Maak ze het leven zuur

De politie moet boeven pakken en hoe meer boeven er worden opgepakt, hoe veiliger het wordt. Simpel, op één aspect na: het wordt er uiteindelijk níet veiliger op, zegt de nieuwe adviseur van de Nationale Recherche commissaris Joop van Riessen. Hij bedacht een nieuw recept: criminelen moet je niet oppakken, maar gek maken.

Malika el Ayadi

Beroepscriminelen, kruimeldieven, jeugddelinquenten maar ook de doorgewinterde drugshandelaren: maak je borst maar nat. Veertigduizend agenten gaan binnenkort de straat op met één doel: criminelen geen rust gunnen. Controleren en nog eens controleren. Niet de burger, maar juist de criminelen moeten zich onveilig voelen.

Verantwoordelijk voor dit mogelijk nieuwe politiebeleid is Joop van Riessen. De commissaris is veertig jaar in dienst van de politie. Vorige week kreeg hij de zilveren medaille van de stad Amsterdam. Het roer moet om, vindt hij.

Van Riessen: ,,Het opsporingsbeleid in Nederland werkt niet. Hoe hard we ook proberen de criminaliteitscijfers naar beneden te krijgen, hoeveel daders we ook oppakken, de cijfers gingen niet naar beneden.''

In de gangen van het hoofdbureau van politie aan de Amsterdamse Elandsgracht lopen zijn medewerkers af en aan met bossen bloemen voor hun baas. Van lokale partners als de Geestelijke Gezondheidszorg, het welzijnswerk en de rechtbank. Maar ook van zijn nieuwste bijbaan: de Landelijke Recherche.

De dienst is sinds juli operationeel en telt achthonderd medewerkers. De speurders zitten verspreid over het hele land, de staf houdt kantoor in het pand van de KLPD (Korps landelijke politiediensten) in Driebergen. Van Riessens advies: zet criminelen in de spotlights.

Ondanks inzet van veel agenten heerst in Nederland de indruk dat de bestrijding van de internationale drugshandel de afgelopen twintig jaar weinig effect heeft gehad. Zo is de straatwaarde van een gram cocaïne bijvoorbeeld al jarenlang stabiel.

Ook het buitenland heeft geen hoge pet op van ons opsporingsbeleid. De Britse NCIS (National Criminal Intelligence Service) bijvoorbeeld, een soort CRI (Informatiedienst Centrale Recherche), schrijft in haar laatste jaarverslag zelfs dat in Nederland vele lijnen van de internationale drugshandel samenkomen, of het nu softdrugs betreft, cocaïne of xtc.

Maar ook de aanpak van lokale criminaliteit laat veel te wensen over. Alle misdaadstatistieken wijzen in de richting van een toename van geweld. Het geweld - vooral van jonge daders - wordt steeds grover. Te denken valt bijvoorbeeld aan straatroven, mishandelingen, overvallen en zelfs levensdelicten.

Van Riessen: ,,In Amsterdam hebben we een harde kern van jeugdcriminelen, maar ook wat wij noemen 'onze ABC'tjes': Amsterdamse Beroepscriminelen. We kennen niet alleen hun namen, we weten ook de plekken waar ze de criminele handelingen verrichten. We pakten ze steeds weer op, maar kregen de cijfers niet naar beneden.''

In 2001 werd Van Riessen namens de top van de Nederlandse politie, de Raad van hoofdcommissarissen, gevraagd de projectgroep Opsporing te leiden. Hij brainstormde hiervoor met collega's uit verschillende delen van het land. Eén prangende vraag kwam steeds weer terug: wat is er toch mis met de Nederlandse opsporing. De sessies inspireerden hem tot het schrijven van het rapport 'Misdaad laat zich tegenhouden'.

'Dit is geen gemakkelijke boodschap', zo schrijft hij op de eerste bladzijde van zijn 'visiedocument'. Vervolgens: ,,Burgers krijgen er genoeg van dat ze grote kans lopen - volgens de statistieken één op de vier - om slachtoffer te worden van harde overlast, agressie en geweld. De maatschappij moet veiliger worden, maar dat bereikt men niet door alle kaarten te zetten op opsporing.''

Om het tij te keren moet de Nederlandse aanpak drastisch worden herzien, vindt de recherche-adviseur. Immers als oppakken weinig zoden aan de dijk zet, wat moet de politie dan? Van Riessen heeft grote verwachtingen van wat hij 'tegenhouden' noemt. Het korps in de hoofstad werkt er al twee jaar mee. Hij geeft een voorbeeld.

Van Riessen: ,,De politie beschikt over een scala aan informatie over criminelen. Zo weten we bijvoorbeeld dat crimineel x met vuurwapens rondrijdt. Hij verstopt dit op een geheime bergplaats in zijn auto. In de oude werkwijze is dit vermoeden het startpunt van een opsporingsonderzoek. Zo'n onderzoek is tijdrovend. In de nieuwe aanpak is het vermoeden niet het startpunt om te onderzoeken, maar om meteen op te treden.''

,,We maken het leven van een crimineel zuur. Alle agenten krijgen 's ochtends op hun computer de lijsten te zien van de boeven die we zoeken met hun auto's. Ziet een politieman die dag iemand die aan de omschrijving voldoet, dan volgt aanhouding en doorzoeking. Wordt er niets gevonden, dan volgt aan het eind van de straat door een andere agent hetzelfde ritueel. En dat kan zo de hele dag doorgaan.''

Van Riessen noemt het een cultuuromslag in het denken van de rechercheurs. Want in de nieuwe aanpak houden niet alleen zij grote boeven aan, maar doen alle vierduizend agenten mee. Ook de verkeersagenten, de buurtregisseurs en de politiemensen die normaliter op de meldkamer werken.

De agenten gaan zelfs nog een stap verder. De criminelen worden op de polaroidcamera gezet. Van Riessen: ,,Foto's maken op de openbare weg mag, dus waarom mag de politie dat niet doen? We weten nu soms van dag tot dag welke kleding een crimineel aanheeft en in wiens gezelschap hij waar verkeert. Krijgen we een melding binnen van een gepleegd delict en voldoet de omschrijving van het overhemd of de jas, dan gaan de agenten eropaf en volgt arrestatie.''

De kunst van het nieuwe optreden is niet om meer, maar juist minder criminelen te arresteren, door ze voor het plegen van een strafbaar feit te storen. De methode is mede uit nood geboren omdat alleen opsporen de cijfers niet omlaag kreeg. Bezuinigingen bij de politie en justitie noopte Van Riessen ertoe zijn mankrachten anders in te zetten. Zijn agenten zijn niet meer alleen bezig met ellenlange onderzoeken, maar steeds meer met het uitdelen van korte klappen.

'Gewoon eropaf', is ook het advies dat Van Riessen de landelijke recherche geeft. Hij verwacht dat in de toekomst alle 40000 Nederlandse agenten naast opsporen ook met de methode 'tegenhouden' aan de slag gaan.

Maar tegenhouden is meer dan alleen het verstoren van criminelen en hun 'nesten'. Van Riessen heeft voor het grotere plan ook de regering nodig. ,,Tegenhouden in de brede zin vergt om harde politieke beslissingen die ten koste gaan van economische belangen. Bijvoorbeeld als je het hebt over de diefstal van gsm's en laptops. De overheid moet bij grote bedrijven zoals Philips, Nokia en Siemens afdwingen dat ze die spullen pas op de markt lanceren als er een veiligheidschip inzit. Worden deze goederen gestolen dan kunnen wij met een druk op de knop de spullen onbruikbaar maken. Ik kan je verzekeren dat het met de diefstal van deze spullen snel afgelopen zal zijn.''

Zijn vele lobbyacties in Den Haag hierover leverde hem niets op. Een verloren kans, vindt adviseur van de recherche Van Riessen.

,,In Amsterdam hebben wij de diefstal van scooters niet omlaag gekregen door steeds weer de daders op te pakken, maar doordat de fabrikant een chip inbouwde en ons een apparaat gaf waarmee we de scooters konden 'lezen'. Zo konden we bij onze acties de gestolen waar zo van de weg halen. Voor criminelen was de lol er snel af toen ze dat wisten.''

Niet alleen de overheid, ook burgers moeten zich volgens de adviseur afvragen wat zij nou willen van de politie. ,,Als een onbeheerde laptop uit een auto wordt gestolen, heeft de eigenaar dan nog wel recht op politiehulp?''

Datzelfde geldt voor bedrijven. ,,In het Westelijk Havengebied liggen bijvoorbeeld voor een raam de nieuwste computers op een rij. We weten dat daar nacht in, nacht uit wordt gestolen. De verzekering betaalt de schade, maar een bedrijf dat zo onachtzaam met spullen omgaat, heeft dat nog wel recht op politiediensten? Moeten agenten niet de bevoegdheid krijgen om tegen de eigenaar te zeggen: En nu, hup weg, met die computers voor het raam. Doe je het toch, even goede vrienden, maar dan komen wij 's nachts niet meer na een inbraakalarm.''

Een nadeel van de methode 'tegenhouden' is dat niet goed te controleren is of de aanpak daadwerkelijk criminaliteit bestrijdt dat zonder die aanpak zou zijn voltooid. Toch denkt Van Riessen wel degelijk dat zijn aanpak werkt. Trots vertelt hij dat aangiftecijfers omlaag zijn gegaan. In het jaar 2000 deden 130.000 inwoners van de stad Amsterdam aangifte, nu zijn dat er 100.000. Hij verzekert dat hierbij rekening is gehouden met de teruggelopen aangiftebereidheid.

Een ander kritiekpunt is dat de adviseur iets uitvindt wat allang bestaat: namelijk preventie. Of zoals zijn tegenstanders hem weleens toebijten: Op het dak van een brandend huis gaan staan en roepen dat voorkomen beter is dan bestrijden.

Van Riessen werpt deze kritiek ver van zich. Preventie wordt volgens hem als 'soft' ervaren, maar tegenhouden is juist snoeihard vindt hij. Temeer als het gaat om politieke beslissingen. ,,Tot nu toe heeft de politiek wel veel kabaal gemaakt over veiligheid, maar is ze weggelopen voor echte harde beslissingen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden