Lyriek over ramen lappen

Anton Valens schrijft en tekent al sinds zijn jeugd. Zijn boek 'Meester in de hygiëne' gaat over het dagelijks werk in de thuiszorg. Valens deed ideeën op bij viezige, aanhankelijke en eenzame Amsterdammers, die hij in zijn werk bij de thuiszorg ontmoette.

Eerst dacht Anton Valens dat hij wat overgevoelig was. Maar ook collega's bleken er last van te hebben: als ze op verjaardagen vertelden wat voor werk ze deden, viel het bijna altijd stil. ,,De thuiszorg. Misschien is het niet spannend genoeg. Of verwacht niemand dat van een man.'

Hoe dan ook, Valens kon zijn verhaal nooit kwijt, terwijl hij in tien jaar tijd veel meemaakte. Omdat alles maar opkropte begon hij te schrijven, in schriften en op losse blaadjes. Uit dat archief ontstond de verhalenbundel 'Meester in de hygiëne', vernoemd naar de eretitel die hoofdpersoon en thuishulp Bonne van een cliënt krijgt.

Vanuit de Oosterparkwijk in Groningen is Valens naar de uitgeverij in Amsterdam gekomen om over zijn debuut te vertellen. Terwijl hij morsend thee inschenkt, zoekt hij nog naar de juiste woorden. Het schrijfwerk zelf kent hij wel, na maandenlang aan zinnen en hoofdstukken te hebben gesleuteld. Maar het gevoel een schrijver te zijn is lastiger te omschrijven. Het is als met het boek zelf: de tekst kent hij bijna uit het hoofd. Maar met een kaft eromheen voelt het onwennig en staat het verder van hem af. Sommige kennissen bekijken hem anders nu zijn boek in de boekhandel ligt. ,,Alsof ik meer zichtbaar ben.'

Valens (1964) was aan de Rietveld Academie opgeleid tot schilder, maar trad in de jaren negentig in dienst van Thuiszorg Amsterdam. Net als andere kunstenaars, tuinarchitecten en vertalers die niet konden rondkomen van hun eigenlijke vak. Het schoonmaakwerk was goed te doen, ook in zwaarvervuilde woningen. ,,Je komt soms bij mensen die eens in de vijf jaar hun toilet schoonmaken. Maar ik hield wel van hopeloze situaties. Meer moeite had ik met schone keukens die je nog witter stond te poetsen.'

Ingewikkelder was de band die hij met cliënten opbouwde. ,,Je weet dat ze na een tijdje overlijden of naar een verpleegtehuis gaan. Bij een collega stierven eens in twee weken tijd vijf cliënten. Je krijgt dan gewoon een nieuw adres. Het is een abrupt einde van de relatie.'

Van sommige cliënten nam Valens nooit definitief afscheid, ze zitten nog altijd in zijn hoofd. In 'Meester in de hygiëne' zijn zij belichaamd in negen personages. Bonne observeert, drinkt thee, maakt schoon en leeft mee. Met Maoist Grijspeerde, die miljonair is geworden met aandelentransacties, meneer van Wifferen, die verliefd op hem wordt, en meneer Hoenderdos, die zich met de Wet der Traagheid verontschuldigt voor de rommel in zijn wurgende leefomgeving. Hun verhalen, karakters en eigenaardigheden worden afgewisseld met fragmenten uit Bonnes liefdesleven. Verder peinst hij over de huishoudtaken.

Zoals zijn favoriete klus ramen lappen, 'een onderbelicht onderwerp in de lyriek. Sappho, Vondel, Kavafis, Brodsky, je hoort ze er nooit over.' Bonne oefent zijn schildershand op de buitenruiten van Honkoop, een slagersweduwe die binnen niets ziet van zijn meesterwerken in water en glas. De doodshoofden, naakte vrouwen en landschappen worden neergeschreven en weer uitgewist. 'Toch was er een verschil: er was schoongemaakt.' Bonne werkt met water zolang zijn kunstenaarsschap onder een verftrauma lijdt: de geur van terpentine doet hem al trillen en zweten.

Ideeën had Valens genoeg, opgedaan bij aanhankelijke, viezige of eenzame Amsterdammers. Hij hoefde ze alleen maar op te schrijven. Maar zoals Bonne ging trillen van de verfgeur, zo begon Valens zelf helemaal te schudden als hij de computer aanzette en dat gezoem weer hoorde. ,,Afschuwelijk, heel inspannend.' Want had hij voorheen vooral geschreven om te ontspannen, nu moest er een boek komen. Uitgeverij Augustus had namelijk een hoofdstuk gelezen en toonde interesse. ,,Dat gaf een megadruk, ik had pas enkele bladzijden.' Wel werd Valens goed begeleid. Hij leerde over zaken als compositie en interpunctie. Het boek is zowel geestig als treurig van toon. ,,Ik had de wat maffe zendingsdrang om mijn verhaal te vertellen, en dacht: als mensen het leuk of grappig vinden, dan lezen ze het tenminste.' Wat de treurnis betreft heeft hij zich ingehouden. ,,Anders was het niet te harden geweest. De werkelijkheid is saai en erg somber.'

Al die somberte de hele dag was uiteindelijk de reden om te stoppen met het werk. ,,Ik kon er niet meer tegen. In al die tijd werkte ik één ochtend bij iemand die herstelde: een jonge vrouw met een gebroken been. De rest ging bergaf.' Verder was het moeilijk om afstand te bewaren. ,,Veel cliënten trekken aan je, omdat ze behoefte hebben aan vriendschap en warmte. Het kostte me moeite de grens te bewaken. Ook omdat je toch om die mensen geeft.'

Valens krijgt nu van de uitgeverij te horen dat hij met schrijven moet verdergaan. ,,Dat doe ik misschien wel. Maar ik was natuurlijk geen schrijver die onderzoek ging doen bij de Thuiszorg. Omgekeerd: om deze dingen die in het boek staan te kunnen vertellen, heb ik leren schrijven.'

Hij schrijft en tekent al sinds zijn jeugd, maar het woord dubbeltalent neemt hij zelf niet in de mond. ,,Het komt allemaal uit één bron en loopt door elkaar heen. Ik teken en schrijf met de hand, vaak in dezelfde schetsboekjes. Mijn tekeningen zijn vertellend, zoals mijn schrijven volgens sommigen het beeldende van een schilder heeft.'

Voorlopig staat hij weer achter zijn doeken en werkt hij aan Groningse stadsbeelden en portretten. Tijdens de treinreis terug naar Groningen maakt hij tekeningen vanuit het raam. ,,Vooral bij Drenthe ken ik het uitzicht van boom tot boom.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden