Lulu Wang

Lulu Wang (Peking, 1960) doceerde Engels in Peking en - van 1986 tot 1996 - Chinees in Maastricht. In 1997 publiceerde zij de deels autobiografische roman Het lelietheater. Het boek werd een bestseller, Lulu Wang een hype. Haar tweede boek, dat handelt over kindermisbruik, heeft bij verschijning vorig jaar voor enige commotie gezorgd. Het tedere kind zou, volgens sommige critici, het incestthema op een 'calculerende manier' behandelen en bovendien 'abonimabel' geschreven zijn.

1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,De God die in de Bijbel wordt beschreven, is niet de God met wie ik bij mijn geboorte, bewust of onbewust, in aanraking ben gekomen. God is een universele intelligentie en een onvoorwaardelijke liefde. God is iets wat wij intuïtief voelen. Ik geloof dat ook planten God kennen. En dieren. Zelfs een steen kent God. God zit in alles. Alles is God.''

2. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Waar ooit een altaar voor Boeddha stond, kwam tijdens de Culturele Revolutie een altaar voor Mao Zedong te staan. 's Ochtends moest ik hem danken voor de nieuwe dag en 's avonds moest ik mijn zonden opbiechten; mij aan hem overgeven opdat ik gecorrigeerd kon worden. Ik heb toen nooit gevoeld hoe erg dat was. Ik begreep wel dat het niet in orde was - mijn ouders wisten precies wat er tijdens die Culturele Revolutie gaande was en vertelden mij daar ook over. Ze drukten mij op het hart vooral niet te laten merken dat ik er niet in geloofde. Het was het griezelige double thinking van George Orwell. Ik deed alsof. Om te overleven vertelde ik tijdens de verplichte vergadering - die twee of drie keer per week werd gehouden - wel eens dat ik naar chocolade verlangde. Want dat mocht niet. Chocolade was lekker. Chocolade was bourgeois. Ik kan het goed begrijpen dat mensen in die tijd krankzinnig zijn geworden. Ik heb geleerd mij terug te trekken naar een plaatsje in mijn hart. Zo kon ik het volhouden. Bovendien ben ik er van overtuigd geweest dat het ooit allemaal goed zou komen.

Toen ik net in Nederland woonde dacht ik nog dat hier veel meer vrijheid was dan in China, maar door de ontvangst van Het tedere kind heb ik gemerkt dat men ook in het vrije Westen bepaalde dingen niet wil horen. En tóch heb ik het geschreven. Een gevolg van het grote verzwijgen uit mijn jeugd is namelijk dat ik een enorme drang heb ontwikkeld om te zeggen waar het op staat. In Nederland word je niet gemarteld als je zegt wat je denkt. Je krijgt hoogstens een slechte recensie. Daarover doordenkend stuit ik op nóg een overeenkomst. Als je in China jaloers was op de bloemetjesgordijnen van je buurvrouw, zei je tijdens de vergadering dat deze mevrouw er contra-revolutionaire gedachten op nahield. Dan werd zo'n vrouw opgesloten en had jij die gordijntjes. Deze techniek heb ik in Nederland ook gezien. Mensen schrijven niet 'Ik ben jaloers op het succes van Lulu Wang' maar: 'Lulu Wang heeft een boek geschreven om grof geld mee te verdienen.' Toen ik dit principe voor het eerst herkende, schrok ik ervan. Ik dacht dat dergelijke nachtmerries daar, in die tijd, thuishoorden. Ik dacht dat het kwade, met het einde van de Culturele Revolutie, zou verdwijnen. Ik dacht dat men in het Westen meer ontwikkeld was dan in het Oosten. Maar het is niet waar. Het kwade schuilt niet in een partijprogramma, of in een politieke stroming. Het kwade schuilt in de mens, in het leven zelf.''

3. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Mensen hebben elkaar in naam van God veel leed aangedaan, maar ze hebben elkaar ook in Zijn Naam het grootste plezier bezorgd. Prachtige kunstwerken zijn ter ere van God tot stand gekomen. Dus wanneer doe ik nu iets om God te dienen en wanneer handel ik in naam van mijn eigen ego? Dat is soms moeilijk vast te stellen. Ik ben mij, naarmate ik ouder werd, wel vaker af gaan vragen voor wie ik wat deed. Doe ik het voor mezelf? Doe ik dit omdat de maatschappij het van mij verlangt? Of wordt het mij ingegeven door een Goddelijk gevoel? Steeds weer stel ik mijzelf de vraag: 'Lulu, waar gaat het om?' Ik krijg daar niet zo maar een antwoord op. Dat geeft niets. Soms komt het antwoord later. Maar ik geef mij wel meer aan God over. En met God bedoel ik dan 'het leven'. Ik laat mij meevoeren en probeer minder uit eigen belang te handelen. Want eigen belang verblindt. Volgens mij moet je steeds terugkeren naar de kern en iedere keer weer opnieuw zien uit te vinden door welke begeerte je nu werkelijk wordt gedreven.''

4. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Wat is rust? In bed liggen? Rust betekent voor mij: doen wat ik graag wil doen. Dat kan slapen zijn. Of werken. Of koken. Of vrienden opzoeken. In die zin gaan bij mij alle dagen in elkaar over. In China bestaat de zondag niet. Chinezen hoeven ook niet in een bepaalde, afgesproken periode vakantie te vieren; je doet iets op het moment waarop je denkt dat het goed is. Je rust wanneer je rust nodig hebt. Westerlingen stressen acht uur per dag en blazen daarna een paar uur stoom af. Ze werken vijf dagen keihard en gebruiken het weekend om bij te komen. En tijdens de vakantie, om de zoveel maanden, denken ze al die opgehoopte stress in één keer weg te kunnen vegen. Ik weet niet was stress is. Wat is stress? Soms heb ik slaap. Dan ga ik naar bed. Soms heb ik honger. Dan zal ik wat eten. Stress ontstaat doordat je iets doet wat je eigenlijk niet wilt doen. Het hart wil pompen: inkrimpen en uitzetten. Zodra het star wordt, gaat het kapot. Wie zijn werk met plezier doet, zal nooit last van stress hebben. Hoe bedoelt u: niet iedereen heeft een leuke baan? Er is toch nog altijd zoiets als vrije wil? Ik heb ook tien jaar les gegeven, dag en nacht gewerkt, om te kunnen bereiken wat ik nu heb bereikt. Ik gaf vierentwintig uur per week les. Huiswerk corrigeren, vergaderingen bijwonen, scripties begeleiden: een zware baan. En dan stond ik ook nog iedere ochtend om vijf uur op om Nederlands te leren en - later - om Het Lelietheater te schrijven. Veel mensen zeggen: Lulu heeft geluk gehad. Ik heb helemaal geen geluk! Jaloerse mensen weten niet dat achter elk succes bloed, zweet en tranen schuilgaan. Succesvolle mensen hebben respect voor wat ik heb bereikt, want zij weten hoe hard ik ervoor heb gewerkt. Maar mensen die niets hebben bereikt - en er ook niets voor over hebben om iets te bereiken - zeggen: 'Goh, wat ben jij een bofkont!' Het leven is zo eerlijk: je krijgt wat je verdient. Ik heb al sinds mijn zesde witte vlekken op mijn huid, daar zou ik ook over kunnen lamenteren. Maar dat doe ik niet. Ik ben blij met de dingen die ik wél heb! Ik heb ogen. Ik heb handen die het nog goed doen. Ik heb echt het recht wel gehad om te klagen: ik heb als kind veel geleden. Ik heb niet te verwoorden pijnen ondergaan, ik heb eenzaamheid gekend, machteloosheid, wanhoop. Ik heb zoveel verdriet gehad. Maar ik heb tegen mijzelf gezegd: 'Wat heeft het voor zin om te klagen?' Als ik er ook maar één klein probleem mee op kon lossen, zou ik klagen. Maar als je erachter komt dat het niet helpt, moet je een andere weg zoeken. Ik heb een weg gevonden. Ik werk.''

5. Eer uw vader en uw moeder

,,Was het Hemingway of was het Twain die schreef: 'Toen ik klein was, vond ik mijn vader heel dom en toen ik groter werd, zag ik in hoe wijs mijn vader was'? Hoe gek het ook klinkt: alles wat wij zeggen zijn wij zelf. Als ik nu zou gaan opsommen wat mijn ouders allemaal verkeerd hebben gedaan, zou ik daarmee vooral zeggen waar ik zelf niet mee uit de voeten kan. Ik hou van mijn ouders. Ik denk dat ik altijd van mijn ouders heb gehouden. Maar ik merk dat ik hen, met het klimmen der jaren, pas echt leer waarderen. Eren? Eren is toch niet in een pan kokende olie springen omdat je vader dat van jou verlangt? Eren betekent: in ogenschouw nemen, proberen te begrijpen. Ik heb er over nagedacht waarom mijn ouders mij met zoveel hardheid hebben behandeld. Er is een periode in mijn leven geweest waarin ik daar niets van begreep. Ik wilde graag wiskunde studeren, maar zij vonden het beter dat ik vertaalster werd. Jazeker, dat is hard. Het is hard omdat ze mij hun wil hebben opgelegd. Ze hielden mensen van wie ik veel hield bij mij vandaan. Dat vond ik ook heel erg. Veel erger dan het fysieke geweld. Mijn moeder heeft mij regelmatig geslagen. Dat neem ik haar niet kwalijk. Het is de kunst om metafysisch te denken. Het pak slaag dat ik van mijn moeder kreeg, kwam voort uit haar liefde voor mij. Zij sloeg mij om haar zin door te drijven. Een moeder weet wat goed is voor haar kind en daarmee is die klap gelegitimeerd. Wanneer doen wij elkaar pijn? Wanneer zijn we lief voor elkaar? Als wij een emotionele band met elkaar hebben. Liefde en haat liggen heel dicht bij elkaar. Mijn opvoeding heeft ook te maken met mijn omgeving, met de tijd waarin ik ben opgegroeid, met de terreur van de proletarische dictatuur. Er is zoveel aanleiding geweest voor die hardheid, en dus ook voor het verdriet daarover. Daar is niet één facet uit te lichten. Ik zou willen zeggen: ik heb het mijn ouders vergeven. Maar vergeven is niet het juiste woord. Er is niets te vergeven. Ik heb het meeste begrepen en daar is alles mee gezegd. Ik laat het los. Ik kan mij zelfs niet herinneren wat ik niet heb begrepen. Waarom zou ik mij druk maken om dingen die mij pijn doen? Ik ben juist bezig om al die rotzooi weg te gooien.''

6. Gij zult niet doodslaan

,,Ik heb in China kippen geslacht. Gewoon, het mes op de keel en ráts. Ik vond het een rare gewaarwording, maar hoe had ik anders kip moeten eten? Je kon op de markt alleen levende beesten kopen. Ik ben blij dat ik het niet meer hoef te doen, want leuk was het niet. Maar doden houdt mij niet bezig. Als ik het moet, zal ik het waarschijnlijk niet laten. Als ik word bedreigd, zal ik mijzelf verdedigen. Maar onder gewone omstandigheden gun ik iedereen zijn geluk, zijn leven. Ik heb nog nooit iemand doodgewenst omdat ik weet dat met de dood het kwade toch niet verdwijnt. Maar ik denk wel eens: jij komt jezelf nog tegen. Dat gebeurt ook. Alles wat je een ander aandoet krijg je als een boemerang terug. Misschien niet vandaag of morgen. Misschien zelfs niet in dit leven. Maar dan toch in ieder geval in een volgend leven. Alles komt terug.''

7. Gij zult niet echtbreken

,,Ja, dit vind ik een goed principe. Het is beter om elkaar trouw te blijven. Maar daar hoef je niet voor te trouwen. Je trouwt niet in een kerk of op het stadhuis, je trouwt in je hart. Ik ben in mijn hart getrouwd, maar ik zal mijn vriend nooit mijn Grote Liefde noemen. Hij is op dit moment de Ware. Maar als ik verander, verandert hij dan met mij mee? Misschien blijken wij op een dag elkaars Ware ineens niet meer te zijn. Mijn vriend komt uit China, maar ik heb hem in Nederland leren kennen. Voor hem heb ik een Hollandse man gehad. Het was een leuke manier om de cultuur te leren kennen, maar we hebben elkaar ook vaak vol onbegrip aangekeken. Een Chinese vriend is makkelijker. Ik hoef veel dingen niet uit te leggen. Hij kent mijn eetgewoonten, hij weet hoe ik de dingen opruim. Nee, dat wij dezelfde taal spreken is niet eens het grootste voordeel. Ook in het Chinees kan ik niet altijd zeggen wat ik voel.''

,,We zijn nu twaalf jaar samen. Ik heb er nooit aan gedacht om onze liefde met een kind te 'bekronen'. Ik hoef niet per se een eigen kind; er zijn al genoeg kinderen om lief te hebben. Bovendien wordt diezelfde 'kroon' op de relatie na de echtscheiding vaak het grootste slachtoffer. Ik ben zo ook gelukkig. Geluk heeft zelden met iets tastbaars te maken. Echte liefde kun je niet vasthouden. Echte schoonheid zie je niet.''

8. Gij zult niet stelen

,,Ik herinner mij een scène uit de film Gandhi waarin hij door een paar blanke mannen van de stoep wordt geduwd. Dan zegt Gandhi: heren, er is genoeg ruimte op deze aarde voor ons allen. Dat deed mij beseffen hoe gezegend ik ben. Ik heb alles wat nodig is om gelukkig te zijn. Waarom zou ik stelen?''

9. Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,Hadden we Shakespeare ook moeten vragen of Hamlet zijn vader echt heeft vermoord? Nou? Ik heb het nu al zo vaak gezegd: ik weet precies waar ik over schrijf als ik het heb over de ervaringen van Lilan in Het tedere kind. Ik wéét waar ik over schrijf. Dat mag ik, als auteur, toch zo zeggen? Ik sta achter elk woord, ik vóel ook elk woord wat ik schrijf. Ze kunnen Shakespeare niet meer proberen in het nauw te drijven met recensies, mij wel. Maar dat ik bereikbaar ben voor journalisten en critici betekent toch niet dat alles wat ik schrijf moet worden doorgepluisd op autobiografische details? Stel dat ik een volgend boek zou schrijven over de liefde tussen een Chinese vrouw en een Nederlandse man: moet dan alles wat ik daarover schrijf per se met mij te maken hebben? En wat nu als ik in mijn volgende boek een moord beschrijf, betekent dit dan ook dat Lulu Wang een moordenaar is? Het hoeft niet echt gebeurd te zijn; het gaat mij om de literaire waarheid. En dat is de waarheid van het gevoel. Als ik schrijf: 'ik ben vandaag heel blij omdat ik Jantje heb gezien', terwijl ik Pietje zag, dan blijft het gevoel - de blijdschap - toch nog overeind? Jantje kwam de literatuur ten goede. Daar gaat het om. Heb ik gelogen omdat ik eigenlijk Piet tegen was gekomen? Als ik mij in die zin aan dit gebod houd, bereik ik, als schrijfster, mijn doel natuurlijk nooit. Ik heb Het tedere kind geschreven om mensen die als kind misbruikt zijn steun en liefde te geven. Maar ik wil er ook de mensen die het niet hebben meegemaakt dichter mee bij de slachtoffers brengen. Als je alle vooroordelen uit je hoofd zet; als je de manier waarop mijn uitgeverij de public relations heeft verzorgd, het succes dat ik met mijn vorige boek heb gehad en het feit dat ik een buitenlandse ben die Nederlands schrijft buiten beschouwing laat; als je vanuit het hart leest en niets tussen jou en het boek laat komen, zul je Het tedere kind beter begrijpen en waarderen.''

10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,God heeft mij het leven gegeven. Dat is toch het mooiste wat er bestaat? Ik begeer het bezit van een ander niet; alles wat ik kan aanraken, is uiteindelijk toch vergankelijk. Literaire prijzen? Ik zou er zelf niet over beginnen, maar ik begrijp waar u op doelt. Elsbeth Etty, NRC-journaliste, heeft, toen zij mij kwam interviewen over Het lelietheater, gezien dat ik een jampotje in huis had waarop ik de namen van een paar grote literaire prijzen had geschreven. Het is een oud Chinees gebruik om, als je arm bent en zelfs geen theekopje bezit om uit te drinken, allerlei wensen op zo'n potje te schrijven. Ik heb dat gedaan om mijzelf toe te spreken - ik had destijds zo weinig zelfvertrouwen. Dat was alles. Elsbeth Etty heeft ook geïnsinueerd dat ik een incest-slachtoffer ben. Dat verhaal is een eigen leven gaan leiden. Als ze mij, zoals zij had beloofd, de tekst voor publicatie had toegestuurd, had ik het kunnen corrigeren. Door een verhaal volledig uit z'n verband te halen heeft zij mensen tegen mij opgezet. Zij is ook degene die over mijn tweede roman schreef: 'Koop dit boek niet, tenzij u bedrogen wilt worden'. Maar goed, ik neem het haar niet kwalijk. Ik probeer haar te begrijpen. Het leven is te mooi om mij over dit soort zaken op te winden. En wat het jampotje betreft: ik heb niet per se een prijs begeerd. Ik wilde dat mensen míj leuk vonden. En dat ze mijn boek waardeerden. Maar het gekke is: toen dit gebeurde, voelde ik mij toch nog teleurgesteld. Blijkbaar leverde die erkenning niet het geluk op waarnaar ik op zoek was geweest. Ik heb met het schrijven van mijn tweede boek ontdekt hoe het wél werkt: je moet niet wachten op het oordeel van anderen. Je moet jezelf goedkeuren. Ik heb twintig jaar rondgelopen met het verhaal van Het tedere kind. Toen het eindelijk naar buiten kwam, verdwenen mijn rancuneuze gevoelens en mijn minderwaardigheidscomplex. Ik was het kwijt. Het was de grote ommekeer. Ik schreef de laatste regel en wist: nu kan ik gelukkig worden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden