Maar wie neemt nu wraak op wie?

Reportage | In Benghazi volgen bomaanslagen en afrekeningen elkaar in steeds hoger tempo op

BENGHAZI, LIBIË - Pas na het tweede schot besefte Khadija al-Amani dat ze doelwit van een aanslag was. Een fractie van een seconde eerder was het zijraam van haar auto verbrijzeld. Instinctief trapte ze op de rem en liet zich het portier uitglijden. Terwijl omstanders zich over haar ontfermden, zag ze vanuit haar ooghoek een geblindeerde auto wegrijden.

Later die dag kreeg ze een sms'je. 'Volgende keer is het raak', stond er te lezen.

Over de precieze motieven van de aanslagplegers tast de journaliste in het duister. "Een paar dagen eerder had ik me op mijn blog kritisch uitgelaten over een radicaal-islamistische militie in de stad", zegt ze in de cafetaria van een groot hotel. Bij de ingang posteren de twee bodyguards die haar geen seconde uit het oog verliezen. "Om eerlijk te zijn, ik weet het antwoord niet."

Of de daders dan nog steeds niet zijn gepakt? Amani (40) heft haar handen ten hemel. "Op welke planeet leef jij? Dit is Benghazi."

In 2011 was de oostelijke havenstad nog het bruisende centrum van de opstand tegen Moammar Kadafi. Het oog van de wereld was gericht op het gerechtsgebouw aan de zeeboulevard. Avond aan avond verzamelde zich hier een uitgelaten mensenmassa om de duur bevochten vrijheid te vieren. De muren waren gesierd met spotprenten van de gehate dictator - de een nog hilarischer dan de andere.

Maar de spotprenten zijn verbleekt; een explosie heeft de zijgevel van het gerechtsgebouw weggeblazen. De wind huilt door de vensterloze ramen.

Elders in de 900.000 inwoners tellende stad gaat het gewone leven door. In de fonkelnieuwe winkelstraat 'Dubai' bijvoorbeeld. Hier vergapen jonge Libiërs zich aan de uitgestalde luxe. Parfums van Dior en Chanel, de laatste automodellen van Audi en Volkswagen, sportkleding van Nike en Adidas - alles is er te krijgen. Maar wat is 'gewoon'? Een soldaat van het regeringsleger, die bij de ingang van de straat op wacht stond, werd onlangs vanuit een passerende auto doodgeschoten. Koop wat je wilt; veilig ben je nergens, leek de boodschap.

Op 11 september 2012 kwam ambassadeur Chris Stevens om het leven bij een aanslag op het Amerikaanse consulaat in Benghazi. Sindsdien is het eigenlijk alleen maar bergafwaarts gegaan. Bomaanslagen en afrekeningen volgden elkaar in steeds hoger tempo op.

Aanvankelijk leken vooral oud-legerofficieren en politieagenten uit de tijd van Kadafi doelwit. Maar sinds deze zomer een prominente activist om het leven werd gebracht, moeten ook anderen voor hun leven vrezen. Kritische journalisten als Khadija al-Amani, mensenrechtenactivisten, geestelijken die het soefisme uitdragen (de mystieke tak van de islam) en eenvoudige ordebewakers.

Gisteren kwamen bij een zelfmoordaanslag op een militair checkpoint niet ver van Benghazi zeker dertien mensen om het leven. Onlangs werd een Amerikaanse docent van de internationale school in de stad doodgeschoten. Een fitnesscentrum voor vrouwen werd opgeblazen, net als een koffiehuis waar mannen en vrouwen door elkaar heen konden zitten (zonder dat daarbij doden te betreuren waren).

Westerse ontwikkelingsorganisaties hebben hun medewerkers al maanden geleden teruggehaald naar hoofdstad Tripoli. De autoriteiten hebben toegezegd alles in het werk te stellen de schuldigen op te pakken. Maar tot dusver is er nog geen arrestatie verricht. "De regering beschikt simpelweg niet over de technische capaciteiten", meent Hanan Salah, onderzoeker bij mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. "Het onderzoek komt niet van de grond."

De inwoners van Benghazi denken er intussen het hunne van. De grootste verdenking gaat uit naar religieuze extremisten. Die werden onder Kadafi keihard vervolgd en zouden nu uit zijn op wraak, en systematisch dodenlijsten afwerken.

"Toch is op die theorie ook weer het nodige af te dingen", zegt Soeliman Ibrahim, docent recht aan de universiteit van Benghazi. "Een van mijn leermeesters is ook omgebracht. Hij werkte als rechter, maar stopte vóór 1995, het jaar dat Kadafi zijn jacht op de islamisten inzette."

Volgens een andere theorie zouden voormalige aanhangers van de in 2011 omgekomen 'Broeder Leider' het leven in de stad willen ontwrichten.

Op een kruispunt wijst Ibrahim naar de resten van een wachthuisje in de kleuren van de revolutie. De nacht ervoor is het opgeblazen, vertelt hij. "Waarom zouden islamisten dat gedaan hebben? Het is zeer onheilspellend, zoveel is zeker."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden