Maar het staat in de droom geschreven

Eén van de symbolen in 'De openbaring' is een oude kraai; het dier verschijnt regelmatig in Johns dromen. (FOTO AFP )

Nederlandse schrijvers mogen een voorkeur hebben voor realisme, twee jonge Engelstalige vertellers verlenen hun boeken een mysterieuze lading door terug te grijpen op bijbelse symbolen als engelen en de apocalyps.

Hij is vijftien en gedoopt als John Devine. Een vader heeft hij niet en alleen daarom al wil hij zijn moeder, trouw zijn, al heet ze geen Maria maar Lily. Maar gemakkelijk is dat niet. De sfeer thuis is nogal benauwd. De opdringerige vrijgezelle Phyllis Nagle mengt zich opzichtig in de opvoeding en besmet John met praktijken waar hij nog te jong voor is. En dan dient zich onvermijdelijk de wereld aan vol verkeerde vrienden.

Tot zover niets bijzonders: geen Ierse roman zonder sociaal-realistische trekken. Denk maar aan het werk van Patrick McCabe en Frank McCourt. Wat ‘De openbaring’ (‘John the Revelator’) van Peter Murphy wezenlijk anders maakt, is de bovennatuurlijke lading. Al vrij snel wordt duidelijk dat John geen gewone jongen is – hij maakt contact met het bovennatuurlijke in de vorm van een kraai. Refererend aan een oud bluesliedje van Blind Willie Johnson over de apostel van ‘Openbaringen’, beschrijft Murphy hoe de kraai met enige regelmaat in Johns dromen verschijnt: „De kerktoren steekt dreigend uit boven het dorpje Kilcody, Gods bliksemschicht. De oude kraai heeft zijn klauwen om de windwijzer op de spits geklemd. Hij huppelt heen en weer, een kind dat de wee-wee-dans doet (...). en werpt een boosaardige blik op de mensen beneden.”

Naarmate het boek vordert, lees je hoe de dwarse puber niet alleen heen en weer geslingerd wordt tussen het aardse goed en kwaad, maar vooral speelbal is van de machten die hem te boven gaan. En dus kan het gebeuren dat hij tijdens een nachtmerrie zijn eigen parochiekerk schaamteloos ontheiligt, maar aan het slot zijn stervende moeder als een herder in zijn armen het ziekenhuis uitvoert en nog eenmaal door de straten van haar dorp draagt.

‘De openbaring’ is in vele opzichten een duister en onbegrijpelijk boek. Wie niet tegen vuiligheid kan, moet het maar niet lezen. Maar wie gevoelig is voor symboliek wordt rijk beloond.

Na de dood van zijn moeder loopt Johannes in de richting van de zee. Wat hij dan ziet, verklap ik niet - wel het motto van dit slot, dat mij definitief op de knieën kreeg: „ Maar het staat in de droom geschreven dat de kraaien aan het einde der tijden hun stem terug zullen krijgen, en hun god zullen loven, en zullen zingen.”

Lichter van toon, maar niet minder apocalyptisch dan de openbaring van Murphy is ’Het visioen van Peter Damien’ uit de bizarre maar virtuoze korte verhalenbundel ’Een betere engel’ van de Amerikaanse schrijver Chris Adrian. Ook hier treedt een jongen buiten zichzelf op het moment dat hij, in de klas, door een onverklaarbare ziekte getroffen wordt. Onverklaarbaar, want het verhaal begint met de droge constatering dat Peter ’zijn hele leven nog nooit een moment ziek geweest was’.

Maar dan gebeurt het: op een ochtend wordt hij overvallen door een eigenaardig zweverig gevoel dat uitloopt op een zinsbegoocheling. De wereld om hem heen wordt in twee stukken gescheurd en de scheur zelf wordt gevuld met een vrouw die zomaar uit de lucht komt vallen plus het vuur van twee in elkaar stortende torens. Het enige houvast dat Adrian de lezer in dit even vervreemdende als virtuoos geschreven zwarte sprookje biedt, is de aanslag op de Twin Towers van 11 september 2001. Verder is alles een groot raadsel. Ben je eenmaal ingestapt in deze achtbaan, dan zit er niets anders op je over te geven, aan vreemd gekozen woorden (neem alleen al de ziektes ’oranjedroes’ en ’wilgenkoorts’), absurd over elkaar heen tuimelende beelden. Van het vervelende broertje, die met een katapult pitten op Peter schiet, tot en met die ene ‘andere’ engel in de lucht, ’glimmend, brullend en groot als een kerk’ , die Peters hart doorboort en zijn lichaam doet branden. Is dit de hel of gewoon een dwaas spel? Horror of profetie?

Ook in de andere drie verhalen van deze door Lidewijde Paris samengestelde bundel zijn compleet geschift. In het titelverhaal blijkt de beschermengel van de hoofdfiguur, een verslaafde arts helemaal niet beschermend en in ‘Steken’ probeert de ene helft van een Siamese tweeling het verlies van zijn wederhelft te compenseren door op moordtocht te gaan met zijn buurmeisje – totdat hijzelf de klos is.

Adrians verhalen zijn nog buitenaardser en buitenissiger dan de roman van Murphy, vooral door de grappige en licht cynische toon ervan. Toch is zijn boodschap zwaarder: ligt bij Murphy de nadruk op de verlossing na de zonde, bij Adrian is het vooral boetedoening wat de klok slaat. Wat rond het millennium uitbleef, wordt ons hier door Adrian, soms vermomd als Lucifer of Gabriël, dan weer als Spinnenman, alsnog aangezegd: mensen, het einde der tijden is nabij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden