Lyrische Schubert en Ravel

KLASSIEK

Maria João Pires & Julien Libeer Schubert, Ravel ****

De gevierde Portugese pianiste Maria-João Pires treedt de laatste jaren graag samen met jong pianotalent op. Onder meer met de Nederlandse pianobroers Lucas en Arthur Jussen, die zij enkele jaren geleden als docente onder haar hoede heeft gehad. Maandag deelde Pires het podium van de Grote Zaal van TivoliVredenburg in de serie 'Jussen & Co' echter niet met de Jussens maar met pianist Julien Libeer, die even-eens tot haar artistieke beschermelingen behoort. Dit optreden was tevens het begin van een korte tournee waarin Pires en Libeer deze week Groningen (vanavond), Eindhoven (vrijdag) en Amsterdam (zondag) aandoen.

Een muzikaal waagstuk was het de avond te openen met Schuberts grootschalige en diepgravende Sonate in Bes D960. Schuberts zwanenzang vraagt namelijk van publiek en vertolker opperste concentratie. Het was Maria-João Pires echter toevertrouwd om de luisteraars vanaf de eerste bes te betoveren. Haar Schubert-spel was, als vanouds, intiem, lyrisch en intens muzikaal. Tegelijk wist zij de grote structuur vorm te geven, wat knap was gezien het feit dat de pianiste de donkere en dramatische kanten van het werk onderbelicht liet. Dat leek bovenal een bewuste, interpretatieve keuze, gekoppeld aan haar temperament en tengere fysiek, al waren er, zeker in de finale momenten waarin merkbaar was dat Pires hier de noodzakelijke kracht en techniek tekortkwam.

Zoals inmiddels gebruikelijk bij optredens van de eigenzinnige Pires stond op het podium een (foyer)tafeltje, met daarop de bladmuziek en een kan water. Achter de tafel zat Libeer tijdens Pires' Schubert-spel braaf te luisteren; vast niet zíjn maar Pires' idee, die op haar beurt de wacht hield tijdens Libeers uitvoering van Ravels 'Le tombeau de Couperin'. Libeer vertolkte dit werk technisch superieur, plastisch en ruimtelijk. Maar gemist werd de bijna klavecinistische helderheid waar de componist in dit neo-barokke werk om vraagt en die zeer verbonden is met Ravels Erard-vleugel.

Na Ravel was de stap terug naar Schubert programmatisch wat vreemd. Gezamenlijk sloten Pires en Libeer het recital af met diens Fantasie in f voor piano vierhandig. Pires speelde de eerste partij, met verrukkelijke zangerigheid. Libeer voegde zich daar naadloos in, als een ware kamermuziekspeler, alle, soms zelfs te veel ruimte, overlatend aan zijn duopartner.

Het publiek reageerde uitbundig op dit fraaie Schubert-spel en werd beloond met een ietwat merkwaardige toegift: György Kurtágs ongrijpbare 'Hommage à Schubert', quasi vierhandig maar beurtelings gespeeld door Libeer en Pires samen aan de vleugel.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden