Maar aan een dialoog komt men niet toe

Omdat de islam in Nederland zich hoofdzakelijk manifesteerde als een traditiegetrouw naleven van de praktijk zoals die in de dorpen van de landen van herkomst werd gevolgd, is de behoefte aan religieus leiderschap niet zo snel duidelijk geworden.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

Jarenlang had het Turkse consulaat slechts een landelijk werkzame religieus-cultureel attaché van het niveau waarvan er nu, in 1992, meer dan negentig in de gebedsruimten functioneren. Gedurende de eerste vijftien jaar van Turkse en Marokkaanse moslimaanwezigheid in Nederland, deed de gemeenschap een beroep op haar religieus onderlegde leden, ook gewone arbeiders. Dit betekende dat zij naast een zware dagtaak, voorgingen in gebed, koranles gaven aan kinderen en soms 'pastoraal' werk verrichtten.

De taalproblematiek zorgt ervoor dat, vooral waar het diepgaande conversatie over cultuur-historische of religieuze begrippen betreft, er nog steeds weinig woordvoerders van de moskee-organisaties een actieve rol in de dialoog spelen. Andere taalproblematiek (Turks-Marokkaans) zorgt voor etnische scheidslijnen tussen de diverse moskeeën. En het derde aspect van de taalproblematiek wordt gevormd door de onverstaanbare 'heilige' talen Arabisch, Turks en Urdu, die zowel liturgisch als voor exegese worden gebruikt, maar vanwege hun anachronistische terminologie, door jongeren steeds minder worden begrepen. Daar staat tegenover dat de Nederlandse taal niet het emotioneel-spirituele kader biedt voor de islambeleving van veel jongeren.

De Turkse moslimgemeenschap laat tegenwoordig zijn (plus minus) meer dan 120 imams uit Turkije overkomen. Meer dan driekwart daarvan bestaat uit religieuze ambtenaren van het Directoraat van godsdienstzaken in Turkije. Zij functioneren binnen de Islamitische Stichting Nederland.

De andere Turkse imams werken voor de Stichting Islamitisch Centrum Nederland en voor de bij de Nederlands Islamitische Federatie aangesloten moskeeën. Voor de Marokkaanse moslimgemeenschap zijn ongeveer 50 imams werkzaam. En voor de Surinaams-hindoestaanse moslimgemeenschap zijn ongeveer 15 uit Pakistan of India afkomstige imams werkzaam.

De islam is in feite een lekenreligie die geen priesterhiërarchie kent. Vanwege secularisatie van de samenleving worden er echter toch 'vrijgestelde' moskeefunctionarissen aangesteld om de diensten te verzorgen. In Nederland zien we daarbij dezelfde tweedeling als in de landen van herkomst: de vaak wat beter opgeleide beroepsimams en de volks-predikers.

Bij de Turkse gemeenschap, maar ook bij de Marokkaanse, is het gebruikelijk dat de imam zowel voorgaat in gebed als redelijk geïnspireerde preken en lezingen verzorgt. De Marokkaanse gemeenschap stelt daarbij meestal als voorwaarde dat de imam de koran uit zijn hoofd kent.

Samenvattend kunnen we een aantal soorten imams onderscheiden.

Informele imams. In de ongeveer 400 gebedsruimten zijn nog niet allemaal gesalarieerde imams aangesteld. Zowel op de vrijwillige imams als de sterk onderbetaalde gelegenheidsimams wordt roofbouw gepleegd. Zij hebben geen enkel recht en staan soms van de een op de andere dag op straat. De preken die zij houden zijn vaak povere imitaties van de Egyptische conservatieve sjeichs Kisjk en Sja'rawi, afgestemd op de volksbuurten van Cairo.

De professionele imam. Deze wordt door de gemeenschap in het land van herkomst aangetrokken. Het moskeebestuur of de overkoepelende organisatie zorgt voor een (soms tijdelijke) verblijfsvergunning. Deze imams hebben meestal geen academische opleiding, omdat die eis in de landen van herkomst niet bestaat. De opleidingsgraad ligt meer op MBO- of HBO-niveau. De hoofdtaken van zo'n imam bestaan uit het vijf maal per dag voorgaan in gebed, de vrijdagspreek, lessen in koranrecitatie en catechisatie en het verstrekken van (soms persoonlijke) adviezen en enig pastoraal werk.

De professionele overheidsimam, zoals aangesteld door de Turkse Diyanet of de zogenaamde Ramadan-imams, die worden uitgezonden door de Marokkaanse overheid tijdens de vastenmaand Ramadan. Ook vanuit Egypte worden elk jaar tijdens Ramadan een koranreciteur en een koranexegeet voor de Arabische sprekende moslimgemeenschap in Nederland uitgezonden.

De taken van de imam zijn in Nederland veel uitgebreider dan in het land van herkomst. Om te beginnen vindt de achter hem biddende gemeenschap het noodzakelijk dat de imam moreel volkomen betrouwbaar is, omdat binnen de islam de imam en de godsdienstleerkracht een belangrijke voorbeeldfunctie hebben.

Het merendeel van de imams wordt daarom zo in beslag genomen door het werk binnen de moskee, dat zij geen tijd en gelegenheid hebben buiten-moskeese contacten te onderhouden. Aan dialoog op maatschappelijk of religieus gebied komt de imam, ook vanwege de taalproblematiek, dus meestal niet toe. Hoewel een aantal regionale ontmoetingsdagen tussen imams en pastores plaats vonden, blijft het daar vaak bij een uitwisseling van goede bedoelingen.

'Er is meer dat ons bindt dan wat ons scheidt' en andere algemeenheden kunnen een kader of start vormen, maar spanningen in de buurten van de grote steden worden er niet door bijgesteld. Andere ontmoetingen Nederlanders - moslims, ingepakt in modeshows en exotische hapjes vormen wel eens voorbeeldige momenten; we willen wel de soep maar niet de jurken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden