Luxemburg heeft Oranje enkele malen flink verrast

ROTTERDAM - Nederland-Luxemburg, da's een makkie voor Oranje. Ook morgenavond is het weer de vraag met hoeveel doelpunten verschil de eenvoudige jongens uit het Groothertogdom worden verslagen.

De afzwaaiende bondscoach Dick Advocaat gaat minimaal uit van 4-0; de uitslag bij de heenwedstrijd op 7 september. Toen hadden het al meer doelpunten moeten zijn. “Maar dat zal altijd worden gezegd na een wedstrijd tegen Luxemburg”, zo stelde Wim Jonk droogjes vast. Zo is het ook. Luxemburg op bezoek betekent in het achterhoofd altijd de gedachte aan dubbele cijfers; de prestatie die Oranje in bijna negentig jaar interlandvoetbal nooit realiseerde. Maar Luxemburg op bezoek heeft ook andere kanten. Deze dreumes heeft in Nederland enkele keren flink verrast. Er zijn Oranje-carrières kapot gegaan aan Nederland-Luxemburg. Tien keer is de wedstrijd op Nederlandse bodem gespeeld, voor zestien (!) Nederlandse spelers betekende die interland de laatste. Dat gold voor Piet Punt en Piet de Boer (november 1937), voor Kees Slot, Herman Choufoer, Jan Poulus en Heinz Vroomen (maart 1940), voor Coen Dillen (maart 1957), voor Noud van Melis (september 1957), voor Piet Ouderland, Jan Klaassens en Tonny van der Linden (september 1963), voor Rinus Bennaars, Piet Giesen en Peet Petersen (oktober 1963), voor Willy Lippens (februari 1971) en voor Oeki Hoekema (november 1971).

De enige keer dat Nederland-Luxemburg in geen der beide landen werd gespeeld, maar op de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen, was het ook al een wedstrijd met een bijzondere geschiedenis. Oranje won met 3-0. Dat was ook toen al een minimale uitslag, maar van meer belang was de enorme heibel die even later ontstond. De spelers waren ondergebracht in benauwde hutten op de stoomboot Hollandia. Ze klaagden van meet af aan over die accommodatie. Als voorname NOC-official dacht graaf Van Limburg Stirum de voetballers te verblijden met een grammofoon en een collectie platen. Die platen werden door de spelers gebruikt: nadat er jam op was gesmeerd, verdwenen ze via een korte scheertocht in het water van de Schelde. KNVB boos, NOC woedend, een ernstige reprimande voor aanvoerder Leo Bosschart en schorsingen voor Jaap Bulder, Evert van Linge, sterspeler Jan de Natris en reserve Henk Tempel. Volgens de withete redacteur van De Telegraaf waren die maatregelen nog zwaar ondermaats: “Het is een compromis tussen obstinate, bolsjewistische voetballers en een zwak comité!”

Wat er nadien zoal volgde bij de interlands tussen Nederland en Luxemburg:

1. Rotterdam, 28 november 1937, Nederland-Luxemburg 4-0 (WK). Het zal je maar gebeuren als debutant: je bent amper een maand achttien jaar en je maakt in de laatste twintig minuten drie doelpunten. Dit overkomt midvoor Piet de Boer van KFC. Hij wordt geprezen in de pers en daarna . . . wordt hij nooit meer opgesteld in het Nederlands elftal.

2. Rotterdam, 31 maart 1940, Nederland-Luxemburg 4-5 (vriendschappelijk). Prins Bernhard en de ministers Von Kleffens en Dijxhoorn bespreken op het ereterras van de Kuip de oorlogsdreiging. Op het veld een bijzondere debutant: Heerenveens linksbinnen Abe Lenstra. Het wordt een complete aanfluiting. Lenstra maakt weliswaar het eerste doelpunt, maar terug in Friesland vraagt hij zich verbijsterd af waarom enkele jongens uit het westen - de Limburger Vroomen en hij zijn de enige niet-westerlingen - hem steeds voor Friese boer hebben uitgescholden.

3. Rotterdam, 20 maart 1957, Nederland-Luxemburg 4-1 (WK). Kort voor de wedstrijd een opmerkelijk uitje van de Oranje-selectie. De spelers bezoeken de Tweede Kamer en luisteren een kwartier lang naar ir. C. Staf, de minister van oorlog en marine, die vragen vanuit het parlement beantwoordt. In de Kuip ziet het spel er niet uit, een kwartier voor tijd is het pas 2-1. De debuterende bondscoach Hardwick zegt na afloop: “Er moet nog veel gebeuren”. En Kruyver, de voorzitter van de technische commissie, is van mening: “Sinds de wedstrijd tegen Denemarken is het elftal onzeker. Ten dele komt dat door de verandering van trainer.”

4. Rotterdam, 11 september 1957, Luxemburg-Nederland 2-5 (WK). Enkele koppen in de kranten: “Troosteloos spel”, “Teleurgesteld publiek”, “Aanvalskracht was nihil”, “Achterhoede vormt geen eenheid”, “5-2 en toch onbevredigend”. Maar ook nog twee positieve: “Binnentrio Wilkes-Lenstra-Rijvers vol fantasie en briljance” en “Luxemburgers in hun nopjes met 61 000 toeschouwers”. Dat laatste is begrijpelijk, want de Luxemburgse bond heeft de thuiswedstrijd aan de Kuip gegund en incasseert zodoende een vermogen.

5. Amsterdam, 11 september 1963, Nederland-Luxemburg 1-1 (Achtse finales EK). Vier maanden eerder heeft Oranje wereldkampioen Brazilië verslagen en nu dit! Nadat het team van bondscoach Elek Schwartz van het veld is gefloten, zegt debutant Klaas Nuninga: “Het is mij beslist tegengevallen”. Piet Ouderland vult aan: “Ik vond die buitenspeler Klein een rappe jongen.” En Henk Groot besluit: “Ik had het gevoel alsof er gewichten aan mijn voeten hingen.”

6. Rotterdam, 30 oktober 1963, Luxemburg-Nederland 2-1 (Achtste finales EK). Na dit grootste drama uit de geschiedenis van het Nederlands elftal ziet de ene journalist Elek Schwartz huilend in de kleedkamer zitten. Een andere penneridder hoort de ontgoochelde coach slechts dat ene zinnetje herhalen: “Geen commentaar heren”. Dan schrijdt KNVB-voorzitter Toontje Schröder de kleedkamer binnen. Hij geeft nieuweling Piet Giesen van PSV - hij heeft als enige goed gespeeld - het debutantenspeldje (een haasje) en doelman Eddy Pieters Graafland ter ere van zijn 25ste interland een zilveren sigarettenkoker. PG gaat breeduit lachend met dat kleinood op de foto; alsof hij zojuist de Europa Cup heeft gewonnen.

7. Rotterdam, 4 september 1968, Luxemburg-Nederland 0-2 (WK). Johan Cruijff is reserve en blijft reserve, want bondscoach Georg Kessler vindt Willy van der Kuylen vooralsnog beter. Rinus Israël, Wim Jansen, Sjaak Swart, Wim van Hanegem en Coen Moulijn spelen in een bijna volle Kuip ook mee en toch vallen er niet meer dan twee goals. Op zeker moment is de Luxemburger Dublin zelfs op weg naar 1-1. Dat zint aanvoerder Rinus Israël niet, dus mag Dublin niet klagen wanneer hij er zonder een zware blessure van afkomt. “Jammer voor die Luxemburger, maar ik moest wel”, zegt Rinus na afloop zonder een spoortje van spijt in zijn stem.

8. Rotterdam, 26 maart 1969, Nederland-Luxemburg 4-0 (WK). Georg Kessler wil dolgraag met Oranje naar de WK-eindronde in Mexico. Rinus Michels, die op het punt staat met Ajax voor het eerst de Europa Cup I-finale te bereiken, krijgt juist het heen en weer van het Nederlands elftal. Kessler jubelt dat hij voor deze interland zes dagen (!) lang de beschikking krijgt over zijn internationals. Het spel is niettemin zeer matig. De eerste twee doelpunten van Johan Cruijff en Dick van Dijk zijn weggevertjes van de Luxemburgers, bij de volgende twee van Theo Pahlplatz, vergeet de Ierse scheidsrechter Adear te fluiten voor buitenspel.

9. Rotterdam, 24 februari 1971, Nederland-Luxemburg 6-0. (EK). Voor het eerst een speler in het Nederlands elftal die geen Nederlands spreekt: Willy Lippens, Die Ente van Rot Weiss Essen, van kinds af aan in Duitsland, maar bij zijn geboorte op 10 november 1945 door zijn moeder de Nederlandse nationaliteit meegegeven. Halverwege de eerste helft staat Lippens bij de paal een balletje af te wachten. Hij staat meters buitenspel, maar de Albanese scheidsrechter Bajrami negeert het vlagsignaal van de grensrechter. Na die beslissing staat de Luxemburger Paul Philipp (de huidige bondscoach) een halve minuut de grensrechter uit te kafferen. Philipp krijgt ook nog ruzie met enkele Nederlanders. Hij speelt in België en spreekt in tegenstelling tot Lippens wel Nederlands.

10. Eindhoven, 17 november 1971, Luxemburg-Nederland 0-8 (EK). Boze gezichten na deze interland. Johnny Hoffmann en René Kollwelter hebben hun shirts geruild met die van respectievelijk Johan Cruijff en Hans Venneker. De coach van de Luxemburgers, Melchior, besluit die ruil ongedaan te maken, want een shirt kost geld en in een oranje shirt kan een international van Luxemburg nu eenmaal niet voetballen. Boos zijn ook Wim van Hanegem en Johan Neeskens. Bondscoach Frantisek Fadrhonc heeft vooraf deze vedetten toegezegd te mogen invallen, maar de wel vaker wat chaotische Fadrhonc is dat blijkbaar vergeten. Dertien minuten voor tijd verlaten Van Hanegem en Neeskens demonstratief het veld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden