Luther komt er bekaaid van af

Met het planten van een appelboom viert de oudste lutherse gemeente van Nederland morgen Lutherdag. Maar hebben de lutheranen nog wel toekomst?

Het is in Woerden even zoeken naar de eeuwenoude lutherse kerk. Van buiten is geen toren te zien. Ook ontbreken er karakteristieke kerkramen. De kerk, in 1646 gebouwd achter een middeleeuwse stadsboerderij, is een aandenken aan de tijd dat lutheranen nog niet in alle openheid hun geloof mochten belijden in Nederland. "Dat we niet te herkennen zijn als kerk is symbolisch voor de positie van de lutheranen in Nederland", lacht voorzitter Maarten van Diggelen van het Woerdense kerkbestuur, als de ingang eenmaal gevonden is.

De kerk van Van Diggelen heeft dit jaar een dubbel feest. De Woerdense gemeente viert deze maand het 450-jarig bestaan. Daarmee is het in ieder geval de oudste lutherse gemeente en mogelijk zelfs de oudste protestantse gemeente van het land. Tegelijk maken de lutheranen onderdeel uit van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), die momenteel haar tienjarig jubileum viert. Tien jaar geleden hield de Evangelisch-lutherse Kerk in Nederland op te bestaan als zelfstandig kerkgenootschap. De kerk ging samen met gereformeerden en hervormden verder als PKN.

Het Nederlandse lutheranisme - de naam verwijst naar reformator Maarten Luther - kenmerkt zich door een ondogmatische inslag. Bij theologische vernieuwingen liepen de lutheranen dikwijls voorop.

Op dit moment hebben de 11.000 lutheranen een aandeel van een half procent op de twee miljoen leden van de Protestantse Kerk. Hoe staan zij ervoor, tien jaar na de kerkfusie? Is binnen de brede protestantse kerk hun toekomst veiliggesteld? Of verzuipen ze daar juist?

Eigen identiteit

In Woerden is in het klein te zien hoe in protestants Nederland de kaarten zijn geschud. De PKN bestaat er uit drie afzonderlijke stromingen: een grote gereformeerde en hervormde gemeenschap en een kleine lutherse gemeente. In Woerden bleven de lutheranen, net als in de rest van het land, lange tijd hun eigen weg gaan, ook na de fusie in 2004. De laatste tijd wordt er nagedacht over de vorming van één protestantse gemeente. "Maar vooralsnog is het behoud van eigen identiteit een gedeeld uitgangspunt", zegt Van Diggelen diplomatiek.

Van Diggelen klimt een krakende trap op die naar een eeuwenoude vergaderruimte voert. Daar voegt hij zich bij Edwin Gordijn en Ajo Angenent-Herlé, twee andere vaste kerkgangers. Wim van Beek komt een moment later ook naar boven. Hij was tot zijn emeritaat vorig jaar predikant in Woerden.

De kerkfusie van tien jaar geleden heeft de naamsbekendheid van de lutherse kerk goed gedaan, vertelt Ajo Angenent, een keurige dame voorbij de pensioengerechtigde leeftijd ("Nee, mijn leeftijd zeg ik niet") die haar hele leven al luthers is. "Nu kennen de mensen de lutheranen tenminste", zegt ze. Dat was vroeger wel anders, lacht ze. "Je kreeg de vraag: zijn jullie wel een kerk?"

In Woerden is de lutherse kerk vitaal te noemen. Het aantal leden is de afgelopen decennia zelfs gestegen tot een stabiel aantal van 220. Landelijk is dat beeld anders. Meegaan met de fusie was eigenlijk een noodgreep voor de lutheranen. Zelfstandig verdergaan was geen optie voor het kerkgenootschap, dat in Nederland altijd al een kleine rol speelde. De cijfers spreken voor zich: telde de Evangelisch-lutherse kerk in 1970 nog bijna 50.000 leden, in 2000 waren dit nog maar 15.000. Op dit moment zijn dat er nog zo'n elfduizend leden, verdeeld over 39 gemeenten.

Predikant Wim van Beek neemt het woord. Als lid van het college voor visitatie van de Protestantse Kerk heeft hij een goed beeld gekregen hoe de vlag erbij hangt in veel lokale protestantse gemeenten. "Als er lokaal een lutherse gemeente is, vraag ik altijd of men daar verder in die plaats ook wat van merkt. Dan kom je er wel achter dat de invloed niet zo groot is."

Dat ligt niet alleen aan de lutherse kerkgangers, denkt hoogleraar Markus Matthias. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis en theologie van het lutheranisme en verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit, locatie Amsterdam. Volgens hem komt het gedachtengoed van Maarten Luther er in de Protestantse Kerk bekaaid van af. Hij hoort bij predikanten regelmatig de bekende clichés over de reformator langskomen: "Dat hij zo'n emotioneel gelovige was en ook antisemiet."

Luthers theologische denken houdt veel méér in, stelt Matthias. "Hij was een geniaal theoloog die ook voor de protestantse kerk van nu relevant is. Luther neemt, anders dan bijvoorbeeld Calvijn, de Schrift minder letterlijk. Hierdoor heeft lutherse traditie van oudsher een vrijmoediger omgang met ethische en morele vraagstukken." Om die reden hadden lutheranen minder moeite met vrouwen in de ambten dan gereformeerden en hervormden. "Luther zag bijvoorbeeld zelf geen theologische bezwaren tegen de vrouw in het ambt, alleen culturele."

Deze manier van denken is de basis voor de progressieve inslag van de Nederlandse lutheranen. De eerste vrouwelijke predikant stond al in 1929 op de kansel. Jaren eerder dan bij hervormden (1954) en gereformeerden (1970). Ook homoseksualiteit werd relatief snel geaccepteerd. Zo heette het zegenen van homorelaties in de aanloop van de vorming van de PKN voor lutheren een 'kroonjuweel'. Tegenstanders, vooral uit behoudend hervormde kring, spraken nog over de 'gruwel Gods'.

'De vrolijke ruil'

Binnen de protestantse traditie wordt het lutheranisme gekenmerkt door een optimistische kijk op het geloof, vertellen de aanwezigen in Woerden. Predikant Van Beek noemt als voorbeeld de kruisdood van Jezus: "Luther spreekt over 'de vrolijke ruil' (De gedachte dat Jezus stierf aan het kruis, zodat zijn volgelingen bevrijd zijn van zonden, red.). Dat klinkt toch heel anders dan 'verzoening door het bloed van Christus', zoals dat soms nog klinkt van gereformeerde kansels."

Juist vanwege de gematigde toon zijn Gordijn en Van Diggelen jaren geleden luthers geworden met hun partners. Gordijn was ooit hervormd, Van Diggelen gereformeerd. Van Diggelen: "Twintig jaar geleden verhuisden mijn vrouw en ik naar Woerden. We waren een progressieve gereformeerde kerk gewend. Hier leek het alsof we twintig jaar terug in de tijd gingen. Dat wilden we niet."

Zoals Gordijn en Van Diggelen zijn er meer. Driekwart van de lutheranen in Woerden heeft van origine een andere kerkelijke achtergrond. En dat geldt voor de lutheranen in heel Nederland. Die instroom is evenwel niet genoeg om de achteruitgang van het aantal plaatselijke lutherse gemeenten te stoppen. Dat beseft predikant Van Beek scherp: "Ik denk dat het aantal lutheranen in Nederland te klein is om de traditie verder te dragen. Dat is toch wel een probleem." De remonstranten en doopsgezinden, twee kerkgenootschappen die qua omvang en opvattingen vergelijkbaar zijn met de lutheranen, zijn nog steeds zelfstandige kerkgenootschappen met een eigen kleur. Was het voor de lutheranen wel verstandig om in 2004 mee te gaan in de protestantse kerkfusie? Hoogleraar Matthias denkt van wel. "Als je kijkt naar de krimp was dit echt de beste mogelijkheid", oordeelt hij.

De statistische noodzaak is niet de belangrijkste reden waarom hij de afgelopen tien jaar binnen de protestantse kerk positief waardeert. Voor Matthias is kerkelijke eenheid een christelijke opdracht. Matthias: "Ook al zijn er verschillen, besef dat we uiteindelijk voortkomen uit één protestantse traditie. Het gaat in de kerk niet om het behoud van het oude, maar om de vraag hoe we mensen bereiken met het evangelie van Christus. Dat is een opdracht die de eigen traditie overstijgt."

Dat zei Luther dus niet

31 oktober is de dag waarop Maarten Luther in 1517 op de deur van de slotkapel in Wittenberg zijn 95 stellingen tegen de aflaathandel in de rooms-katholieke kerk aanbracht. Deze gebeurtenis wordt gezien als het begin van de Reformatie en wordt nog steeds in veel protestantse kerken jaarlijks herdacht: op 31 oktober is het hervormingsdag ofwel Lutherdag.

In Woerden wordt Lutherdag morgen gevierd met het planten van een appelboom. De Woerdenaren verwijzen daarmee naar een uitspraak die wordt toegeschreven aan Luther: 'Ook al zou ik weten dat morgen de jongste dag komt, zou ik vandaag nog mijn appelboompje gaan planten.' In heel wat lutherse kerktuinen staat een appelboom. Ook is het in sommige gemeenten traditie om op hervormingsdag appeltaart te eten.

Maar Luther heeft deze gevleugelde uitspraak nooit gedaan. In het hele oeuvre van de kerkhervormer komt de zinsnede niet voor, zo ontdekte de Duitse theoloog Martin Schloemann die daar in 1994 een boek over schreef (250 bladzijden, 400 noten). Ook in de eeuwen na Luther vond Schloemann deze woorden nergens terug. Daarop vroeg hij mensen in Duitsland naar hun oudste herinnering over dit citaat. Ze kwamen niet verder dan eind jaren dertig van de vorige eeuw. Op schrift duiken de woorden voor het eerst op in een handgeschreven briefje uit 1944, en in 1946 op een stenciltje.

(De opleving in het aantal lutheranen in de grafiek komt niet doordat zich nieuwe leden aanmelden, maar door een andere manier van tellen.)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden