Maand van de Filosofie / Wie de wisselbeker moet winnen

Welk spook waart vanavond door de Nacht van de Filosofie? Is het de geest van Pim, Burke of Nietzsche? Zijn het multiculturele sores en mores, is het heimwee? De Socrates Wisselbeker moet het antwoord geven.

Het maatschappelijk debat gáát weer ergens over. Dat blijkt ook uit de vijf boeken die dit jaar zijn genomineerd voor de Socrates Wisselbeker. Vanavond wordt deze prijs voor het prikkelendste Nederlandstalige filosofieboek bekendgemaakt tijdens de Nacht van de Filosofie. De keuze zal niet gemakkelijk zijn: alle vijf genomineerden komen in aanmerking. Ze dragen ieder op geheel eigen wijze bij aan een beter begrip van deze woelige tijden.

Misschien geldt dat nog het duidelijkst voor 'De geest van Pim' van Dick Pels, geen filosoof, maar socioloog. In het debat over welke samenleving nu een goede is, afficheert hij zich als een linkse denker die wil breken met het tijdperk van politiek-correct antifascisme. Hij wil het gedachtegoed van de politieke dandy Fortuyn in kaart brengen, in plaats van dit al bij voorbaat af te doen als oppervlakkige borrelpraat. Zelfs al zitten er volgens Pels verwerpelijke aspecten aan, dan nog moet het serieus genomen worden.

Pels volgt de ideeën van Jaques de Kadt, een PvdA'er die evenals Fortuyn de oversteek maakte van politiek links naar rechts; Pels wijdde eerder een boek aan hem. Fascisme en nationaal-socialisme zijn volgens De Kadt politieke filosofieën die je serieus moet nemen. Pels stelt dat niet Fortuyn, maar fascisme en nationaal-socialisme het slachtoffer zijn van demonisering. Doordat antifascisten deze ideologieën als de machtsfantasieën van intellectuele minkukels hebben weggezet, is er te weinig aandacht besteed aan de sterke kanten ervan. Dat is wel gebeurd ten aanzien van het stalinisme en het maoïsme, stromingen die nóg meer doden op hun geweten hebben.

Pels ziet twee gezichten van het populisme. Het ene waardeert hij. Dat is het gedachtegoed van de tegendraadse rebel Fortuyn, die emotie en persoonlijkheid in de politiek bracht, en die pleitte tegen het decadente partijenstelsel. Voor het gezicht van de conservatief Fortuyn, die pleitte voor de autoriteit van vaders in onze verweesde samenleving, die waarschuwde voor de interne vijand van het relativisme en de externe vijand van de fundamentalistische islam, heeft Pels geen goed woord over.

Maar dat mag geen reden zijn om niet met Fortuyns geestelijke nazaten in debat te treden. Pels geeft zelf het voorbeeld. Volgens hem vallen neo-conservatieven in hun eigen zwaard als zij het islamitisch fundamentalisme op even fundamentalistische wijze willen bestrijden. Een onzekere cultuur is volgens hem beter.

Bart Jan Spruyt, voorzitter van de conservatieve Edmund Burke Stichting, schreef 'Lof van het Conservatisme'. Deze week maakte hij bekend dat hij niet langer zonder bodyguard naar sommige lezingen kan gaan. In zijn boek bezingt hij het genot van het conservatisme, aan de hand van portretten van conservatieve denkers.

Spruyt dient Pels indirect van repliek met het voorbeeld van sir Winston Churchill. Zonder diens bereidheid om met fundamentalistische middelen het kwaad van het nationaal-socialisme te bestrijden, had Hitler gezegevierd. Churchill had bovendien een geromantiseerd beeld van Engeland, evenals Fortuyn van Nederland. Hij was een essentialist die Hitler en diens trawanten als een absoluut kwaad kon betitelen. Spruyt over de oorlog die fundamentalistische moslims tegen het Westen voeren: ,,Onze door fatsoen begrensde vrijheden zullen wij beschrijven als waren wij Churchill, en wij zullen die heel intolerant verdedigen.''

De ethicus Gerrit Manenschijn keert zich af van een dergelijk geloof in monocultuur. Ook in ethisch relativisme ziet hij niets. Hij bepleit ethisch pluralisme. Dat klinkt makkelijker dan het lijkt, want hoewel de mens als ethische opdracht heeft om mensen die anders zijn dan hijzelf te accepteren, zit hij psychologisch niet zo hoogstaand in elkaar. Vandaar ook de onderbuikgevoelens en het onbehagen.

In 'Levenslang mores leren' probeert Manenschijn zich te verheffen boven de strijdende partijen om zo op een redelijk midden uit te komen. Hij stoort zich aan het 'chronisch geklaag' over de multiculturele samenleving. Die samenleving is er, of we dat nu leuk vinden of niet. Tegelijkertijd vindt hij dat onvrede een functie heeft. De maatschappij zoals die zich nu ontwikkelt, zoekt een uitweg uit de multiculturele verwarring. En die uitweg is er ook, betoogt Manenschijn.

Als autochtonen en allochtonen de bereidheid zouden tonen om levenslang mores van elkaar te leren, zouden sommige moslims zelfkritiek en het openlijk bespreken van problemen normaal gaan vinden. Omgekeerd zouden autochtonen ook van moslims kunnen leren dat er meer bestaat dan oppervlakkig hedonisme.

Van de redelijkheid van Manenschijn daal je met het boek van Ger Groot ('Vier ongemakkelijke filosofen. Nietzsche, Cioran, Bataille, Derrida') af naar de darkroom van het denken. Groot schreef een uitstekend proefschrift over de invloed van Friedrich Nietzsche op de Franse filosofie. Nietzsche's denken kon door de meest uiteenlopende denkers - van extreem-links tot extreem-rechts - gebruikt worden, omdat hij stelde dat dé waarheid niet bestond.

Ogenschijnlijk lijkt dit ver van het huidige debat af te staan. Toch is de invloed van Nietzsche enorm. Als Pels Fortuyn van essentialisme beschuldigt, is hij indirect schatplichtig aan Nietzsche. En als Manenschijn ervan overtuigd is dat er geen bovenhistorische criteria voor normen en waarden bestaan, is ook hij beïnvloed.

Denken kunnen we volgens Nietzsche alleen dankzij de illusie dat er duurzame dingen bestaan. Maar die zijn er niet. Hoe diep de filosofen er ook naar zullen graven, dé waarheid achter of onder de verschijnselen wordt niet gevonden.

Er blijft iets ongemakkelijks kleven aan Nietzsche's denken - iets wat ervoor zorgt dat afgelopen jaar wederom aan geen enkele andere denker zoveel boeken werden gewijd. Wie de Waarheid niet meer gelooft, moet van Nietzsche de kunstenaar worden die zijn eigen waarheden ontwerpt. Nietzsche ontwierp er een waarin alles draait om macht, veroveringsdrang en wreedheid. Groot over de invloed van dit denken op de nazi's: ,,De schrikwekkende implicaties van deze moraal kunnen niet simpelweg worden uitgewist.''

Nietzsche is daarom interessant voor wie de suggestie van Pels en De Kadt serieus wil nemen, en het nationaal-socialisme als politieke filosofie wil onderzoeken. Hij verklaarde God dood. En als God dood is, wist Dostojevski, dan is alles geoorloofd.

Joke J. Hermsen gaat in haar literaire essays 'Heimwee naar de mens' op zoek naar het menselijke in de mens. Vrouwen die van zich doen spreken door een daad te stellen, zoals Antigone in het toneelstuk van Sophocles, worden zeldzaam in een samenleving waarin mensen geen eigen identiteit en persoonlijkheid ontwikkelen.

Tegenover Pels' pacifisme van de kwetsbare identiteit poneert zij een aantal sterke persoonlijkheden. We hebben een identiteit nodig, hoe gevaarlijk die ook is als we mensen die anders zijn dan wij daardoor buitensluiten. Hermsen: ,,Als de mens iedereen denkt te kunnen zijn die hij wil, vervluchtigt en verwaait hij. Anonimiteit op het net betekent dan een carnaval van de leegte, schreeuwerige onthullingen van niets. Daarom heb ik soms heimwee.''

Het mag duidelijk zijn. Er waart een spook door filosofisch Nederland - het spook van de heimwee. Misschien heeft Spruyt dan ook gelijk als hij schrijft dat 'het conservatieve moment' is aangebroken. Toch heeft ondergetekende ingezet op Ger Groot, omdat hij -net iets beter dan de anderen- erin slaagt om de juiste verhouding te vinden tussen filosofische diepgang en simpel leesplezier.

www.maandvandefilosofie.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden