Luthers zware schuld

Historicus Bart Wallet begrijpt dat de protestantse kerk afstand neemt van het antisemitisme van kerkvader Luther. 'Hij was een antisemiet'.

Bart Wallet kent dat andere, minder fraaie gezicht van Maarten Luther, de grote reformator. Hij groeide er bij wijze van spreken mee op. "Wegduiken voor kwalijke kanten is heel onprotestants. Je moet het verleden rechtdoen en mensen niet op een voetstuk zetten, zeker Luther niet."

En dus kan Wallet (39), als historicus verbonden aan de Vrije Universiteit en gespecialiseerd in de geschiedenis van het jodendom, zich goed vinden in de wijze waarop de Nederlandse protestanten deze week officieel afstand namen van de anti-Joodse preken en geschriften van hun geestelijke grootvader.

"De Protestantse Kerk in Nederland is de erfopvolger van de Lutherse kerk in Nederland en die is vernoemd naar Luther en gebruikt hem als identificatiefiguur. Dat antisemitisme van Luther zit in die traditie en dat drukt op hen. Dat begrijp ik wel." Over de 'schuld' van Luther is hij glashelder: "Hij was een antisemiet. Aan de andere kant: Luther was daarin volop een kind van zijn tijd. Maar bij hem was het duidelijk religieus gefundeerd."

Wallet hecht eraan te benadrukken dat Luther aanvankelijk helemaal niet anti-Joods was. "We moeten een onderscheid maken tussen de 'jonge' en de 'late' Luther. De jonge Luther is nog op de Rijksdag aangeklaagd voor het feit dat hij beweerde dat Jezus een geboren Jood was. Hij heeft daar een boekje over geschreven dat voor die tijd behoorlijk pro-Joods was. Maar in de laatste drie jaar van zijn leven is hij geradicaliseerd en schreef hij twee schotschriften tegen de Joden, waaronder 'Over de Joden en hun leugens', die er niet om liegen.

Waar is het misgegaan met Luther?

"Hij heeft Hebreeuws geleerd om de Bijbel te vertalen. Zo nam hij ook kennis van de rabbijnse commentaren op het Oude Testament, in het bijzonder op bepaalde verwijzingen naar de komst van de Messias. Voor die rabbijnen moest de Messias nog komen en draaide alles om Israël. Voor Luther was hij al gekomen: bij hem stond alles in het teken van Jezus. Dus ook de teksten in het Oude Testament.

"Hij zag steeds meer protestantse geleerden zwichten voor de interpretatie van de rabbijnen - hun Bijbel-uitleg werd hem te Joods - en toen zette hij zijn hakken in het zand. Daarnaast werd hij aan het eind van zijn leven erg apocalyptisch: hij dacht dat het einde der tijden nabij was en wilde daarom bekering van Joden met machtsmiddelen forceren."

Wat verweet hij de Joden concreet in die schotschriften?

"Om te beginnen natuurlijk dat ze Jezus aan het kruis genageld hebben: de Godsmoord. En hij kon het dus ook niet hebben dat de Joden Jezus niet als de Messias wilden aannemen. Hij dacht: 'Nu die kerk door een reformatie is gegaan en wezenlijk is veranderd, bekeren de Joden zich wel en komen ze onze kant op'. Maar dat gebeurde niet."

Hoe was de positie van de Joden in Noord-west-Europa aan het begin van de zestiende eeuw?

"Het verschilde nogal per regio als het om Joden ging. Dat had lang niet alleen religieuze oorzaken, vaak speelden politiek-economische factoren ook een rol. Sommige Joden hadden toen een belangrijke rol als bankier. Wilde je van je bankier af omdat je schulden te groot waren, dan was de verbanning van de Joodse gemeenschap natuurlijk de oplossing van al je problemen. Er waren gebieden waar Joden niet mochten wonen, zoals in Frankrijk, Engeland en Scandinavië, in andere gebieden waren ze juist welkom."

Hoe zat dat in Saksen, het Duitse vorstendom waar Luther vandaan kwam?

"In de tijd dat Luther leefde, woonde daar slechts een handjevol Joden, onder zeer strenge restricties. Over het algemeen kun je zeggen dat Joden in de Duitse landen konden wonen, maar dat ze erg kwetsbaar waren."

Was er sprake van systematische vervolging zoals we die uit latere tijden kennen?

"Er was sprake van discriminatie. Joden werden gezien als een gevaar dat moest worden ingedamd. Er werd gewoon een quotum vastgesteld: in een bepaalde stad of regio mochten dan bijvoorbeeld vijftig joden wonen, maar dat aantal moest wel gelijk blijven. In een gezin mocht alleen de oudste zoon bij meerderjarigheid in het gezin blijven wonen, de andere kinderen moesten dan weg, de straat op."

Hoe zat dat in Nederland?

"In de tijd van Luther woonden er in de Nederlanden nauwelijks Joden meer. Die waren in de Middeleeuwen uitgeroeid of verdreven. Pas later in de zeventiende eeuw kregen wij weer een Joodse gemeenschap. Daarbij ging het om kleinkinderen van van origine Joodse Portugezen die in Portugal gedwongen tot het katholicisme waren bekeerd en in Amsterdam het oude voorvaderlijke geloof aannamen. In de Nederlanden verschilde de behandeling van Joden van plaats tot plaats. Van vrij mild tot zeer discriminerend.

"Dat idee van het tolerante Holland in de zeventiende eeuw is maar zeer ten dele waar. In Amsterdam, Den Haag en Rotterdam kregen ze de ruimte en in Utrecht mochten Joden overdag weliswaar wel handel drijven, maar dan moesten ze voor een bepaalde tijdstip de stad weer uit. Hier speelde religie een duidelijke rol. In Utrecht had je Gijsbertus Voetius (1589-1676), een vooraanstaand theoloog die in colleges Joden neerzette als woekeraars, hebzuchtig, trots en hypocriet."

De reformatie was voor veel protestanten een vrijheidsstrijd, ze wilden onder het juk van Rome vandaan. Wat betekende de reformatie voor de positie van de joden?

"Joden waren de stereotiepe minderheid in Europa. Dat wordt iets anders na de reformatie. De christenheid is dan zelf verdeeld. Maar zowel rooms-katholieken als protestanten waren het over een ding eens: Joden hoorden er niet bij. Soms werden ze gedoogd, maar volledig meedoen in de maatschappij was er niet bij."

Hebben de geschriften en preken van Luther een grote rol gespeeld in het latere antisemitisme?

"Eigenlijk niet. Zo zijn er in de zeventiende en achttiende eeuw in Nederland nauwelijks dominees geweest die naar Luther verwezen als ze tegen Joden tekeergingen. Ze hadden Luther helemaal niet nodig. Hitler noemt hem in 'Mein Kampf' niet om zijn antisemitisme, maar als een Duitse held, samen met Wagner. Hij heeft die schotschriften nooit gelezen."

Welk beeld van Luther overheerst bij u nu het jubileumjaar op het punt van beginnen staat?

"Hij blijft natuurlijk de grote hervormer uit Wittenberg. Aan de andere kant is er zijn kwalijke houding ten opzichte van de Joden, en zijn er de beledigingen aan het adres van de katholieken en de Turken, lees de moslims."

Hij was ook erg anti-moslim?

"Moslims waren in de ogen van Luther een even grote bedreiging voor Europa als de Joden. Hij noemde de islam het werk van de duivel."

De Protestantse kerk in ons land kan dus aan een nieuwe verklaring gaan werken, nu bestemd voor de moslims?

"Het grote verschil is dat de Joden een kleine, kwetsbare groep waren, politiek niet erg belangrijk. Bij de moslims was dat heel anders. Daar speelden politieke factoren wel degelijk een rol. De Turken stonden destijds voor de poorten van Wenen en moslims vormden een serieuze bedreiging voor het machtsevenwicht op het Europese vastenland. Onvergelijkbaar dus. Een nieuwe verklaring lijkt me niet nodig."

"Ten tweede ook hun huizen afbreken en verwoesten. Want daarbinnen doen ze hetzelfde als in hun scholen. In plaats daarvan brenge men hen onder een (simpel) dak of wijze hun een stal toe, zoals in het geval van de zigeuners."

"Ten eerste moet men hun synagogen of scholen in brand steken en wat niet wil branden moet men met aarde overdekken, zodat geen mens er een steen of een sintel meer van ziet, voor eeuwig niet."

Citaten van Maarten Luther uit zijn boek 'Over de Joden en hun leugens'

"Niemand kan tot geloof worden gedwongen, dat is onmogelijk. Maar we kunnen wel proberen te voorkomen dat ze worden gesterkt in hun kwaadaardige leugens, laster, vloeken en schofferen door hen niet te beschermen en geen veiligheid te bieden, hun niet te eten en te drinken te geven, te herbergen noch hen bij te staan door andersoortige burenhulp, opdat wij niet medeverantwoordelijk worden voor hun duivelse woeden en razen."

vertaling: René Süss (2010)

"Ten vijfde moet men de Joden het vrijgeleide geheel ontzeggen en hun een straatverbod geven. Ze hebben buiten op het land niets te zoeken, omdat ze geen heren, geen beambten noch handelaars of dergelijke zijn. Ze moeten thuisblijven."

"Wanneer je een Jood ziet of aan een Jood denkt, zeg dan tegen jezelf: die tronie die ik daar zie, vervloekte, verwenste en bespuwde alle zaterdagen mijn lieve Heer Jezus Christus, die mij met zijn dierbare bloed verlost heeft."

Abraham Kuyper

Het pamflet van Luther 'Over de Joden en hun leugens' kwam pas in 1941, tijdens de Duitse bezetting, in Nederland uit. Eerder, in 1935, had nationaal-socialist Pieter Emiel Keuchenius al een selectie van Luthers anti-Joodse tirades uitgegeven, aangevuld met enkele antisemitische uitspraken van Abraham Kuyper (1837-1920). Volgens historicus Bart Wallet flirtte de voorman van de antirevolutionaire beweging aan het eind van de negentiende eeuw openlijk met het politieke antisemitisme dat in die tijd in bepaalde kringen opgang deed. "Echt klassiek antisemitisme: 'Joden beheersten de media', 'Ze dachten alleen maar aan geld en waren uit op de wereldheerschappij'. Kuyper was lang niet de enige politicus die gecharmeerd was van dat politiek antisemitisme. Dat gold ook voor de socialistische voorman Domela Nieuwenhuis en verschillende katholieke politici. Ze lieten het weer varen toen bleek dat het in ons land niet aansloeg. Dat neemt niet weg dat het geen kwaad kan ook Kuyper eens goed tegen het licht te houden als het om zijn houding ten opzichte van de Joden gaat."

'Nederlandse dominees in de 17de en 18de eeuw verwezen niet naar Luther als ze tegen Joden tekeergingen. Ze hadden Luther helemaal niet nodig.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden