LUXEMBURG De rijkdom van een land met 1 schrijver

Alle grenzen in de Europese Gemeenschap moeten na 1992 zijn geslecht, alleen de cultuur van ieder land afzonderlijk kan op bescherming rekenen. Waarin onderscheiden de landen van de EG zich? Na GRIEKENLAND, DUITSLAND, PORTUGAL, BELGIE, DENEMARKEN, IERLAND, GROOT-BRITANNIE, NEDERLAND, FRANKRIJK, ITALIE, SPANJE en vandaag deel 12 en slot:LUXEMBURG. Zie ook pagina 5 en 6 Luxemburg is een saai land, vond de Amerikaanse schrijver Henry Miller. Er gebeurt nooit wat geks, niemand springt uit de band. Miller weet dit aan het gebrek aan neuroten: "In Luxemburg lijken hoeren op hertoginnen en banken op kathedralen." Banken zijn er genoeg in Luxemburg, zelfs het Vaticaan heeft er een vestiging. Maar leven er ook kunstenaars tussen de begonia's en de wufte doornappels?

HANNEKE WIJGH

In het dagelijkse leven is Calteux directeur van Monumentenzorg, maar tussendoor en in het weekend werpt hij zich op als behartiger van de toeristische belangen van het kleine Echternach, in Nederland vooral bekend vanwege het graf van de Heilige Willibrordus. En die belangen zijn groot. Telt het stadje in de winter een kleine vierduizend zielen, in de zomermaanden zijn het er drie keer zoveel. Al die mensen moeten gelaafd, gekoesterd en vertroeteld worden. Overdag is dat geen probleem, want Echternach ligt in een prachtig wandelgebied, met uitgestippelde routes voor de beginnende, gevorderde en geroutineerde tippelaar. Maar 's avonds als museum, abdij, orangerie en basiliek gesloten zijn, is het er stil. Te stil, vond Calteux. Dus bedacht hij een festival. Het festival van Echternach.

Ging het in 1974 nog om een kleinschalige gebeurtenis, het festival is inmiddels uitgegroeid tot een zes weken durend evenement, waar orkesten en solisten uit binnen- en buitenland aan meewerken. Het is niet te vergelijken met het Holland Festival, dat experimenteler is van opzet, meer gericht op de avant-garde, maar kwaliteit heeft Echternach beslist, als je de lijst ziet van kunstenaars die in deze uithoek van Luxemburg komen optreden. Dit jaar waren dat onder meer Ton Koopman met zijn Europese Barok Orkest, het Kamerorkest uit Litouwen, het Borodin Strijkkwartet, de violist Gidon Kremer en Ravi Shankar op de sitar. Gepatenteerde klasse.

In het begin werd het festival gefinancierd uit de campinggelden, maar dat is niet meer nodig, vertelt Calteux, het festival bedruipt zichzelf dankzij royale sponsors en pittige toegangsprijzen. Het festival houdt zelfs geld over: een ongehoorde luxe voor wie het chronische tekort aan geld in Nederland voor kunstmanifestaties kent. Voor het volgend jaar liggen al zeven miljoen Luxemburgse franken op de bank te rijpen, een half miljoen daarvan gaat naar een componist, jonger dan dertig jaar, die een symfonie voor Echternach mag schrijven. Nee, het hoeft geen Luxemburger te zijn, zegt Calteux, elke nationaliteit is toegestaan.

Gul en hartelijk als hij is, openbaart hij het geheim achter het succes van het festival: niemand van de organisatie krijgt een cent, ook Calteux niet. Zelfs Cyprien Katsaris, sinds 1977 artistiek directeur van het festival en een befaamd pianist, moet uit eigen zak zijn vliegticket en hotelkosten betalen. Iedereen werkt op vrijwillige basis mee, ook de vele Luxemburgse ambassadeurs in het buitenland die het eerste contact leggen met de gevraagde musici. Dat is het voordeel van een klein land met nog geen 400 000 inwoners, merkt Calteux op. Iedereen kent elkaar; van het gymnasium, de sportclub, de rotary of de universiteit. En iedereen vindt het een eer om te helpen. Bovendien is niemand vies van sponsoring. Een gezonde economie gaat hand in hand met een culturele bloei, stelt Calteux zonder te blozen vast.

In het 148 pagina's dikke, luxe uitgevoerde programmaboek zijn de sporen daarvan op elke bladzijde terug te vinden. Het staat bomvol advertenties van banken - 'Le charme discret du Luxembourg' - hotels, restaurants, decorateurs, verzekeraars, automerken (Mercedes-Benz), en creditcard-organisaties, tussen een paar verdwaalde advertenties voor piano's en vleugels door. Het pianorecital van de Hongaar Andras Schiff, dat ik bijwoon, wordt gesponsord door de fabrikant van Bitburger Bier. Een dag later, bij de uitvoering van 'Vier letzte Lieder' van Richard Strauss en de zesde symfonie van Gustav Mahler door de Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz, is het de beurt aan de Landesbank van Rheinland-Pfalz. Het applaus is er niet minder om.

De meeste concerten vinden plaats in de basiliek van Sint Willibrordus en in de Pieter en Pauluskerk, die op loopafstand van elkaar liggen. Ik word rondgeleid door Jacob Koppelaar, een 35-jarige Nederlander die in Echternach meewerkt aan een studie over Willibrordus. Over twee jaar, als het abdijmuseum er een vleugel bijkrijgt, moet het boekwerk verschijnen. Koppelaar woont al een paar jaar in Luxemburg en behalve de Noordzee en de jazzavondjes in Alkmaar en Bergen mist hij Nederland niet. Hij roemt de rust en ruimte in het kleine Luxemburg, de afwezigheid van stress. "Iedere automobilist stopt hier nog voor een voetganger op het zebrapad, waar vind je dat in Nederland?"

Het marktplein in Echternach is het toonbeeld van ordelijkheid, alsof je in een openluchtmuseum loopt. Geen moderne reclamefrats ontsiert de middeleeuwse gevelwand, alles is aangepast en in stijl, ook de antieke uithangborden en de verlichting. Niemand heeft de neringdoende middenstand tot deze terughoudendheid gedwongen, vertelt Koppelaar, alles gebeurt op eigen initiatief. Ook de wandelpromenade in het centrum wordt op verzoek van de winkeliers aangelegd. Voor de duizenden bezoekers die per se met de auto naar Echternach willen komen, liggen buiten de bebouwde kom drie gigantische parkeerterreinen om al het blik te bergen.

Maar de charmes van Echternach zijn nog lang niet uitgeput, ook de omgeving mag gezien worden, oordeelt Koppelaar, die in de zomer vaker optreedt als gids. In zijn auto rijden we naar het Mullerthal, in de brochures ook Klein Zwitserland geheten, en het uitzicht is inderdaad betoverend. Grillige rotsformaties tussen beukengroen, lieflijke paadjes langs de waterval, vogelgetsjilp in de oren. Het enige wat afbreuk doet aan de betovering is de opmerking van Koppelaar dat zelfs de wandelpaden in het bos worden geveegd, door gevangenen en door geestelijk minder bedeelden. Strekt de zucht naar orde en regelmaat van de Luxemburger zich ook uit tot het woud?

Als directeur van Monumentenzorg had Georges Calteux er al enigszins op gezinspeeld: in zijn ogen moet Luxemburg een Gesammtkunstwerk worden, een Wagneriaanse symbiose van natuur en cultuur, aarde en geest verenigd. Calteux, die architectuur en kunstgeschiedenis studeerde, weet heel goed wat zijn land nodig heeft: een kleinschalige architectuur, op menselijke maat. Materialen als aluminium, glas en beton zijn uit den boze. Dat leidt alleen maar tot agressie, zegt hij. "In Luxemburg hebben we geen last van graffiti. Alles wat mooi is, is niet agressief."

Elke Luxemburger die zijn huis of hoeve volgens de normen wil restaureren kan rekenen op steun van Monumentenzorg. Twintig tot vijftig procent subsidie kan hij krijgen, of zelfs meer, zolang de verbouwing maar vriendelijk oogt en vlekkeloos in het landschap past. Geld is geen probleem, zegt Calteux, in de pot voor restauraties zitten 340 miljoen Luxemburgse franken en die worden jaarlijks aangevuld. Al meer dan de helft van de woningen is onder handen genomen. De restauratie van de vele burchten, kerken, vestingwerken en industriele projecten loopt eveneens op rolletjes. Het Gesammtkunstwerk van Calteux is nakend.

Ik weet niet waarom, maar opeens staat al die braafheid me tegen. Kon ik een dag eerder nog lachen om de geometrie van een park in de hoofdstad, met zijn ordelijke rijen begonia's en hier en daar een wufte doornappel, nu stuiten al die nette terrassen en geschoren gazons me vreselijk tegen de borst. Luxemburg is een aangeharkt land. Zelfs Zwitserland is er opwindend bij vergeleken. Je krijgt de neiging om een steen door een dure etalageruit te gooien. Gelukkig duurt die rebelse stemming niet te lang. Op de Place Quillaume, genoemd naar koning Willem de Eerste, ontdek ik een paar lila viooltjes in de bloembak die toch duidelijk alleen voor witte exemplaren is bestemd. Zelfs in Luxemburg laat de natuur zich niet ringeloren.

Op een terras op de Place d'Armes, ontegenzeglijk het toeristische hart van de hoofdstad, met om het uur een gratis optreden van een boerenblaaskapel of accordeonorkest, denk ik na over de vraag of braafheid ooit tot kunst leidt. Of anders geformuleerd: of kunst alleen kan gedijen bij de gratie van een flinke dosis gekte. Je kunt in vele superlatieven over Luxemburg spreken, maar niet dat het land uit zijn bol gaat. Het stikt er van de banken, zelfs het Vaticaan heeft er een vestiging, maar kunst? In zijn boek 'Rustige dagen in Clichy' wijst de Amerikaanse schrijver Henry Miller op het duidelijke gebrek aan neuroten in Luxemburg. Hij noemt de Luxemburgers "eenvoudigen van geest, goed gehumeurd, levend in een barok, meertalig en onbevlekt decor, waar hoeren op hertoginnen lijken en banken op kathedralen."

Hoe komt het dat elk gevoel voor avontuur in Luxemburg ontbreekt? Komt het doordat het land te plots rijk is geworden, pas aan het einde van de vorige eeuw toen in het zuiden de ijzermijnen werden ontdekt? Een Nederlander die zes jaar in Luxemburg heeft gewoond, noemt nog een ander aspect: de afwezigheid van een eigen universiteit. Wie verder wil studeren na de middelbare school moet naar het buitenland, naar Trier, Brussel, Parijs of Zurich. Er is in Luxemburg geen centrum waar intellect en jeugdig elan met elkaar samenkomen, geen zwiepende zweepslag voor de geest, geen samenballing van creativiteit. Tijdens hun meest opstandige jaren vertoeven de studenten elders in het buitenland, eenmaal afgestudeerd keren ze terug om zich te settelen.

Zijn er eigenlijk wel Luxemburgse kunstenaars? Bestaat er zoiets als een cultureel leven in Luxemburg? Die vragen leg ik voor aan Joseph Paul Schneider, dichter en criticus van Luxemburger Wort, met 83 000 abonnees de meest gelezen krant. Hoewel Schneider al sinds 1965 in Luxemburg woont, blijft hij zich Fransman voelen, een geboren buitenstaander, een ideale positie voor een criticus, vindt hij zelf.

"Het culturele leven loopt parallel aan dat van de economie. En sinds het einde van de jaren zeventig is het groothertogdom alleen maar rijker geworden. Luxemburg is het rijkste land ter wereld. In Zwitserland wonen misschien nog wel rijkere mensen, maar het gemiddelde inkomen is in Luxemburg het hoogst. Daardoor is er veel geld voorhanden om kunst te kopen. Je merkt dus ook niets van de crisis die overal elders in de kunstwereld heerst. Werk van buitenlandse kunstenaars als Markus Lupertz en Per Kirkeby is in de Luxemburgse galeries regelmatig te zien. Maar er hangt ook werk van Luxemburgse kunstenaars. Jazeker, die bestaan. Mensen als Wercollier, Ney, Bertemes, Brandy, Kijno, Lippert horen zeker genoemd te worden."

Wat namen op literair gebied betreft is Schneider terughoudender. Door de drietaligheid is er nauwelijks sprake van een gemeenschappelijke identiteit. Hij noemt Roger Manderscheid, de enige auteur van formaat die in het Letzebuergesch publiceert, de Duitstalige dichteres Anise Koltz en de Franstalige schrijver Edmond Dune. Maar de enige auteur die echt goed is, iemand die over de grens kijkt, is Lambert Schlechter, zegt Schneider. "Hij is de enige Luxemburgse schrijver die literair wat voorstelt, de rest schrijft voor de provincie."

In de kiosk van het station koop ik 'Le silence inutile' van Lambert Schlechter, voor de terugreis. Zodra de trein het station verlaat, sla ik het boek open en lees. Het bevalt me ogenblikkelijk. In korte, subliem geschreven dagboekachtige fragmenten beschrijft Schlechter wat hij denkt en hoe hij zich voelt na de dood van zijn vrouw, een paar maanden eerder overleden aan kanker. Pijnlijk nauwgezet analyseert hij zijn ervaringen en herinneringen, ook op seksueel gebied.

Voor de trein Brussel bereikt heb ik me al verzoend met Luxemburg. Een land dat zo'n schrijver voortbrengt, daar kan niets mis mee zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden