Maak ouderen warm voor tweede carrière in de zorg

Nu Nederlanders langer door moeten werken liggen er kansen om de schaarste van personeel in de zorgsector tegen te gaan.

De achterban van de vakbonden heeft het pensioenakkoord gelukkig onderschreven en de nieuwe regeringscoalitie, van welke signatuur dan ook, zal het akkoord serieus moeten nemen. Het is nu zaak dat echt werk wordt gemaakt van gezond langer doorwerken. De arbeidsmarkt dient zich open te stellen voor ouderen. Er ligt daarbij een mooie kans om in een een-tweetje in te spelen op ook een andere uitdaging, namelijk het op peil houden van een goed zorgaanbod dat past bij een vergrijzende samenleving.

Drie feiten staan vast. Ten eerste neemt de levensverwachting van Nederlanders verder toe. Dat is goed nieuws en een ultieme indicatie van welvaartsgroei en betere zorg. Nadat eerder vooral de sterfte op jongere leeftijd daalde, neemt nu vooral de sterfte onder ouderen af.

Ten tweede stijgen de kosten voor de zorg. Niet alleen door het groeiende aantal ouderen, maar ook door de introductie van nieuwe technologieën en betere en snellere behandelingen. Ten slotte kent de zorgsector een enorme vervangings- en uitbreidingsvraag naar arbeid. Alleen al tot 2025 zijn zo’n half miljoen arbeidskrachten nodig terwijl de beroepsbevolking krimpt.

Van deze nood kan een deugd worden gemaakt. De oplossing is evident: ouderen die voor ouderen zorgen. Dat kan op verschillende manieren. Zo is het zaak de toekomstige ouderen, dus de huidige jongeren, te stimuleren om vaker voor de zorg te kiezen. Daarvoor is nodig dat het beeld van de sector in het beroepsonderwijs wordt bijgesteld en dat leerlingen tijdens de opleiding meer van de praktijk kunnen proeven. De zorgsector kent een grote diversiteit aan functies en biedt veel meer dan alleen het verschonen en in en uit bed halen van mensen.

Verder moeten 45-plussers, vooral degenen in krimpsectoren, tijdig worden gewezen op de mogelijkheid van een tweede carrière in de zorgbranche. Daarvoor is omscholing nodig maar helaas zijn daarvoor nog te weinig financiële en organisatorische middelen beschikbaar. Zo ondersteunen de sectorale opleidingsfondsen mobiliteit tussen sectoren nog onvoldoende.

Het zou een uitkomst zijn als elke werkende, zzp’ers en flexkrachten inbegrepen, een eigen scholingsrugzakje krijgt dat, zoals in een aantal andere landen, kan worden meegenomen naar een volgende baan. Bovendien is veel winst te behalen uit het vaker digitaal aanbieden van lesstof, zodat mensen ook in hun thuisomgeving gemakkelijker kunnen leren. En de zorgsector zal de arbeidsvoorwaarden verder moeten flexibiliseren, zodat medewerkers werk en privéverantwoordelijkheden beter kunnen combineren.

Voor ouder personeel moet ook deeltijdpensionering beter mogelijk gemaakt worden. Daarnaast kan de zorgsector de mogelijkheden tot functiesplitsing of job carving uitbreiden. Hierdoor ontstaat ook werkgelegenheid voor mensen met lichamelijke of mentale beperkingen.

Het is een veelzeggende constatering dat de zorgsector niet alleen veel vraag, maar ook een hoge uitstroom kent. Zorgwerknemers willen zich met overgave inzetten voor het helpen van mensen maar zijn wars van de bijkomende belasting van administratieve en organisatorische aard.

Een laatste punt is dat het een illusie is dat zelfs bij verbeterd beleid alle werknemers voltijds en volproductief tot de verhoogde pensioenleeftijd op de reguliere arbeidsmarkt actief zullen kunnen blijven. Dat geldt in het bijzonder voor een deel van de huidige generatie 50-plussers die op jonge leeftijd en met een lage opleiding met werken is begonnen. Maar dat betekent niet dat deze groep geen rol kan spelen in de zorg voor hun oudere medemens. Niet alleen de institutionele zorg maar ook de mantel- en informele zorg zal de komende decennia flink groeien.

Om die reden is ook een speciale inkomensvoorziening op gemeentelijk niveau op zijn plaats waarbij 60-plussers in ruil voor een minimumuitkering activiteiten verrichten in het kader van de WMO – bijvoorbeeld karweitjes rondom het huis, boodschappen doen, een middagje uit of het prepareren of rondbrengen van warme maaltijden.

Zo wordt voorkomen dat 80-plussers vereenzamen. Bovendien kunnen ouderen die geen werk kunnen vinden in de particuliere sector toch zinvol bezig blijven. Daarmee blijven ze langer gezond en mentaal weerbaar.

De arbeidsschaarste in de zorg die door de vergrijzing ontstaat, biedt een kans om ook oudere mensen met beperkingen actief bij de samenleving te betrekken en de doorgeslagen individualisering te keren waarbij mensen weer meer naar elkaar gaan omzien. Laten we ons concentreren op wat ouderen nog wel kunnen in plaats van wat ze niet (meer) kunnen.

Met het een-tweetje tussen uitstekende zorg en langer actief blijven op een goed functionerende arbeidsmarkt kan Nederland haar positie als wereldkampioen gezonde levensverwachting van zo’n vijftig jaar geleden weer terugveroveren. En het blijft tegelijk een land waar het goed toeven is omdat we de vergrijzing en de talenten van ouderen weten te verzilveren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden