Lustrum Z-Soedan in geweld gesmoord

gevechten | Zuid-Soedan bestaat vijf jaar. Regeringstroepen en strijders van de oppositie blijven elkaar bevechten. De bevolking heeft honger en wordt constant bedreigd.

Geen feesten, geen vuurwerk bij het vijfjarig bestaan van Zuid-Soedan. De staatskas van 's werelds jongste land is leeg en de bevolking is moe en getraumatiseerd. "Er is geen enkele reden om iets te vieren. Er is overal geweld en we hebben niet genoeg te eten", concludeert journalist Dimo Silva telefonisch vanuit het noordwesten van Zuid-Soedan.

Aan de vooravond van dit eerste lustrum werd duidelijk hoe geweld het land nog teistert; er werd hevig vuurgevecht gemeld bij het presidentieel paleis in de hoofdstad Juba. Binnen zaten president Salva Kiir en de recentelijk teruggekeerde vicepresident Riek Machar. De rivalen riepen beiden op tot kalmte. Donderdagavond kwam het in Juba ook al tot een schietpartij tussen militairen en strijders van de oppositie. Er vielen vijf doden, naar verluidt militairen, en drie gewonden. Wat het geweld heeft doen oplaaien is onduidelijk, maar sindsdien is de spanning in de stad te snijden.

Journalist Silva van het radiostation Voice of Hope in de zuidelijkestad Wau sloeg met 120.000 andere inwoners eind juni op de vlucht nadat gevechten uitbraken tussen het leger en wat de regering bestempelt als een nieuwe rebellengroep. Maar vluchtelingen hebben een andere versie. Zij geloven dat het leger probeert de Fartit, een van de vele volken in het stadje, te verdrijven. Militairen zouden een opstand van hen vrezen.

De gevechten in Wau komen twee maanden nadat een begin was gemaakt met de uitvoering van een vredesakkoord tussen regering en oppositie. In december 2013 explodeerde de machtsstrijd tussen president Kiir en vicepresident Machar, die het land na een bloedige strijd verliet. De oorlog kreeg een etnisch karakter omdat beide mannen de twee grootste en rivaliserende volken vertegenwoordigen. Kiir is een Dinka en Machar een Nuer. Het conflict heeft echter ook gezorgd voor afkeer bij andere volken voor Dinka, die de meeste invloed hebben in de politiek en het leger.

Tot nu toe is er weinig uitgevoerd van de vredesovereenkomst, behalve de terugkeer van Machar en de zijnen in Zuid-Soedan en de vorming van een overgangsregering voor dertig maanden. Cruciaal is de afspraak is om van militairen en opstandelingen weer een leger te maken. Maar daar is nog geen begin mee gemaakt en nog altijd vinden gevechten plaats. De overgangsregering heeft ook nog niets gedaan om de economie, die voordat er sprake was van een opbouw al verwoest werd, te repareren. Het enige wat Kiir en Machar vooralsnog als oplossing opperen, is een stevige financiële injectie van donoren. Maar de internationale gemeenschap is huiverig en onwillig omdat het leiderschap de staatskas heeft leeggeplunderd. Volgens conservatieve schattingen is zo'n zes miljard euro naar privérekeningen gegaan. De Zuid-Soedanese professor Jok Madut Jok heeft een simpele verklaring. "Er kwam gewoonweg te veel rijkdom in handen van mensen die voorheen arm waren. Ze dachten dat de geldkist een bodemloze put was."

Nu is de kas leeg en wordt aanvullen heel moeilijk. Zuid-Soedan is bijna geheel afhankelijk van de inkomsten van olie. Maar de prijs daarvan is fors gedaald en door gevechten in de oliewingebieden wordt minder omhoog gepompt. Daar lijkt op korte termijn geen verandering in te komen.

Ministers klagen dat ze al vier maanden geen salaris kregen. Ook leger en politie ontvangen slechts sporadisch een inkomen. Dat heeft militairen ertoe gebracht met hun wapens geld en voedsel af te dwingen van de bevolking. De politie scharrelt een inkomen bijeen met smeergeld voor dagelijks nieuw uitgevonden verkeerswetten.

Maar het hardst getroffen is de bevolking. Zuid-Soedan heeft met 300 procent de hoogste inflatie ter wereld. Hulporganisaties zeggen dat ongeveer de helft van de 11 miljoen inwoners niet weet waar de volgende maaltijd vandaan komt. Honger is grotendeels de verantwoordelijkheid van de leiders: grote delen van het land zijn vruchtbaar maar boeren moesten vluchten of het was gewoon te gevaarlijk om op de akkers te werken.

Bovendien lijdt een fors deel van de bevolking aan psychische trauma's door het oorlogsgeweld, waaronder seksueel geweld tegen vrouwen, blijkt uit een onderzoek van Amnesty International. Een recent rapport van de organisatie toont hoe bruut beide zijden in het conflict zich hebben gedragen tegenover de bevolking. De oorlog kenmerkte zich eerder door aanvallen op burgers, dan op directe confrontaties tussen gewapende groepen.

"De bevolking heeft dringend hulp nodig maar er bestaat een enorm gebrek aan psychische hulpverlening", zegt Elizabeth Deng, onderzoekster bij Amnesty. De Afrikaanse Unie wil een speciaal tribunaal opzetten om de oorlogsmisdaden aan beide zijden te onderzoeken. "Dat helpt bij verwerking van trauma's. Daarom is er haast geboden want straffeloosheid heeft te lang geregeerd in Zuid-Soedan. De verantwoordelijkheden moeten rekenschap afleggen voor hun daden."

in het kort

Aan de vooravond van het eerste lustrum werd nog een vuurgevecht gemeld bij het presidentieel paleis in de hoofdstad Juba.

Een vredesakkoord heeft nog niets opgeleverd. Van militairen en opstandelingen zou één leger gemaakt worden. Maar daar is nog geen begin mee gemaakt

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden