luxe kwartier

De ChristenUnie riep ons op om vluchtelingen in huis te nemen. Helaas moest voorman Arie Slob bekennen dat zijn eigen huis er te klein voor was. Wat een sof. Hij moet met zijn oproep voorzien hebben dat die vraag hem gesteld zou worden, dus ook het antwoord zal weloverwogen zijn geweest, maar het klinkt als een ongelooflijke afgang, en hij deed me denken aan mijn onderwijzer op de lagere school die met een Agio Tip in z'n mond vertelde dat roken ongezond was.

De logische vervolgvraag luidt: maar hoe groot moet je huis dan wél zijn om vluchtelingen op te nemen? Is het alleen weggelegd voor landhuisbezitters, of volstaat een eengezinswoning of misschien zelfs een klein flatje? Een wethouder van de gemeente Hilversum heeft z'n bewoners opgeroepen mensen in huis te nemen, want er zijn daar 'best wel mensen met een groot huis'; dat zou bewoners van paddestoelen en kleine boomhutten zoals Arie Slob inderdaad ontlasten.

Ikzelf heb om de waarheid te zeggen een flink groot huis, maar met slechts één slaapkamer. Het zou met wat omzettingen lukken, maar even eerlijk gezegd heb ik er grote aarzelingen bij: niks te klein of te ongeschikt huis, maar gewoon een onwennige gedachte. En ik denk aan mijn grootouders die in de oorlog een Joods stel in huis hadden en aan mijn ouders die om de haverklap zielige kinderen van de kerk een tijdje in huis namen met wie ik dan tegen mijn zin moest spelen. Zij voelden die urgentie om dat te doen wel en ik kennelijk niet. Nog niet.

Misschien komt het als ze ook hier desolaat over de snelweg lopen of in bootjes bij Noordwijk stranden. Misschien moet zich een heuse oorlogssituatie voordoen voor ik over de streep ben. Dat je bereid bent een stukje van je vrijheid op te offeren voor een grotere vrijheid. Maar wat weet ik nou van de oorlog? Ik ben niet eens in dienst geweest en oorlog is iets wat zich op tv afspeelt. De gekke stilte in Amsterdam op 11 september 2001 is misschien het ergste oorlogsgevoel dat ik ooit heb gehad. Of zou het werkelijk alleen maar dat grotere huis zijn dat toch maar half leeg staat, zoals de Finse president die zijn datsja in het noorden van zijn land ter beschikking stelt. Ik ploeg door mijn sociale geweten om te weten waar ik aan toe ben als het gaat om het opnemen van vluchtelingen. Voorlopig zit ik te marchanderen. Mijn buurvrouw vertelde me dat ze mensen nodig hebben die vrijwillig lessen Nederlands geven aan migranten (migranten, vluchtelingen, asielzoekers, weet ik het verschil wel?). Misschien is dat wat? Anderhalf uur in de week. Maar iemand anders riposteerde weer: niet doen. Je neemt de plek in van een betaalde medewerker. Het is een bezuinigingsmaatregel.

En zo woedt er een strijd, een minuscuul stukje Syrië en Eritrea in de Amsterdamse Frans van Mierisstraat, in een wijk die werd aangelegd als 'luxe kwartier' en waar iedereen op zijn privacy gesteld is en ervan gruwt een vreemdeling in zijn badkamer aan te treffen. Minuscule oorlogshandelingen, een splintertje, flintertje wereldgebeuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden