Lust & Gratie, Het literaire klimaat, proza ...

Lust & Gratie, Het literaire klimaat, proza 1980-1991. Lente 1992, nr 15 " abonn. 4 nrs 54 " postgiro 3786410, L & G, Amsterdam. Jose Mart Journaal, Herengracht 259, 1016 BJ Amsterdam, april 1992, los nr 9,95, abonn. 49,50.

In het lente-nummer staan zeven profielen van Nederlandse schrijfsters, een nummer gewijd aan (vrouwelijke) Nederlandse poezie is in de maak.

Volgens de redaktie krijgt het werk van vrouwen nog steeds niet de aandacht die het verdient.

Vooral in overzichtsliteratuur en lexicons zou er 'nauwelijks' aandacht voor zijn. Bijzonder leugenachtig is de suggestie dat dit in het 'Kritisch Lexicon' het geval zou zijn: meer dan vijftig schrijfsters worden daar tot dusver in behandeld, op een na alle zeven van dit nummer.

Om wie gaat het? Om Astrid Roemer, Monika van Paemel, Doeschka Meijsing, Nicolette Smabers, Marja Brouwers, Kristien Hemmerechts en Hermine de Graaf.

Als ik mij niet vergis zijn, op Smabers na, al deze schrijfsters bekend tot zeer bekend en wordt er in het algemeen voldoende waarde aan hun werk gehecht. De veelal omstandige profielen in dit nummer doen daar nog een schepje bovenop en dat is natuurlijk alleen maar goed. De stukken zijn verschillend van aard.

Van Van Paemel wordt vrijwel uitsluitend haar meest recente roman besproken, 'De eerste steen'.

Meijsing daarentegen krijgt een oeuvre-behandeling, met Calvino's 'Zes memo's voor het volgende millenium' in het achterhoofd. Roemer wordt beschouwd binnen de traditie van de Caraibisch-Nederlandse literatuur, die vanuit een andere context is ontstaan dan de Nederlandse. In De Graafs werk wordt vooral de nadruk gelegd op de vrouwelijke tegenover de mannelijke figuren. Bij Smabers draait het om de herinnering, bij Brouwers om identiteit.

JOSE MARTI JOURNAAL, aprilnummer, heeft helemaal achterin het aardigste artikel. Het handelt over de talrijke fijne vleeswaren waarop de Spaanse keuken fier kan zijn, en is - naast informatief - ook zeer appetijtelijk.

Omslag en openingssectie zijn gewijd aan de cineast Pedro Almodovar. Noch het interview van Julien Schnabel, noch de beschouwingen van Isabel Cadalso en Marcia Pally lijken echter veel gevoel te hebben voor diens anarchistische humor.

Aardiger is het gesprek met de jonge Chileense schrijver Alberto Fuguet: ongetwijfeld een wijsneusje dat gemakkelijk irriteert, maar voor een keer is dat soort vlotte arrogantie wel onderhoudend. Weinig overtuigend is de bijdrage van J-C. Sanglier over de Amerikaanse elementen in het werk van markies de Sade, en nog minder vrolijk stemt het quasi-ooggetuigenverslag van de opening van de Sevillaanse Expo door 'president Bonsai' - Felipe Gonzalez - en alle rampspoed die daarop volgt; flauwiteit van het tenenkrommende soort.

Erik Orendi vervolgt zijn tocht door Mexico (waarvan ook deze episode inmiddels gebundeld is) en de Cubaanse musicus Leo Brouwer wordt geinterviewd over zijn composities, maar niet over het culturele of politieke klimaat in zijn land.

Tenslotte een originele boekbespreking: ter gelegenheid van de vertaling van de 'Pelgrimsreis' van Fernando Mendes Pinto bespreekt Bert Meelker er de eerdere Nederlandse uitgave van Jan Hendriksz Glazemaker, verschenen in 1652.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden