Luuk van Middelaar: "Wees niet bang voor 'tegendemocratie'

Beeld thinkstock

De Nederlandse filosoof en historicus Luuk van Middelaar is wat men noemt een geëngageerd waarnemer. Hij is de auteur van een van de meest prikkelende boeken over de Europese Unie van de afgelopen jaren: De passage naar Europa, Geschiedenis van een begin. Met dit boek heeft hij diverse prijzen gewonnen, waaronder de Europese Boekenprijs 2012. Maar sinds 2009 neemt de 39-jarige Van Middelaar ook zelf een centrale positie in binnen het systeem dat hij analyseert, aangezien hij een van de adviseurs en tevens tekstschrijver is van de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy.

'Onderschatte overdracht van soevereiniteit'
Met die dubbele blik plaatste Luuk van Middelaar onlangs de crisis en de veranderingen die de Unie doormaakt in perspectief, toen hij in Parijs te gast was op een conferentie in het Maison de l'Europe. Hij constateert enerzijds dat de Europese Unie momenteel verdeeld is door de scheiding tussen landen mét de euro en landen zonder de euro. En anderzijds "heeft Europa twee kernen: de gemeenschappelijke markt en de euro, die een enorme en onderschatte overdracht van soevereiniteit met zich meebrengt. Nu trekken de lidstaten daar de conclusies uit, en dat is soms heel pijnlijk."

Van Middelaar merkt op "dat het Europees beleid in feite steeds meer nationaal beleid wordt." Maar deze verandering kan niet tot stand komen door enkel een evenwicht te creëren tussen Brussel en de landelijke regeringen. De EU "heeft behoefte aan democratische legitimiteit op zowel nationaal als Europees niveau." Vanuit dit oogpunt meent Luuk van Middelaar:

"Het Europese publiek is als het koor, dat naar het toneel kijkt maar er zelf ook aan deelneemt en commentaar levert. Het wordt acteur tijdens verkiezingen, maar ook als het de straat opgaat om tijdens demonstraties uiting te geven aan zijn ontevredenheid. Het Europese publiek zoekt naar manieren om zich te doen gelden als actief publiek. Bij nationale verkiezingen draait het steeds vaker ook om het Europese aspect. In het debat tijdens de Italiaanse verkiezingen ging het erom welke positie men ten opzichte van Europa innam. De verkiezingsuitslag kan worden gezien als een daad, als een boodschap van de Italianen. Wij moeten niet bang zijn voor wat [de Franse intellectueel en historicus] Pierre Rosanvallon 'de tegendemocratie' noemt."

Gekozen voorzitter van Commissie is 'slecht idee'
De Europese verkiezingen in 2014 zullen dus een cruciale stembusgang worden. Maar terwijl velen ervoor strijden dat de voorzitter van de volgende Europese Commissie gekozen wordt uit de politieke richting die de verkiezingen wint, merkt Luuk van Middelaar op:

"Deze politisering, die de Commissie kan versterken, kan ook afbreuk doen aan haar neutraliteit in haar hoedanigheid van hoedster van de Verdragen. De Commissie heeft nieuwe bevoegdheden (met name op het gebied van toezicht op de nationale begrotingen), die vereisen dat zij neutraal is. En dan is er nog de kwestie van de publieke opinie, en van haar teleurstelling. Want de Commissie heeft niet de bevoegdheden en ook niet de middelen om het systeem omver te werpen. Meer in het algemeen stelt dit ons voor het probleem van de uitvoerende macht: wie is er in staat om besluiten te nemen voor de hele club van lidstaten? Ik ben tegen zogenaamd goede ideeën die slecht uitpakken, en het idee om de voorzitter van de Europese Commissie rechtstreeks te laten kiezen, is daar een van."

'We zijn niet in staat ons als Europeanen te zien'
Na afloop van de conferentie zetten wij het gesprek met Luuk van Middelaar voort in een café-restaurant in [de Parijse wijk] Le Marais, samen met het team van het Maison de l'Europe. Op het menu: een stoofpotje, kalfsniertjes en de crisis van het Europese sentiment. Datgene wat de filosoof, historicus en politiek adviseur de 'zoektocht van het publiek' noemt. "Toen er een aanvang werd gemaakt met de Europese integratie, begon het woord 'Europees' aan betekenis te verliezen", herinnert hij zich:

"Er werd niet meer over ons gesproken als Europeanen, omdat de wereld van de Koude Oorlog in drieën was verdeeld: het Westen, het Oosten en de derde wereld. Het woord 'Europees' kreeg een ideologische betekenis. 'De Europeanen' waren de bouwers van Europa, en behoorden eerder tot de interne sfeer [in zijn boek omschreven als de communautaire instellingen] dan tot de externe sfeer [die van het Europese continent in zijn geheel]. Daar begon verandering in te komen door de hereniging van Europa in 1989 - dus door een historische ontwikkeling - en door initiatieven als een Europese vlag en het Erasmus-programma. In zekere zin zijn wij nog altijd niet in staat om onszelf als Europeanen te zien, behalve als we naar andere werelddelen reizen. Maar ook al zorgt de crisis ervoor dat er nieuwe spanningen tussen de volkeren ontstaan, deze spanningen ontstaan door het feit zelf dat wij Europeanen zijn."

Coördinatie van economisch beleid
Zoals wij weten worden de instellingen en het bestuur van de EU sinds drie jaar behoorlijk op de proef gesteld door de crisis en de spanningen die ermee gepaard gaan. Hoe analyseert de auteur van het in 2009 geschreven De passage naar Europa deze ontwikkeling?

"Het besluitvormingsproces is hetzelfde. De Europese Raad houdt zich nog steeds bezig met uitzonderlijke gevallen. Het verschil zit hem in de tijdsduur. Maar er is een omslag die ingrijpender is. De Griekse crisis heeft de communautaire methode op de proef gesteld, in die zin dat de Unie op zoek is naar een ander type besluitvorming. Opdracht geven voor een witboek over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën werkt niet onder tijdsdruk. Er moest buiten de regels om worden gehandeld, in ieder geval in het begin, en daarna moest de schok worden opgevangen, bijvoorbeeld door de instellingen erbij te betrekken. Het gevolg van de besluiten van de staatshoofden en regeringsleiders is dat de Europese Commissie meer bevoegdheden heeft dan ooit tevoren, zowel op het gebied van toezicht en aanbeveling als uitvoering. De Europese Raad blijft een rol spelen als de plek waar de verschillende nationale beleidslijnen moeten worden gecoördineerd. Als de crisis voorbij is, zijn er twee hypothesen: ofwel we keren terug naar de situatie van vóór de crisis, met de Raad op de achtergrond, ofwel we realiseren ons dat er iets is veranderd. Ook ontkomen we waarschijnlijk niet meer aan een versterkte coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten."

Inbreng van Herman Van Rompuy
Zouden de 27 EU-landen de crisis anders hebben aangepakt als Herman Van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad en de 'baas' van Luuk van Middelaar, er niet was geweest? "Dan hadden we het roulerend voorzitterschap van de Raad gehad", antwoordt Van Middelaar, waarbij hij achterwege laat dat afgezien van Polen geen enkel groot land het voorzitterschap van de Europese Raad heeft bekleed, in tegenstelling tot - de verzwakte landen - Ierland en Cyprus, en - het ernstig in diskrediet geraakte - Hongarije. "Het Verdrag van Lissabon [waarbij de functie van voorzitter van de Europese Raad werd ingesteld] trad in werking op het moment dat de crisis uitbrak. De crisis en de veranderingen die ze teweeg heeft gebracht hebben dus een rol gespeeld." Daarom is het moeilijk om de inbreng van Van Rompuy vrijuit te beoordelen.

En als de filosoof in de spiegel kijkt, welke lering trekt hij dan uit zijn ervaring?
"Toen ik De passage naar Europa schreef, dacht ik dat de beslissende gebeurtenissen van buiten de EU zouden komen, en niet van binnenuit. Maar deze gebeurtenissen bevestigen mijn analyses dat de Europese politiek vorm krijgt door belangrijke gebeurtenissen. Politiek is daarom een kwestie van de lange termijn, maar ook van anticiperen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden