Maak van Tsjaad geen tweede Nigeria

Tsjaad en Kameroen krijgen voorlopig geen miljoenenlening voor een groot olieproject, zo heeft de Wereldbank onlangs besloten. Eerst moeten de beide landen meer duidelijkheid verschaffen over de effecten voor mens en milieu. Westerse en Afrikaanse milieu- en mensenrechtenorganisaties zullen de Bank onder druk blijven zetten: de oliewinning mag het milieu en de precaire sociale verhoudingen niet ondermijnen.

De ontwikkelingsorganisatie Bilance en de Vereniging Milieudefensie hebben gezamenlijk actie gevoerd voor garanties voor mens en milieu bij de geplande oliewinning in het zuiden van Tsjaad, en het aanleggen van een pijplijn door Tsjaad en Kameroen. De plannen mogen geen schadelijke gevolgen hebben voor het milieu en dienen de plaatselijke bevolking ten goede te komen in plaats van te schaden. Een eerste succes is geboekt. De Wereldbank heeft het besluit over een lening uitgesteld tot het eind van het jaar, omdat zij over onvoldoende gegevens beschikt voor een zorgvuldige afweging.

In 1995 gaf de overheid van Tsjaad de oliemaatschappijen Exxon, Shell en Elf Aquitaine toestemming tot exploitatie van de olievelden Kome, Bolobo en Miandoum in het zuiden van Tsjaad. De plannen voorzagen ook in aanleg van een pijpleiding van 1050 kilometer naar de haven van Kribi, Kameroen (met instemming van de regering van Kameroen), alsmede de bouw en exploitatie van een offshore opslag- en laadplatform. De verwachte opbrengst bedraagt zo'n 924 miljoen vaten olie in de komende dertig jaar. Wellicht worden nog meer olievelden in de regio aan deze pijpleiding gekoppeld.

Tsjaad en Kameroen hebben de Wereldbank een lening gevraagd van 115 miljoen dollar voor hun aandeel in het project. De oliemaatschappijen bekostigen zelf het merendeel van de benodigde 3 miljard dollar, maar hebben voor de feitelijke exploitatie eveneens bij de International Finance Corporation van de Wereldbank een lening aangevraagd, van 250 miljoen dollar. Voordat de Wereldbank een lening verstrekt, gaat zij na of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de Bank op sociaal en milieugebied, aan de hand van milieu-effectrapportages die de aanvragers opstellen.

Het project is economisch belangrijk voor het Sahelland Tsjaad, dat vooral afhankelijk is van katoen. Ook buurland Kameroen verwacht veel van de vergoeding voor de pijplijn die de olie naar de Atlantische kust moet brengen - 85 procent van de pijpleiding loopt over zijn grondgebied - en van de havenontwikkeling in Kribi.

Maar mensenrechten- en milieuorganisaties in beide landen (waaronder een aantal partnerorganisaties van Bilance en Milieudefensie) zijn uiterst bezorgd over de wijze waarop tot nu toe met de belangen van de bevolking en de gevolgen voor het milieu wordt omgegaan. De bevolking wordt onvoldoende bij de besluitvorming over het project betrokken, de beschikbare informatie is onvolledig en er zijn geen garanties dat het oliewinningsproject per saldo niet negatief zal uitpakken voor de bevolking en de leefomgeving. Uit een missie die Milieudefensie naar Kameroen stuurde, bleek dat sommige dorpelingen pas merkten dat de pijplijn over hun grond was gepland toen zij bulldozers hun oogst zagen vernietigen. Het project lijkt een kant op te gaan die doet denken aan de bittere ervaringen met de oliewinning in Nigeria. Daar kreeg de lokale bevolking te lijden van milieuvervuiling en sociale achteruitgang, terwijl de opbrengsten naar de elite in andere delen van Nigeria gingen.

In Tsjaad woedt al jarenlang een strijd tussen de etnische groepen in het noorden (die aan de macht zijn) en de bevolking in het zuiden. Hoewel de olie in het zuiden zal worden gewonnen, is de kans groot dat alleen de noordelijke elite van de olie-inkomsten zal profiteren. De lokale werkgelegenheid blijft bovendien beperkt: de constructie zal twee- à drieduizend tijdelijke arbeidsplaatsen opleveren, maar voor de exploitatie zijn maar enkele honderden personen nodig. De oliewinning in het zuiden zal het bestaande etnische conflict alleen maar verscherpen. In Kameroen loopt de pijpleiding door enkele kwetsbare natuurgebieden en het woongebied van een aantal pygmeeënvolken. Ook toeristenstranden bij Kribi riskeren olievervuiling.

Mensenrechten- en milieuorganisaties in meer dan dertig landen delen de zorgen van de Afrikaanse organisaties. Om te voorkomen dat Tsjaad een tweede Nigeria wordt, hebben Bilance en Milieudefensie in Nederland actie gevoerd. Beide organisaties ondertekenden de brief aan de directeur van de Wereldbank, waarin gepleit wordt voor een zorgvuldige besluitvorming. Deze brief werd inmiddels ondertekend door meer dan honderd organisaties en personen in ruim dertig landen, onder wie bisschop Tutu uit Zuid-Afrika. Een kaartenactie van Bilance en Milieudefensie leverde meer dan 15 000 reacties op van Nederlanders die de bezorgdheid van de beide organisaties delen.

Op verzoek van de Nederlandse ministers van ontwikkelingssamenwerking en financiën verscheen in juli 1998 een rapport van de Commissie Milieu Effect Rapportage over de inhoud en de kwaliteit van de milieu-effectrapportages die de oliemaatschappijen en de regeringen van Tsjaad en Kameroen hadden ingediend. De bevindingen van de Kamercommissie komen overeen met die van de mensenrechten- en milieuorganisaties. “De beschikbare rapporten geven onvoldoende inzicht in het project in het algemeen en de ecologische gevolgen in het bijzonder”, was de eindconclusie van de commissie. Dit staat in schril contrast met de stelling op pagina 1 van de milieu-effectrapportage voor Tsjaad (oktober 1997) waarin de oliemaatschappijen stellen dat hun plannen voldoen aan de Wereldbank-richtlijnen en -standaarden. Voor een onderbouwde besluitvorming is aanvullende informatie noodzakelijk op een aantal essentiële onderdelen, meent de kamercommissie daarentegen. Zo ontbreekt een plan in geval van olielekkage en is de keuze voor het pijplijn-traject onvoldoende onderbouwd.

In zijn brief van 10 juli aan de Tweede Kamer stelt minister Pronk dat de bevindingen van de Commissie goeddeels overeenstemmen met die van de Wereldbank zelf: aanvullende informatie over het project is noodzakelijk, en de Bank heeft mede daarom haar besluitvorming over deelname aan het project tot eind van dit jaar uitgesteld.

Vandaag zullen vertegenwoordigers van Bilance en Milieudefensie een gesprek hebben met Pieter Stek, de Nederlandse vertegenwoordiger bij de Wereldbank. Zij zullen hem de 15 000 kaarten overhandigen, en erop aandringen dat de Wereldbank de oliemaatschappijen overhaakt de werkzaamheden in Tsjaad en Kameroen op te schorten, om een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken. De lokale bevolking moet gekend worden in de plannen, en zij moet in staat gesteld worden om verbeteringen aan te dragen om sociale en milieuschade te voorkomen.

Annemiek van Voorst tot Voorst is hoofd van de beleidsafdeling van de katholieke ontwikkelingsorganisatie Bilance, Irene Bloemink is buitenlandspecialist van de Vereniging Milieudefensie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden