Maakt het verschil waar Demjanjuk kampbeul was?

rechtbank ter dood veroordeeld. Het hof had geen enkele twijfel dat hij 'Iwan de Verschrikkelijke' was, de beestachtige bewaker van de gaskamer van Treblinka, schuldig aan de moord op honderdduizenden Joden. Deze week zal het Hooggerechtshof opnieuw een zitting wijden aan het hoger beroep van John Demjanjuk. Meer dan vijf jaar na het begin van het proces zijn de vijf opperrechters, de advocaat van de veroordeelde en de aanklager er nog altijd niet uit. Al twee maal zijn de zittingen door het Hooggerechtshof verdaagd en intussen duiken nieuwe documenten op die de vraag doen rijzen of Israel niet toch de verkeerde man in handen heeft. Niet dat die uitwijzen dat John Demjanjuk de onschuldige Oekraiense boer is, zoals hij de Amerikaanse autoriteiten wilde doen geloven bij zijn visumaanvraag. Ook hijzelf heeft al toegegeven dat dat "een leugentje" was. Wellicht zal blijken dat John Demjanjuk niet de bewaker van de gaskamer in Treblinka was, waar tijdens de tweede wereldoorlog 860 000 Joden werden vermoord, maar een 'eenvoudige' bewaker in dat andere vernietigingskamp, honderd kilometer verder, Sobibor, waar 250 000 Joden zijn vergast. De verkeerde misdadiger staat terecht

AMSTERDAM - Slechts af en toe verschijnt er in de Israelische pers nog een artikeltje over het proces tegen Demjanjuk, dat enkele jaren geleden miljoenen in de ban hield. Kinderen konden de beraadslagingen via de schooltelevisie aanschouwen. In doodstille bussen volgden de passagiers de rechtstreekse radiouitzendingen vanuit de rechtszaal. De gruwelijke getuigenissen van de overlevenden van de opstand in Treblinka klonken door heel Israel.

Slechts zestig mensen hadden de verschrikkingen overleefd. Vijf stonden oog in oog met 'hun beul' in de stampvolle rechtszaal. Zoals een gepensioneerde Israelische opperrechter onlangs opmerkte was het geen proces, maar een nationale voorstelling.

Toen John Demjanjuk op 28 februari 1986 aan Israel werd uitgeleverd deed hij een poging bij aankomst op het vliegveld de grond te kussen. De automonteur van de Fordfabriek in Cleveland, Ohio, was een gelovig man, een devoot katholiek, lid van de Oekraiens-orthodoxe gemeente. Hij had een grimas op zijn gezicht, die onwezenlijk aandeed. Hij hield vol dat het allemaal op een vergissing berustte en dat hij binnenkort weer gewoon in zijn tweede vaderland zou terugkeren. In november van datzelfde jaar werd hij de rechtszaal binnengeleid. Zaak 37 386: de staat Israel tegen John Demjanjuk.

In het begin van de jaren vijftig was Demjanjuk in de immigratiegolf van na de tweede wereldoorlog naar Amerika geemigreerd samen met zijn vrouw Wera, die hij aan het eind van de oorlog in een gevangenenkamp had ontmoet. De Demjanjuks behoorden tot de vele Oekrainers die Amerika tot hun nieuwe vaderland wilden maken. Het lukte ze aardig. Het gezin Demjanjuk leefde in een leuk huisje in een buitenwijk van Cleveland. Demjanjuk besloot na jaren ook zijn moeder in de Oekraine te schrijven dat hij nog in leven was en het goed maakte. De vrouw, die haar zoon doodgewaand had en een maandelijkse uitkering kreeg als moeder van een soldaat die was gesneuveld in het Rode Leger, lichtte keurig de autoriteiten in.

In 1969 bracht Wera Demjanjuk met haar tien jaar eerder verkregen Amerikaanse paspoort een bezoek aan haar land van herkomst. Het is nog altijd onduidelijk of die reis dan wel de aangifte van de plichtsgetrouwe moeder de Sowjet-autoriteiten ertoe bracht in de archieven te duiken. Zij kwamen de naam Demjanjuk tegen in de getuigenissen van een kampbewaker van Sobibor, die Iwan Demjanjuk noemde als een goede vriend in het kamp. Samen waren ze na Sobibor overgeplaatst naar het concentratiekamp Flossenburg in Duitsland, waar ze politieke gevangenen bewaakten.

Later werd ook nog een document gevonden dat een centrale rol zou spelen in het proces: een identiteitskaart van ene Iwan Demjanjuk, met foto, uitgegeven door het SSopleidingskamp in Trawniki. De gegevens werden in de lokale pers gepubliceerd en ook naar Amerika opgestuurd. Bij het Amerikaanse bureau voor speciaal onderzoek (OSI) arriveerde ook een lijst van een Oekrainer die uit de pers en de archieven een lijst had opgesteld met de namen van Oekrainers, die voor de de nazi's hadden gewerkt.

De OSI toonde de foto van Demjanjuk aan een aantal overlevenden uit Sobibor. Niemand herkende Demjanjuk. Ook in Israel herkende geen van de overlevenden in de automonteur een kampbewaker uit Sobibor.

De verrassing was des te groter toen een overlevende uit Treblinka op de man wees en hem identificeerde als Iwan de Verschrikkelijke. In het proces zou dezelfde getuige in een dramatische confrontatie met 'Iwan' uitroepen: "Ik herken die moordlustige ogen."

Ook andere Treblinka-overlevenden - in het totaal waren nog geen zestig mensen levend uit deze vernietigingsmachine gekomen - kregen foto's voorgeschoteld en herkenden in John Demjanjuk de man uit hun nachtmerries. Tijdens het proces zou de verdediging beweren dat die identificatie al niet meer volgens de regels was geschied.

De Amerikanen hadden voor het ongeldig verklaren van Demjanjuks staatsburgerschap weinig anders nodig dan het bewijs dat dit onrechtmatig was verkregen. Maar ook tijdens de rechtszittingen in de Verenigde Staten werd al snel de versie aangehangen, die later ook door de Israeliers werd verkondigd en voornamelijk gebaseerd was op de getuigenverklaringen. Die ene getuigenis die Demjanjuk juist in Sobibor plaatste werd ondergeschikt en als ongeloofwaardig afgedaan. De aanklagers wisten zich bovendien gesterkt door de enorme, onverklaarbare en weinig geloofwaardige gaten in de derde versie, die van Demjanjuk zelf. Zijn 'alibi' rammelde.

Demjanjuk houdt tot op de dag van vandaag vol dat hij nooit bij de SS heeft gediend. Zijn verhaal luidt dat hij weliswaar had gelogen bij zijn aanvraag voor een visum voor de VS en later voor het Amerikaanse staatsburgerschap. Hij had de Amerikanen verteld dat hij boer was geweest in de buurt van het Poolse plaatsje Sobibor. In feite was hij in 1940 opgeroepen voor het Rode Leger, gewond geraakt en had hij in verscheidene ziekenhuizen gelegen. Uiteindelijk keerde hij terug naar zijn bataljon, bij Kersh op de Krim. Daar viel hij in mei 1942 in handen van de Duitsers. Achttien maanden lang had hij moeten turfsteken in een krijgsgevangenkamp in Polen. Daarna had hij gevochten in het leger van de overgelopen Russische generaal Wlassow, die zij-aan-zij vocht met de Duitsers tegen het Rode Leger. In 1945 kwam hij terecht in een kamp voor ontheemden. In Treblinka was hij nooit geweest, in Sobibor evenmin.

Bij zijn verhoren raakte hij al snel verstrikt in de tegenstrijdigheden. Data noch plaatsen bleken te kloppen. In zijn eerste verhoren was hij de achttien maanden dwangarbeid in Chelm "vergeten" . Namen van medegevangenen herinnerde hij zich niet. De tijd in dienst van generaal Wlassow klopte niet met de historische data.

De Amerikanen en Israeliers maakten een andere reconstructie. Demjanjuk was inderdaad krijgsgevangen genomen, maar vanuit Rovno was hij rechtstreeks naar Trawniki doorgestuurd. Daar kreeg hij zijn opleiding tot SS-Wachmann. De toekomstige bewakers van de vernietigingskampen mochten 'oefenen' op levend materiaal, gevangen genomen Joden. 'Demjanjuk' werd vervolgens doorgestuurd naar het vernietigingskamp Treblinka, waar hij bekend stond als Iwan de verschrikkelijke, de onmenselijke beul die er een sadistisch genoegen in schepte zijn slachtoffers dood te martelen.

Sinds John Demjanjuk het doodvonnis tegen zich hoorde uitspreken is er nieuw bewijsmateriaal boven water gekomen, al beweert de verdediging dat dat al eerder bekend was, maar expres door Israel en de Verenigde Staten is achtergehouden. Het gaat onder meer om notulen, die zijn vrijgegeven door de KGB, van 21 rechtszaken tegen soldaten van het Rode Leger die in handen van de Duitsers vielen en als hulpjes van de SS dienden .

Daarnaast heeft de aanklager ook fors gespit in de Duitse staatsarchieven in Koblenz, waar hij lijsten aantrof met de namen en serienummers van de SS-hulplieden, oftewel Wachmanner, die in Trawniki zijn opgeleid. Iwan Demanjuk staat daarop vermeld als nummer 1393. Daarmee wordt eigenlijk de authenticiteit van de tijdens het proces omstreden Trawniki-kaart bevestigd. Die identificatie-kaart van Demjanjuk, door de Sowjets aan de Amerikanen verschaft, stond maandenlang centraal in het proces, omdat het een van de weinige bewijzen was dat Demjanjuk wel degelijk een opleiding tot SSkampbewaker had genoten.

De verdediging betoogde dat de identiteitskaart een vervalsing was, een opzettelijke poging van de Sowjet-Unie tot persoonsverwisseling.

De ironie wil dat de aanklager gelijk heeft gekregen, maar daarmee tegelijkertijd ongelijk. Want volgens diezelfde Duitse lijsten heeft Demjanjuk inderdaad zijn opleiding in Trawniki gekregen, alleen werd hij nadien niet naar Treblinka maar naar Sobibor gestuurd. Mocht dit zo zijn dan is het geen wonder dat Demjanjuk nooit met een echt geloofwaardig verhaal is gekomen over zijn handel en wandel in die dagen. Later kwam hij, alweer volgens die nieuwe gegevens, in Flossenburg en Regensburg terecht. Treblinka komt niet in zijn papieren voor.

Demjanjuk had bij zijn immigratieaanvraag voor de Verenigde Staten, in het begin van de jaren vijftig, Marsjenko als naam van zijn moeder opgegeven. Dat was, volgens de getuigenissen, ook de achternaam van de man die bekend stond als Iwan de Verschrikkelijke. Nikolaj, de tweede man die in de gaskamers werkte, had in zijn verhoor door de Sowjets na de oorlog ook de naam Marsjenko, een in de Oekraine veel voorkomende naam, genoemd als de achternaam van zijn partner.

Naar eigen zeggen had Demjanjuk die naam ingevuld omdat hij de meisjesnaam van zijn moeder niet meer wist en zich schaamde niets in te vullen. Maar de aanklager zag er meer dan toeval in en voerde het alsnog aan als een indicatie dat Demjanjuk en Marsjenko een en dezelfde waren. Naar nu bekend is was de meisjesnaam van zijn moeder Tabasjoek.

Volgens de nieuwe documenten arriveerde Iwan Marsjenko eind 1941 in Treblinka. Demjanjuk zou - ook volgens de Israelische versie - pas in mei 1942 bij de slag om Kerch gevangen zijn genomen. Verleden jaar augustus verscheen er in het de sensatie niet schuwende Israelische weekblad Haolam Haze een foto, gemaakt in Trawniki, waarop ene Wachmann Tkasjoek met pistool in de hand staat afgebeeld en een langere figuur, die op een doel richt. Tkasjoek had de foto als souvenir naar zijn zoon gestuurd, maar zijn Russische ondervragers verteld dat hij zich de naam van de tweede man niet herinnerde. In een ander proces identificeerde een andere Wachmann, Wasilienko, die tweede man als Iwan Marsjenko, ofte wel Iwan de Verschrikkelijke uit Treblinka. De man toont geen gelijkenis met Demjanjuk. Alweer volgens de getuigenissen moet Iwan ergens tussen de 25 en 30 jaar oud zijn geweest, ouder dus dan de in 1920 geboren Demjanjuk. Iwan Marsjenko had een litteken op z'n wang of z'n nek en had donker haar. Demjanjuk is blond.

Al in augustus verleden jaar bleek de Israelische aanklager, die zelf de foto van de Sowjet-autoriteiten had gekregen, niet meer zeker van zijn zaak. Had tot dan toe de verdediging in hoger beroep telkens om het opschorten van het proces gevraagd, nu was het de aanklager die tijd nodig had om nieuw materiaal te bestuderen.

Een van de rechters vroeg hem op de man af of hij ook om uitlevering van Demjanjuk zou hebben gevraagd als duidelijk was geweest dat het alleen om de misdaden ging die in Sobibor of Trawniki waren begaan. Het antwoord van de aanklager luidde: "Er is geen moreel verschil of Demjanjuk een Joods kind in Sobibor de gaskamers heeft ingeduwd of in Treblinka."

Volgens de oorspronkelijke aanklacht kan Demjanjuk ook vervolgd worden voor misdaden begaan in andere plaatsen. Als de vijf opperrechters nieuw bewijsmateriaal toelaten, zoals zij tot nu toe hebben gedaan, kon het proces tegen John Demjanjuk wel eens een verrassende wending krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden