Luxemburg / Land van rinkelende kassa's

De belasting ontduiken door geld in Luxemburg te stallen wordt minder aantrekkelijk. Maar Luxemburg lijkt zijn status als belastingparadijs te kunnen behouden. De overheid legt de banken geen strobreed in de weg, en de banken zullen hun klanten nooit verklikken.

Wat is de overeenkomst tussen een bankier en een boer? Ze rijden allebei Mercedes. De Luxemburgers zijn in de afgelopen eeuw van boeren bankiers geworden. De financiële wereld hielp ze uit hun economische sores en verloste ze van hun xenofobie. Alle reden om zich vast te klampen aan dat wat Luxemburg groot heeft gemaakt: het bankgeheim.

Zes miljoen jaar deed de rivier Pétrusse erover om de vallei uit te slijten die het centrum van de stad Luxemburg scheidt van de stationsbuurt. Nu is de Pétrusse nog maar dertig centimeter breed en twintig centimeter diep en stroomt ze door een geul van prefab-beton. Rond het riviertje ligt een keurig park, verderop een buurtje dat met ruwstenen huizen, hekken van ijzerdraad, scharrelende kippen en blaffende honden herinnert aan een boerenverleden. De wanden van de vallei van de Pétrusse gaan bijna loodrecht tientallen meters de hoogte in. Daar ontmoeten ze twee trotse bruggen en klinken de geluiden van het verkeer en de mensen. De overgang van platteland naar stad verloopt hier niet horizontaal, maar verticaal.

Boven, in de stad Luxemburg, staan overal bankjes waarvan het zitgenot alleen wordt verstoord door de gemeentedienaren die om de haverklap voorrijden. Om de tere bloemetjes nog eens te besproeien, om de beige tegels nog eens aan te vegen of om het al perfecte straatmeubilair een nieuw likje verf te geven. Deze ooit zo stoere vestingstad heeft nu de smetvrees van een duur hotel. De Luxemburgers rijden zware lease-auto's en dragen grijze pakken. Na een lange werkdag strijken ze neer op de terrassen, tussen toeristen op leeftijd en obers die meer grijnzen dan dat ze sympathiek zijn. De jeugd en de politie hangen maar wat rond. In Luxemburg is werkelijk geen barst te beleven.

En zo hoort het ook. Dat klinkt vreemd, behalve als een bankier het zegt. Rust en stabiliteit, zoals saaiheid in de bankwereld heet, hebben Luxemburg groot gemaakt. Het landje telt zo'n 443.000 inwoners, maar staat achtste op de wereldranglijst van financiële centra. De bijna 180 banken in Luxemburg, voornamelijk vestigingen van de grootste banken ter wereld, beheerden vorig jaar samen 662 miljard euro. In Luxemburgse investeringsfondsen zit 888 miljard euro. Het enige kleine land dat Luxemburg voorbijstreeft zijn de Kaaimaneilanden.

De staatjes hebben met elkaar gemeen dat het belastingparadijzen zijn. Ze laten zien hoe een land een ware kapitaalmagneet kan worden, als de overheid maar meewerkt. Het grote geheim is natuurlijk het bankgeheim. Daarmee ontrekken banken het kapitaal van hun clientèle discreet aan de waarneming van pottenkijkers, de nationale belastingdiensten vooral. In tegenstelling tot de meeste andere landen vindt Luxemburg belastingontduiking geen misdrijf, waardoor de boekhouding van Luxemburgse banken hermetisch gesloten kan blijven. De overheid garandeert bovendien dat er ook in de toekomst niets zal gebeuren in Luxemburg. Geen grote politieke crises, geen economisch beleid dat ondernemers niet jaren vantevoren zien aankomen en al helemaal geen zaken die ook maar in de verste verte kunnen zorgen voor oorlogsdreiging.

,,De Luxemburgse regering zal nooit iets doen dat indruist tegen het belang van de banken'', zegt Lucien Thiel, directeur van de ABBL, de belangenvereniging waarbij alle banken in Luxemburg zijn aangesloten. ,,We geven werk aan 28000 mensen, oftewel 12 procent van de werkenden in Luxemburg, en we zorgen voor een kwart van het bruto binnenlands product. Zo'n sector strijk je niet tegen de haren in.'' Maar officieel zijn het bedrijfsleven en de overheid toch gescheiden? Thiel lacht. ,,Natuurlijk, maar in dit kleine landje kent iedereen elkaar. Als er wat is, pleeg je toch gauw even een telefoontje.''

De grootste banken in Luxemburg zijn gevestigd aan de Boulevard Royal, een brede verkeersweg langs het oude centrum. Vele gebouwen stammen uit de jaren zestig, toen de trek van banken naar Luxemburg een vlucht nam. Het ooit zo blanke beton is wat grauw geworden en de gevels van donkergetint glas hebben niet meer de allure van toen. Maar de sloten en de kluizen deugen. Particuliere klanten worden discreet naar binnen gesluisd en kunnen in aparte hokjes hun zaken regelen. Bankieren in Luxemburg is volkomen legaal, natuurlijk-maar niet iets waarmee je te koop loopt.

Eigenlijk is er maar één echte Luxemburgse bank, de Banque de Luxembourg. Alle andere banken zijn vestigingen of dochters van de grote banken in de wereld. Bankgiganten als het Britse HKSB en de Amerikaanse Citibank zitten erbij, maar ook de Nederlandse ABN Amro, ING, Rabobank en Fortis. De banken doen in Luxemburg wat in hun eigen land niet kan en de Luxemburgse overheid beschermt ze daarbij. ,,De regering verdedigt het bankgeheim tegen de buitenwereld, en dat is niet alleen goed voor de bankwereld'', zegt Thiel. ,,Het is vooral goed voor onze klanten. Wij kunnen ze er nu van overtuigen dat de deal nog gewoon loopt, dat de vertrouwelijkheid van hun rekeningen in Luxemburg ook straks is gewaarborgd.''

De Europese Unie besloot dit jaar om mensen met een anoniem spaartegoed in landen als Luxemburg toch een zogenoemde bronbelasting op te leggen, een heffing op de rente van hun spaartegoed. Dat maakt Luxemburg minder interessant voor belastingontduikers, maar het bankgeheim blijft ongeschonden. Volgens Thiel is het 'goede nieuws' bovendien dat mensen die in Luxemburg bankieren straks niet meer als fraudeurs kunnen worden versleten, want ze betalen dan 'gewoon' belasting. ,,Ik vind het jammer dat onze klanten vaak wel erg gemakkelijk met criminaliteit worden geassocieerd.''

Toch betwist niemand dat het kapitaal dat in Luxemburg wordt gestald voor het overgrote deel zwart geld is. Waarom zouden buitenlandse partijen anders naar Luxemburg gaan? ,,Nou, nou'', sust Thiel, ,,mensen komen ook om te profiteren van onze andere kwaliteiten. Ik noem de financiële deskundigheid die we hebben opgebouwd, onze internationale oriëntatie en ook het feit dat we uitstekend Frans, Duits en Engels spreken.''

'We' zijn echter niet alleen de Luxemburgers. ,,Vroeger kwamen de toplieden van de bankvestigingen altijd uit de landen van herkomst en bevolkten Luxemburgers de kantoren'', vertelt Thiel. ,,Maar de beroepsbevolking in dit land is vanaf de jaren tachtig niet meer gegroeid, terwijl de vraag naar personeel bleef stijgen. Inmiddels zijn veel Luxemburgers opgeklommen naar het hogere management, maar inderdaad: een derde van de werkenden komt van buiten ons land. We hebben altijd hulp van anderen nodig gehad.''

Dat begon al in het midden van de negentiende eeuw, toen zich in Luxemburg evenals in Wallonië de staalindustrie ontwikkelde. Duizenden Portugezen, Spanjaarden en Italianen kwamen werken rond de hoogovens. De rest van de economie dreef op kleinschalige landbouw. Luxemburg, ingeklemd tussen de Europese grootmachten, was zeer arm en in zichzelf gekeerd. De bevolking moest aanvankelijk niets hebben van al die nieuwkomers, maar gaandeweg wende ze eraan, niet in de laatste plaats omdat de staalindustrie de welvaart flink opstuwde.

In de twintigste eeuw begon Luxemburg als een magneet banken aan te trekken. Voor de Tweede Wereldoorlog waren het vooral Belgen en Fransen die er neerstreken. In de jaren zestig zetten Duitse en Amerikaanse banken Luxemburg voorgoed op de wereldkaart der belastingparadijzen. Het was de redding van een wisse economische ondergang, want de staalindustrie was al lang in het slop beland.

De financiële sector groeide en groeide, maar niet altijd tot genoegen van de autochtone bevolking. ,,Vanouds zijn de Luxemburgers xenofobisch'', zegt Thiel, zelf een ras-Luxemburger. ,,Velen groeiden op boerderijen op en hadden een simpele kijk op het leven. Maar inmiddels heeft de bankwereld de mensen er wel van kunnen overtuigen dat het goed is dat ze er is. De welvaart die dat heeft gebracht is overal duidelijk te zien.''

De Luxemburgers leerden bovendien dat het een-tweetje van bedrijfsleven en overheid ook op andere terreinen lukt. Bij het pompstation van Kapellen, tegen de grens met België en pal aan de Autoroute du Soliel, kunnen twintig automobilisten tegelijk terecht, profiterend van de lage accijnzen op brandstof. Vaders met in hun benen honderden kilometers Route du Soleil, staren tijdens het tanken wezenloos naar het kale landschap rond het pomstation, terwijl hun kinderen jengelend aan hun broek hangen. In de tax-freewinkels kopen ze vervolgens nog sloffen sigaretten en flessen drank, producten die eveneens indirect door de overheid in prijs zijn verlaagd.

Luxemburg, land van rinkelende kassa's, hoopt dat de stroming van de Pétrusse voorlopig de meest spectaculaire gebeurtenis blijft. Saaiheid en voorspelbaarheid zijn de brandstoffen van een economie die draait als een lier. Maar zijn de Luxemburgers toch niet een heel klein beetje trots op hun banken? Thiel denkt na. ,,Nee'', zegt hij. ,,Acceptatie, dat lijkt me het goede woord.''

KADER (40 REGELS)

Bankgeheim blijft, ook na bronbelasting

Al vanaf eind jaren tachtig proberen landen gaten te schieten in het bankgeheim van Luxemburg en andere landen als Zwitserland, Andorra en Liechtenstein. Met name de Europese lidstaten klagen dat ze door het bankgeheim jaarlijks miljarden aan belastinginkomsten mislopen. Maar Luxemburg houdt voet bij stuk. In het begin van de jaren negentig, toen de EU nog twaalf lidstaten telde, gebruikte het land zelfs zijn vetorecht tegen een aanval op het bankgeheim.

Dit jaar bereikten de landen een compromis. Luxemburg hoeft de belastingdiensten van andere landen geen informatie te verstrekken, maar moet in ruil daarvoor zijn anonieme spaarders een zogenoemde bronbelasting opleggen, een heffing op de rente die ze met hun spaartegoed opstrijken.

De gevolgen voor de belastingontduiker zijn groot. Vanaf 2005 moet hij 15 procent bronbelasting betalen op zijn spaartegoed. In de loop der jaren loopt deze belasting op tot 35 procent in 2011. Dat betekent dat het financiële voordeel van sparen in Luxemburg ten opzichte van bijvoorbeeld de Nederlandse belastingen bijna teloorgaat.

De Nederlandse minister Zalm van financiën toonde zich tevreden, maar ook Luxemburg vierde feest. Eind januari, ver voor het EU-akkoord officieel was bekrachtigd, hieven meer dan 120 topbankiers in Luxemburg al het glas met Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse minister-president die niet toevallig ook minister van financiën is. Het bankgeheim was namelijk wel gered, en daar ging het maar om.

Het is nog in elk geval tot 2010 mogelijk om geld te 'verstoppen' in Luxemburg. Daar moet dan wel bronheffing over worden betaald. Om de vertrouwelijkheid te waarborgen wordt die door de bank zelf geïncasseerd, op een hoop gegooid bij de heffingen van de rekeninghouders uit hetzelfde land en naar de Luxemburgse centrale bank gestuurd. Die stuurt driekwart naar het land waar de spaarder woont en een kwart naar de Luxemburgse schatkist.

Overigens denkt de Luxemburgse vereniging van banken dat slechts weinigen straks echt bronheffing gaan afdragen. De belasting geldt namelijk wel op rente, maar niet op winsten uit bijvoorbeeld aandelen. Die wetenschap heeft de banken al tot tal van nieuwe financiële producten geïnspireerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden