Maak het af, ik ga dood

In een eenvoudige gotische dorpskerk, aan de rand van Mainz, is nu pas, vijftien jaar na de dood van Marc Chagall (1889-1985), diens grootste monumentale werk voltooid, door zijn glazenier Charles Marq. Van de liefst eenentwintig grote en kleine ramen zijn de laatste zes zojuist geplaatst. Morgen vindt de officiële overdracht van het buitengewone ensemble plaats. 'Wie de kerk betreedt ervaart iets ongekends.' In de woorden van Chagall: 'Je schept niets, als je niet liefhebt. Als je liefhebt, schep je alles.'

Chagall is pas vanaf 1957 glas-in-lood ramen gaan maken, maar van die tijd af onafgebroken en tot het laatst, zo blijkt nu. In Jeruzalem, New York, Metz, Sarrebourg, Tudeley in Kent, Zurich en Reims kan men de voornaamste bewonderen. Maar naast de twaalf ramen van de twaalf stammen van Israël, uitgebeeld in de synagoge van het Hadassah-ziekenhuis, heeft hij nergens zo'n volledig ensemble kunnen ontwerpen als in Mainz. Toen de twaalf ramen in Jeruzalem waren geplaatst en Chagall ze zag, huilde hij. De ramen waren in de vierkante ruimte van de nieuwe synagoge hoog tegen het platte plafond en dicht tegen elkaar geplakt.

In Mainz kreeg Chagall de volmaakte ruimte aangeboden. Toen hij hoogbejaard was, zijn krachten afnamen, maar zijn geest nog vol van visioenen bleef, maakte hij alsnog het grote werk dat mogelijk als zijn voornaamste monumentale erfenis zal worden beschouwd.

Mainz ligt in een diepe kom, waar de Main in de Rijn stroomt. Bezuiden de stad verheft zich de hoogste heuvel, de Kupferberg, waar de Romeinen al een strategische nederzetting bouwden. Op de top van de heuvel staat de meer dan duizend jaar oude Stiftskirche. Daar baden wereldheren dagelijks de getijden voor het heilige roomse rijk, dat na Karel de Grote in brokken uiteenviel. Ook het Romaanse kerkgebouw raakte in verval. In de 13de eeuw werd de kerk in gotische stijl vernieuwd. In de 18de eeuw kwam er nog een barokke toren, annex uitkijkpost, bovenop, waar de brandwacht van Mainz woonde, tot 1911. In de Tweede Wereldoorlog werd de kerk driemaal beschoten en gebombardeerd. Bij de bevrijding stonden alleen de buitenmuren nog overeind. In de jaren vijftig werd de kerk hersteld. Er werden 'witte' noodramen aangebracht, omdat het geld op was.

En toen werd Klaus Mayer er tot priester benoemd. Die had een vurig hart en een kunstzinnig oog. Hij kreeg een idee: ,,Alle licht dat op Mainz valt, gaat eerst door de gotische ramen van deze kerk. Van deze kerk moet een boodschap uitgaan. Ze moet een teken van verzoening worden in Europa, vooral tussen Duitsland en Frankrijk. Een teken ook voor de dialoog tussen joden en christenen. En een teken tegen de tijdgeest. In deze tijd van harde techniek en economie komt de ziel tekort. Zij behoeft warmte, in een koude wereld. Er is maar één die nog de gloed van de liefde in deze kerk kan doen ontvlammen, Marc Chagall.'

Mayer besloot Chagall gewoon een brief te schrijven. Die brief, van 10 april 1973, zou het begin worden van een uniek en magnifiek verhaal. Chagall wilde eerst helemaal niet. Nooit had hij na de Holocaust een grote opdracht in Duitsland aangenomen. Bovendien, hij voelde zich aftakelen. Hij wilde ook niet meer van huis. Uit St. Paul de Vence, boven Nice, kwamen dus aanvankelijk alleen maar afwijzende berichten. Maar Chagalls vrouw, Vava, liet de Mainzer pastoor in stilte weten: geef niet op, hoop doet wonderen, ik houd het vuurtje wel warm.

Mayer had Chagall bescheiden en angstvallig om 'indien mogelijk één raam' voor het hoogkoor van zijn kerk gevraagd. Juli 1973 werd in een buitenwijk van Nice het 'Musée Biblique' van Chagall geopend, waar al zijn bijbelse werk is samengebracht, dat hij schonk aan de Franse staat, na Rusland zijn tweede vaderland. Bij de opening zei Chagall: ,,Alle leven loopt ten einde. Daarom, zolang we leven, laten we het schilderen met onze kleuren van de liefde en de hoop. Alles is mogelijk, als het op liefde berust.' Toen in 1974 de ramen in de kathedraal van Reims werden ingewijd, zou hij zeggen: ,,Je schept niets, als je niet liefhebt. Als je liefhebt, schep je alles'.

Klaus Mayer bleef met Vava Brotzky corresponderen. Beiden gaven niet op. Chagall vond het goed dat Charles en Brigitte Marq, met wie hij sterk bevriend was en die vanaf het begin al zijn ontwerpen in glas-en-lood hebben omgezet, de kerk in Mainz zouden gaan bekijken. Zij zagen onmiddellijk de perfecte disposities van de ruimte en het geschenk van het licht in de ramen.

Pastoor Mayer zat niet stil. Hij ging naar kardinaal Valk van Mainz en naar Helmut Kohl, toen in Mainz nog minister-president van Rijnland-Palts. Mayer praatte als Brugman: ,,Bonifatius was bisschop van Mainz, toen hij in 754 in Dokkum werd vermoord. Hij heeft Duitsland de bijbel gebracht. En Johannes Gutenberg heeft in Mainz in 1455 voor het eerst de bijbel gedrukt. Nu moet Chagall het licht van de bijbel voor de toekomst verspreiden.' Helmut Kohl beloofde het raam te zullen betalen. Zijn opvolger in Mainz, Bernhard Vogel, hield woord. De in Mainz gevestigde ZDF maakte een film van interieur en exterieur van de kerk. Chagall klaagde nog: men moest begrijpen hoeveel reflectie, kracht en concentratie het ontwerpen van een monumentaal raam vergt. Maar toen hij de film zag, leefde hij op: dit is een geschenk van de hemel, dit mag ik niet laten liggen.

April 1974 mocht Mayer in St. Paul op bezoek komen. Chagall zette hem vol respect en liefde in zijn eigen zetel, onder het schilderij 'De rode daken', herinnert Mayer zich. Meer dan veertig bezoeken zou de pastoor aan het echtpaar Chagall brengen. Nimmer kwam Chagall naar Mainz. Nooit heeft hij de kerk zelf bezocht. Nooit heeft hij het resultaat van zijn werk in de kerk gezien, niet een van de ramen die nog tijdens zijn leven zijn geplaatst.

Oudjaar 1976 kwam ineens het verlossende telefoontje. Vava belde met de boodschap dat Chagall 'voor Mainz aan het werk was'. Hij tekende op papier de maquette voor het grote middenraam van het hoogkoor. Maart 1977 was het ontwerp klaar, ze mochten uit Mainz komen kijken.

Mayer wist niet wat hij zag. De grote scènes van het Genesis- en het Exodus-boek waren in acht vensterparten in beeld gebracht, met daarboven drie cirkeltaferelen in de kroon van het gotisch venster, daar waar als het ware de vingertoppen van de beide biddende mannen bij elkaar komen.

Chagall wist dat het raam zou uitstijgen boven het grote stenen hoogaltaar van de kerk. Daarom bracht hij in de voet van het raam het bezoek en de maaltijd van de drie engelen bij Abraham en Sarah in beeld. Als ooit de dialoog van christenen met joden echt loskomt, zal deze vingerwijzing van Chagall veelbetekenend en profetisch blijken. De mis wordt teruggebracht tot de heilige maaltijd thuis. Op de derde van de vier raamverdiepingen tekent Chagall het offer van Isaïk. Of beter: de opdracht om eindelijk met alle offeren op te houden, het eerst met de kinderoffers. Daaraan zal de Opdrachtgever in de hemel zich uiteraard als eerste houden. Voor Chagall is het dan ook geen enkel probleem om de gekruisigde in zijn ontwerpen op te nemen. Jezus is in zijn kerkramen niet de Christus, niet de Messias, maar het beeld van de lijdende mens, allereerst van het lijden Israël aangedaan.

Klaus Mayer is bij de rondleidingen in zijn kerk een echte roomse pastoor die vertelt. Met al zijn bijbelse begeestering en kennis leidt hij alles naar de verlossing door Christus. Chagall wist dat, maar hij liet het nooit komen tot theologische disputen. Hij schilderde de verhalen.

Toen de contracten voor het eerste raam waren getekend, kon het handwerk beginnen in de ateliers-Simon in Reims. Eeuwenlang heeft dit beroemde huis, waarvan het echtpaar Marq nu de leiding heeft, geleverd aan paleizen en kathedralen in heel Frankrijk. Van Reims werden de ramen naar Chagall gebracht. De meester zelf bracht het laatste 'grisaille'-werk aan. Met een uit ijzer verkregen zwart potloodstift tekende hij de licht- en donkerschakeringen in elk raamdetail. ,,Nu pas is het mijn raam', zei hij en signeerde het.

September 1978 werd het hoofdraam van Chagall in het oostelijke hoogkoor van de St. Stephan overgedragen. Iedereen dacht, dit is het dus, het werk is af.

Maar nu verraste Chagall iedereen. Hij wist dat de absis vier ramen had. Eind 1978 kreeg hij nog drie ontwerpen gereed. Alle grote verhalen, uit de vijf Mozes-boeken van de tora en uit de historische boeken, zoals van Eliah, David, de Tempel met de Zevenarmige Kandelaar, hadden er een plaats in gekregen. Op 29 januari 1980 werden ook deze drie ramen ingewijd. Het Oostkoor was klaar. En nog ging Chagall verder. Vava wist dat hij zo aan zijn testament werkte, zijn laatste grote, samenvattende, bijbelse werk. Chagall was nu 93. Hij leed onder zijn ongeduld. Charles Marq joeg hij op: ,,Maak het klaar, ik ga dood.'

Maar intussen kwam hij met nog vijf nieuwe ontwerpen, in een heel andere stijl. De tora stond nu uitgebeeld in het hoogkoor. Van de zijbeuken, het dwarsschip van de hallenkerk, wilde hij een 'voorhof' maken, de plaats waar 'men zich voorbereidt op het aanschouwen van de grote verhalen van de humaniteit'. Klaus Mayer en het echtpaar Marq stonden perplex. En ook Vava: ,,Je hebt er alleen blauwen op aangebracht, je moet ook andere kleuren gebruiken.' ,,Wacht maar', was Chagalls reactie.

Toen de vijf nieuwe ontwerpen klaar waren, werd alles duidelijk. Werd in de ramen in het hoogkoor de nederdaling verbeeld, in de zijramen was het de opstijging. In achttien schakeringen blauw had Chagall op het eerste gezicht abstracte vlakken aangebracht. Maar wie goed ziet, ontdekt druivenranken, bomen, bloemen, vissen, vogels. Tot in de kroon van de ramen een gloed van kleuren uitbreekt, roden, gelen, groenen, violetten.

Deze allerlaatste ramen van Chagall zijn de uitdrukking van zijn jeugd en van zijn levensavond. ,,Als ik thuis in Witebsk met vader naar de synagoge ging, zat ik tijdens de lange sjabbat-gebeden naar buiten te staren. Dan zag ik altijd de blauwe luchten van Rusland.' Nu was het blauw van zijn ramen de vrede en de vreugde van het mysterie geworden. Chagall had nog gezegd dat hij er geen honorarium voor wilde. Hij werkt nog tot het allerlaatst. In de herfst van 1984 bracht hij de laatste grisailles aan. Op 6 november 1984 was alles klaar.

Chagall had toen al bronchitis. Nog ging hij thuis dagelijks naar het atelier. Met zijn lithograaf Charles Sorlier uit Parijs werkte hij op donderdag 28 maart 1985 aan de herdruk van litho's en aan nieuwe. Tegen de avond vertrok Sorlier. Chagalls huismeester André kwam hem tegen zeven uur halen om hem in de rolstoel met de lift naar boven, naar de woonvertrekken te brengen. Bij de deur zakte Chagall ineen. Enkele minuten later was hij dood.

Nog geen maand na de begrafenis werden zijn laatste ramen van het atelier in Reims naar de kerk in Mainz vervoerd. Op 11 mei 1985 was de overdracht. Chagalls weduwe Vava, dankzij wier geduldige vasthoudendheid haar man toch nog tot zijn grootste laatste werk was gekomen, ontving van de Mainzer bisschop Carl Lehmann de 'Martinus-medaille' van het bisdom.

Maar pastoor Klaus Mayer was nog niet tevreden. Er waren nog twaalf grote en kleine vensters in het schip van de kerk die ongebroken 'wit licht' binnenlieten. Charles Marq aanvaardde, zeer aarzelend, de opdracht daarvoor alsnog ontwerpen te maken. Hij kon en wilde het werk van zijn vriend en meester Chagall niet aanvullen of voltooien. Maar hij is zelf ook ontwerper van vele ramen. Hij kon bij de laatste 'abstracten' van Chagall aansluiten en zo op eigen wijze de resterende ramen maken.

Ook die zijn nu gereed en geplaatst. Zij vervullen inderdaad de taak van de 'preparatie' tot het ontvangen van de tora, zoals Chagall haar weer gaf. Zondag 24 september is de inwijding van het zo volbrachte werk.

Wie de kerk van St. Stephan betreedt, ervaart iets volkomen ongekends. Hier wordt het hele verhaal verteld, in een kleurengloed van warmte en liefde. Men kijkt niet op naar de ramen, zoals in hoge kathedralen, men bevindt zich midden in het verhaal, men hoort erbij, men wordt er deelgenoot van.

Bij alle veelzijdige vaardigheden die Chagall uitoefende, zouden de glas-in-loodramen wel eens zijn voornaamste werk kunnen blijken. Schilderijen zijn vaak in musea en bij particulieren verborgen. De ramen zijn er altijd. En het bijbels verhaal wordt zo altijd verteld. In Mainz zijn nu de eenentwintig ramen voltooid. Chagall gaf er zijn laatste signatuur aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden