Maak Amsterdam twee keer zo groot

Voor de groei van de economie zijn echt grote steden nodig. En die heeft Nederland niet. Laat Amsterdam daarom uitgroeien tot een wereldstad, suggereert hoogleraar Zef Hemel, anders raakt heel Nederland achterop.

HANNE OBBINK

Eigenlijk is Nederland één grote stad. En net als andere wereldsteden kent die stad het nodige groen. In andere steden zijn dat parken, in Nederland weilanden, en daar verbazen buitenlanders zich over: waarom staan hier koeien in de parken?

Het was een treffend beeld dat minister Plasterk (binnenlandse zaken) half april schetste in een interview met Trouw. De minister werkt aan de Agenda Stad, een plan voor de toekomst van de Nederlandse steden dat hij nog voor de zomer aan de Tweede Kamer wil sturen, en in dat interview maakte hij alvast duidelijk welke koers hij kiest. Nederlandse steden zijn te klein om de internationale concurrentieslag aan te kunnen, betoogde hij. Maar als die steden gaan samenwerken, als ze zich ontwikkelen tot één groot stedennetwerk - met koeien in de parken ertussen - dan lukt dat wél. "We moeten groter denken."

Een kansrijk plan? Nee, zeker niet, zegt Zef Hemel. Hij werkt voor de Amsterdam Economic Board en is daarnaast bijzonder hoogleraar grootstedelijke problematiek aan de Universiteit van Amsterdam. "Wat Nederland nodig heeft is een échte stad, geen verdunde stad", zegt hij.

"Het kabinet kan beter al zijn kaarten zetten op Amsterdam, de enige stad die kan uitgroeien tot de omvang die nodig is om internationaal mee te tellen."

undefined

Twee miljoen

Daarvoor zou Amsterdam moeten verdubbelen. Nu telt de stad samen met de plaatsen die ertegenaan liggen (zoals Diemen, Amstelveen en Badhoevedorp) ongeveer een miljoen inwoners. Dat moeten er twee miljoen worden, zegt Hemel. "Andere Nederlandse steden komen dan op het tweede plan, ja. Maar anders zal heel Nederland op het tweede plan raken."

Waarom precies? Allereerst omdat de steden de motor van de economie zijn, daarover zijn Plasterk en Hemel en zo ongeveer alle deskundigen op het gebied van planologie en economie het eens. Dat is altijd al zo geweest, en nu meer dan ooit. In steden wordt het meeste geld verdiend, daar zijn de meeste banen te vinden, daar komen mensen elkaar tegen, daar gebéurt het.

"Innovatie, dat is het sleutelwoord in de economie. In toenemende mate, want de levensduur van producten, van markten, van bedrijven wordt steeds korter", zegt Hemel. "En voor innovatie moet je in de grote stad zijn. Daar staan de universiteiten, daar vinden bedrijven de hoogopgeleiden die ze nodig hebben, daar komen mensen met creatieve ideeën elkaar tegen."

Er is een periode geweest, in de jaren zeventig en tachtig, dat de steden krompen, vervolgt de hoogleraar. "Niet toevallig zat in diezelfde tijd ook de economie in het slop. Maar daarna begon de groei weer. Toen internet opkwam, hebben we opnieuw gedacht dat de steden overbodig zouden worden. Mensen zouden digitaal contact onderhouden en hoefden elkaar niet meer tegen te komen. Maar wonderlijk genoeg is het tegenovergestelde gebeurd. Jongeren gebruiken internet vooral om erachter te komen wat er te koop is, waar het gebeurt, waar ze moeten zijn. En het lijkt wel alsof alle jongeren naar de stad trekken."

Ook over iets anders bestaat weinig discussie: om de stad als motor van de economie te laten draaien, is een bepaalde omvang nodig, en de Nederlandse steden zijn daarvoor te klein. De organisatie van industrielanden Oeso stelde het vorig jaar nog onomwonden vast: door die kleine steden dreigt Nederland economisch gezien de boot te missen.

Hemel: "Om als motor te werken heeft een stad een grote diversiteit aan economische functies nodig met specialisten die unieke kennis bezitten", legt Hemel uit. "Bedrijven trekken naar steden waar die kennis te vinden is - op het gebied van het bankwezen, verzekeringen, advocatuur, reclame - omdat ze daarvan afhankelijk zijn. Niet voor niets hebben Philips en AkzoNobel hun hoofdkantoor verplaatst naar Amsterdam, op zoek naar die kennis. Maar een stad met één miljoen inwoners is niet groot genoeg om al die kennis te herbergen, en de volgende stap voor zulke ondernemingen is verhuizen naar Londen."

Jarenlang is gedacht dat Nederland het wel zou redden met de Randstad. Daar wonen tenslotte zeven miljoen mensen en dat is een schaalgrootte die er internationaal gezien toe doet. Maar de twijfel daarover groeit. 'Vele steden maken nog geen Randstad', luidde een kleine tien jaar geleden al de titel van een studie door het Planbureau voor de Leefomgeving. In een stad trekken mensen kriskras door elkaar heen op weg naar werk of winkels of bioscoop en vullen de verschillende stadsdelen elkaar aan. In die zin zal de Randstad nooit een stad worden.

Maar als we ervoor zorgen dat al die steden, niet alleen in de Randstad, met elkaar samenwerken en zich elk op hun eigen sterke punten specialiseren? Dat is de koers die Plasterk voor zich ziet. Amsterdam wordt dan bij wijze van spreken Eindhoven-Noord, zei hij onlangs op een conferentie, en zo kunnen we de concurrentie aan.

undefined

Compact

Dat zal niet werken, voorspelt Hemel. De grote stad, de stad die internationaal meetelt, is een aaneengesloten gebied, een compacte stad met een echt centrum, een stad waar mensen elkaar ook daadwerkelijk tegenkomen. Pas dan tellen de 'agglomeratievoordelen', pas dan gaat de omvang van de stad voordelig uitpakken.

Daarom is het beter in te zetten op forse groei van Amsterdam. Twee miljoen mensen, dat moet kunnen, denkt Hemel, ondanks de beperkingen die de milieu- en calamiteitenzones rond Schiphol en de havens opleggen. En de schrikbeelden van Londen (een peperdure binnenstad) en Parijs (banlieues) blijven ver weg. "Twee miljoen is genoeg, maar het is nog steeds heel bescheiden, hoor."

Stop dus met het gelijkelijk verdelen van aantallen nieuwe woningen, luidt Hemels advies, en bouw Amsterdam vol met stevige woonblokken van acht à tien verdiepingen. Stop ook met investeren in infrastructuur die de steden verbindt (wat trouwens alleen maar leidt tot extra files) en steek in plaats daarvan geld in grootstedelijk openbaar vervoer.

Die groei van Amsterdam zal ten koste gaan van andere steden, erkent Hemel. "Nu al trekken mensen weg uit bijvoorbeeld Zeeland en Groningen. Als Amsterdam uitgroeit tot een metropool, krijgen andere delen van het land daar ook mee te maken. Ook daar zullen mensen wegtrekken."

undefined

Terugdoen

Amsterdam zal ook iets terugdoen voor de steden elders in het land. De bloei van de hoofdstad zal ook werk opleveren in het netwerk van steden eromheen. Meer routinematig werk, bijvoorbeeld, of werk dat veel ruimte vraagt - want ruimte in Amsterdam zelf zal duur worden. Andere steden krijgen daardoor een minder welvarende bevolking en de verschillen tussen steden zullen groeien.

"Dat heeft iets ongemakkelijks, ja." Maar, voegt Hemel eraan toe, de winst van Amsterdam is groter dan het verlies van andere steden en daar heeft uiteindelijk heel Nederland profijt van. "Doen we dit niet, dan is Amsterdam straks niet meer dan een leuke toeristische bestemming voor buitenlanders, waar je gezellig een cappuccino drinkt en het erfgoed bekijkt. Een soort Venetië."

"En de trek die je nu al ziet vanuit Zeeland en Groningen, zal dan heel Nederland treffen. Jongeren met talent zullen vertrekken naar het buitenland, naar plaatsen waar ze wél kansen zien. Nederland zal vergrijzen."

undefined

Kleinere steden kunnen 'omvang lenen' en groot worden

Eén stad echt groot laten worden of toch zorgen dat al die minder grote steden hun krachten bundelen om internationaal te kunnen meedraaien? Frank van Oort, hoogleraar stedelijke economie aan de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit in Rotterdam, begrijpt wel dat Zef Hemel inzet op het eerste: "Haha, dat is een Amsterdammer, en inderdaad, Amsterdam functioneert het beste van alle Nederlandse steden."

Maar voor Van Oort is die keus geen uitgemaakte zaak, al was het maar omdat er voor het verdubbelen van het inwonertal van Amsterdam gigantische investeringen nodig zijn. "Of dat haalbaar is, dat is nog maar de vraag." En Amsterdam is nu al overvol, de binnenstad barst al uit haar voegen. "Straks gaat de stad aan z'n eigen succes ten onder."

Die andere keus, zeg maar de koers van Plasterk, is volgens Van Oort niet kansloos. Zeker, de agglomeratievoordelen van de grote stad zijn een drijvende kracht achter economische groei, zegt ook hij. Maar uit onderzoek van de afgelopen tijd blijkt dat kleinere steden samen soms ook als grote stad kunnen functioneren. Ze kunnen profiteren van 'borrowed size', zoals het in de theorie heet, 'geleende omvang'. Dat kan als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan: ze moeten elkaar aanvullen en samenwerken, en ze moeten echt met elkaar verbonden zijn. Dat is nog niet zo eenvoudig, waarschuwt Van Oort. Op het gebied van cultuur lukt het nog wel. "Hoogopgeleiden in Utrecht gaan vanwege een gebrekkig aanbod in hun eigen stad naar de Stopera in Amsterdam", zegt Van Oort, "en ze zijn in twintig minuten weer terug op Utrecht Centraal."

Maar als het gaat om kennis en economie is het veel ingewikkelder. "De arbeidsmarkt is cruciaal", legt Van Oort uit. "Menselijk kapitaal is de belangrijkste grondstof van de huidige kenniseconomie, en menselijk kapitaal houdt van steden. Maar veel steden hebben nu nog hun eigen arbeidsmarkt. Hogeropgeleiden zijn wel bereid langere afstanden af te leggen voor hun werk, maar middelbaar en lager opgeleiden blijven dichter bij huis."

De droom van Plasterk waarin de Randstad en Amsterdam ('Eindhoven-Noord') met hun diensteneconomie verbonden zijn met de hightech-maakindustrie van Eindhoven, is daarom niet erg realistisch. "Zover strekt de arbeidsmarkt zich niet uit."

Een eerste vereiste is hoe dan ook dat steden hun inspanningen op elkaar afstemmen en allemaal precies hetzelfde doen. "Niet bij elke afslag van de snelweg een bedrijventerrein. Niet een Rai in Amsterdam én een Jaarbeurs in Utrecht, op twintig minuten van elkaar. Maar ja, de politiek in elk van die steden heeft te maken met haar eigen achterban, haar eigen electoraat. Het Utrechtse gemeentebestuur zal bijvoorbeeld niet snel durven zeggen: wij hoeven niet alles zelfstandig te doen, als het gaat om bijvoorbeeld cultuur en hoofdkantoren van ondernemingen zijn we een soort Amsterdam-Zuid."

Het vergt dus nogal wat om de potentie van die geleende omvang te benutten. "Eerlijk gezegd is er geen bestuurslaag die er inhoudelijk genoeg van weet om dat succesvol te doen", stelt Van Oort. "Nee, ik heb er niet al te veel vertrouwen in dat het lukt. Dan is inzetten op die ene grote stad, Amsterdam, waarschijnlijk toch kansrijker."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden