten Drijver 'Wij vissen de zee niet leeg'

"Als kind droomde ik meer dan nu. Eén beeld kwam in mijn dromen vaak terug: ik was dertien, en een bevriend klasgenootje dat naast me sliep op schoolkamp, werd wakker geroepen omdat zijn vader plotseling was overleden. Dat is een flashback... Ik was gróót met zijn vader.... die zomerdag... het raakt me weer....

Waar ik niet van droomde was om kottervisser te worden. Ik kom uit een vissersfamilie, maar ik had in het hoofd de grote vaart op te gaan. Toen ik mijn papieren van de middelbare zeevaartschool had, zei vader: ik wil dat je bij mij aan boord komt. Daar zat dus wel wat druk van thuis op. Zo werd het toch de visserij.

Een prototype visser ben ik nooit geworden, ik had niet alleen maar vrienden die voeren. En ik deed al vrij jong aan besturen. In de onderneming, de TX 33 - da's ons familienummer - regelde ik voor de machinekamer veel, tot vader zei: dat doe je beter dan ik. Zo heb ik 28 jaar gevaren.

Nu ben ik voorzitter van VisNed, een organisatie van Noordzeevissers, met garnalen- en grote boomkotters, en pulskotters. Op Texel hebben we nog tien grote kotters en zeven garnalenvissers. Dat is een stuk minder dan in de tijd dat ik begon met vissen, maar ik denk dat de bodem wel bereikt is. Die kotters kunnen allemaal een aardige boterham boven water vissen, als we door mogen met de wetten en regels die nu gelden. Het quotum schol, dat krijgen we niet vol gevist, er zit in de Noordzee zo veel schol, meer dan ooit, sinds ze het rond 1960 bij zijn gaan houden. Wie had dat durven dromen? Wij vissen de zee niet leeg, de capaciteit van de zee is zoveel groter.

Waar ik wel slechte nachten van heb, zijn de nieuwe regels voor het aanlanden: we moeten straks alle ondermaatse vis waar een quotum voor geldt, bij de afslag afleveren. Dan gaat alles dood, terwijl ik denk dat 30, misschien wel 50 procent het zou overleven als we die vis overboord zetten. Die aanlandplicht - misschien is die wel bedacht uit jaloezie, we staan er als Nederlandse visserij slecht op in het buitenland. Al snap ik best dat we niet helemaal zonder controle kunnen, we zijn niet de beste zelfreguleerders, een visser blijft een jager.

De Brexit brengt onzekerheid, we vissen vaak in Britse wateren. Ik ben bang dat het net gaat als bij Noorwegen, dat is ook geen EU-lid: als je daar wordt gecontroleerd, vinden ze altijd wel wat en moet je een boete aftikken. Daar durft geen Nederlander meer te vissen.

Tussen alle vergaderingen door droom ik wel eens dat ik, al is het zwaar werk, weer op de brug sta, op de TX 33. Dan is het nacht, tijdens de wacht, we zitten midden op zee, geen kust te zien. Geen hectiek of e-mails, alleen maar het rustgevende geluid van de hoofdmotor."

Maarten Drijver (1958) was lang schipper op de TX 33 en is sinds dit voorjaar voorzitter van VisNed, de grootste bond van Nederlandse Noordzeevissers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden