Ma is dood

Adieu ma, lieve onmogelijke ma. Ik had je al een paar keer begraven maar nu ben je dan toch echt dood. Lange tijd verwarde het me, daarna begon ik te snappen dat ik zoon ben van een vrouw met een (nooit behandelde) psychiatrische stoornis.

Mijn vroegste herinnering is dat ik uit de kinderstoel klom om het deurtje van de kanariekooi te openen. Snel ging ik weer zitten om te kijken wat er zou gebeuren. Jij kwam binnen en toen je het rondfladderende geel zag begon je keihard te gillen. Je greep de stofzuiger en ging wild achter de kanarie aan totdat die uit het open raam verdween.

Dramatisch. Je was zelf 'un oiseau rebelle' (een opstandige vogel), zoals je in de operette zong. Alsof je je achtervolgd voelde door een grote, onzichtbare stofzuiger. Het zal met je jeugdtrauma te maken hebben. Je groeide op in een arm gezin in Bordeaux, won een prijs als beste leerling van de klas maar werd door je moeder gedwongen om te gaan werken in een schoenenfabriek. Dat heb je als erg vernederend ervaren.

De realiteit was te hard, zodat je je eigen wereldje schiep waarin je schitterde als een onherstelbaar opgewekte diva. Pa moest jou continu aandacht geven, de nieuwslezer op tv zou met je flirten en in een restaurant kon je opeens luid in een lied uitbarsten, waarbij je ogen zochten naar applaus van de andere tafeltjes. Op de uithalen van je stem lepelde ik met kromme tenen mijn soep op. Voor jou waren mensen een publiek.

Pas later kon ik zien dat je een vrouw was met gevoelige bruine ogen. Een kleurrijke oma. Een moeder die geducht voor haar kinderen in de bres sprong. Maar het uitschelden van de onderdirecteur die kwam vragen waarom ik van school wegbleef, hielp niet echt. En moest je bij een ruzie nou werkelijk een emmer water over de buurvrouw kieperen? 'Ik ben radicaal', zei je dan.

Op het laatst leefde je alleen nog op frites en een glas chablis. Met jou wandelen over de markt in Middelburg was arm in arm lopen met een felle, koppige vonk in een te grote jas. Nadat de politie een raam had ingeslagen en jou op de grond vond, kwam je in een verpleeghuis terecht. De dementie maakte je minder zelfbewust, waardoor je zachter werd. In je laatste acte werd je zelfs 'een parel' op de afdeling.

Je schilderde bloemetjes op de wc-bril en dichtte over de schoonheid van spuug op de stoep: 'le crachat brille partout dans les lumières du soir' (overal blinkt het spuug in de lichten van de avond). De kerk, vond je, is 'voor zwakke mensen'. Ach, had je zelf maar wat 'zwakker' kunnen zijn en je geharnaste operetterol afgelegd. Dan was ook jij minder eenzaam geweest en hadden je zonen hun sociale vaardigheden niet met vallen en opstaan buiten de deur moeten leren. Eens zei je: 'Ik geloof ook, maar op mijn manier', waarbij je naar jezelf keek in een etalageruit. Het is dat je niet meer bij kennis was, anders zou je, toen Magere Hein aanklopte, vast gedacht hebben dat hij een fan was die om je handtekening kwam vragen.

Adieu ma, lieve gekke ma. Je bent als een opstandige vogel uit het raam gevlogen. Ik begin nu al te missen wat we te weinig hadden. Het doek is dicht, de voorstelling afgelopen, de lichten zijn gedoofd.

Je t'aime.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden