Maaltijden met weinig kilometers

Alisa Smith en James MacKinnon in Vancouver. 'We wisten absoluut niet waar we aan begonnen.' (FOTO KEES DE VRÿ) Beeld
Alisa Smith en James MacKinnon in Vancouver. 'We wisten absoluut niet waar we aan begonnen.' (FOTO KEES DE VRÿ)

James MacKinnon en Alisa Smith aten als experiment een jaar alleen regioproducten en verwerkten hun strubbelingen in het boek ’The 100-Mile Diet’. „Lokaal wordt echt een grote trend, het is het nieuwe biologisch.”

Kees de Vré

Zelfs in de regen oogt het Canadese Kitsilano nog aangenaam: ruim opgezet, prettige huizen, veel groen. Vanuit hun appartement in deze wijk in Vancouver begonnen Alisa Smith en James MacKinnon vijf jaar geleden een opmerkelijk avontuur. Ze besloten een jaar lang alleen maar producten te eten die binnen een straal van 100 mijl (160 kilometer) rond hun appartement geteeld worden.

„Het was een puur persoonlijk verlangen, dat ontstond na een geïmproviseerde maaltijd met vrienden in onze blokhut in het hoge noorden van Canada”, legt MacKinnon uit in restaurant Raincity Grill, als inmiddels de zon doorbreekt en de staalblauw kleurende lucht de oranje containerkranen in de haven verderop extra doet oplichten. „De voorraadkast bleek leeg en we moesten op zoek naar wat we buiten konden verzamelen. Met forel, paddestoelen, bessen, appels uit beek en bos, en aardappels en knoflook uit de tuin hebben we een mooie maaltijd weten te brouwen. Dat gaf een enorme kick.”

Als onderdeel van die euforie ontspon zich een discussie over de tegenstelling tussen die lokaal verkregen maaltijd en het dominante voedselsysteem. Deze discussie bleef ten huize van Smith en MacKinnon lang doorwoeden. MacKinnon: „We zijn gaan nadenken over die groeiende hoeveelheid industrieel geproduceerd voedsel die van over de hele wereld wordt aangesleept. Een gemiddelde maaltijd hier in Noord-Amerika reist 3000 kilometer voordat hij op je bord ligt. Zo’n maaltijd stoot 17 maal meer CO2 uit dan een met louter lokale producten.”

Smith en MacKinnons boek ’The 100-Mile Diet, A Year of Local Eating’ verscheen in de lente van 2007 en werd een onverwacht succes. Het maakte reacties los van over de hele wereld. Inmiddels behoort het boek tot de iconen van de gestaag uitdijende lokaalvoedselbeweging.

„We wisten absoluut niet waar we aan begonnen”, valt partner Smith bij. „We zijn allebei freelanceschrijvers en geen biologen of landbouwkundigen, maar we wilden een statement maken.” Die hulpeloosheid manifesteerde zich al bij het eerste het beste ontbijt. „Dat bleek al een probleem: wat ga je eten? Brood is gemaakt van granen die niet uit de regio komen. En eieren dan? Die waren wel biologisch, maar ook niet uit de buurt. Tot we een kippenren ontdekten op het terrein van de plaatselijke universiteit.”

De start van hun experiment, op 21 maart 2005, bleek niet handig. „Het was de slechtste tijd om te beginnen met zo’n uitgesproken menu, want er stond zo aan het eind van de winter amper iets op het land. Als vegetariërs zijn we gewend om veel tofu te eten, maar sojabonen groeien hier niet. Rijst, olijfolie, zout: allemaal uit den boze. De eerste zes weken aten we vooral aardappels. Ze zeggen dat je daar dik van wordt, maar dat is absoluut niet zo. We vielen kilo’s af. James’ spijkerbroek hing halverwege zijn billen, zoals bij een skater.”

Met hun buiken slonk ook de omvang van hun portemonnee steeds sneller. Smith: „We moesten met grote regelmaat onze toevlucht nemen tot delicatessenzaken. Daar waren plaatselijk gevangen zalm en verse groenten te krijgen die we wilden. Ons huishoudbudget werd daarmee viermaal zo groot. Dat konden we natuurlijk nooit volhouden en daarom bleven we zoeken naar plaatselijke producenten.”

Eind april ging het al beter. De eerste slasoorten en radijs kwamen toen van de gemeenschappelijke tuin om de hoek van hun appartement. „Wat een smaak! We hebben genoten”, zegt MacKinnon. Ongeveer in die tijd vonden ze ook een bakker die hun wel wat van zijn eigen tarwebloem wilde verkopen. „Met behulp van een tweedehandsmachientje hebben we toen onze eigen pasta kunnen maken. Veel lekkerder dan al die gedroogde pasta’s, ontdekten we. En we hebben er heel wat pannenkoeken mee gebakken.”

Met vallen en opstaan leerde het stel improviseren met wat in huis was en wat ze langzamerhand aan producten en producenten in de regio ontdekten. Smith: „We leerden ongedesemd brood maken en crackers, zetten thee van salie die we op ons balkon konden kweken. We gingen ook vooruitdenken. Met de ervaringen van de eerste weken in ons hoofd, wilden we in de aankomende winter geen tekorten hebben. We leerden jams maken en inmaken. Ook de groenten die we in de zomer en herfst op boerenmarkten en bij boeren konden krijgen, hebben we ingemaakt. Ons huis was uiteindelijk een grote opslagplaats. Uien bewaarden we in de slaapkamerkast, pepers in de halkast, emmers met bloem in de huiskamer. Die bloem die we van de bakker konden kopen, koesterden we als goud, want het was niet veel. Een boer die geschikte tarwe teelde, hebben we pas veel later ontdekt.”

MacKinnon: „Ik wilde graag zelf vis vangen, maar dat bleek te ingewikkeld. Uiteindelijk heb ik een kleine visser leren kennen bij wie we nu al onze vis kopen. Ik heb veel van hem geleerd – van zijn producten, zijn vangstmethoden, zijn problemen. Daar hebben we nu geen idee van. We zijn zo ver verwijderd van degenen die ons eten en drinken verzorgen. Die visser is ook een vriend geworden. Dat is met meer lokale producenten gebeurd. Het geeft ons een goed gevoel deel uit te maken van een lokale voedselketen.”

Het lastigst vonden Smith en MacKinnon het gebrek aan genoeg tarwe om brood mee te bakken. Toen de bakker hun geen bloem meer wilde verkopen, aten ze op het laatst in plakken gesneden knolraap als vervangende boterham. MacKinnon: „Pas na zeven maanden volhardend zoeken vonden we op Vancouver Island een boer die de geschikte tarwesoort verbouwde. Moet je nagaan: tachtig jaar geleden werd hier volop graan verbouwd. Nu is dat gecentraliseerd op één plaats ver weg. Maar door onze aandacht en die van anderen voor lokaal voedsel zijn er inmiddels weer zo’n twaalf boeren die graan verbouwen.”

Al met al bleek de strikte grens van 100 mijl soms toch te knellend. MacKinnon: „Als we iets echt wilden hebben dat van verder kwam, dan besloten we dat toch te eten. Met name als we in restaurants aten of bij vrienden.” Tropische producten zoals koffie, bananen en chocola worden dan dikwijls als voorbeelden genoemd van etenswaren die een welvarend westers mens niet kan missen. MacKinnon: „Wat ik het meest heb gemist is bier, en Alisa had moeite met chocola. Daar smokkelde ze dus wel eens mee. Maar bananen, daar kunnen we gemakkelijk van afblijven. We talen er niet naar.’’

Nu ze na een aantal jaren terugkijken op hun experiment, constateren ze een grote toename van het aantal lokale producenten. MacKinnon: „Mensen hebben door ons experiment inspiratie gekregen het ook te gaan doen. Al is het maar voor een deel. Dat heeft ervoor gezorgd dat een nieuwe groep lokale producenten is opgestaan. Wij kunnen nu bijna al onze groenten en fruit binnen een straal van 20 blokken bij elkaar krijgen. Er zijn ook onverwachte ontwikkelingen. Garnalen die we voorheen in de winkel kochten, blijken lokaal gevangen. Maar niemand wist dat meer, omdat ze na de vangst naar Azië werden verscheept, om daar bewerkt te worden. Nu blijven ze hier, zijn ze bekend en zeer geliefd.”

Na hun experiment hebben Smith en MacKinnon de aan henzelf gestelde eis van 100 mijl laten vallen. Smith: „Ik denk dat we op negentig procent zitten. Dat is nu ook een stuk gemakkelijker door het proces dat wij mede in gang hebben gezet. Lokaal wordt echt een grote trend, het is het nieuwe biologisch. Wij schatten dat over vijftien jaar ons voedselsysteem op een andere leest is geschoeid. Daar hoef je echt niet een strak 100 mijl systeem voor te hanteren. Met zestig procent lokale voeding breng je al een dramatische verandering teweeg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden