Luisteren naar de herfst

Blinden en slechtzienden wandelen net zo graag als ziende mensen. Omdat ze in het vrije veld moeite hebben de weg te vinden, is het voor hen echter vaak onmogelijk. De organisatie TWIN-travel zorgt voor begeleiders.

Monica Wesseling

Op pad met een blinde is uiterst leerzaam. Opeens is de herfst hoorbaar, de windrichting te ruiken en zijn planten te determineren simpelweg door ze te voelen. Een wandeling door Meijendel, voor ons toch een bekend gebied, krijgt zo een extra dimensie.

Het duingebied Meijendel tussen Den Haag en Wassenaar is razend populair bij heel ’westelijk Zuid-Holland’. Een mooie herfstdag trekt honderden wandelaars, racefietsers, prikstokkers, omafietsers en ommetjesmakers. Vreemd is die Meijendelliefde niet; het duingebied is weelderig en sober ineen. Weelderig zijn de binnenduinrandbossen met kronkelige eiken, welriekende populieren en berken met hun witte bast. Her en der staan abelen; ooit aangeplant om het zand te beteugelen. De herfst is nog jong – eigenlijk willen we er ook niet van weten – en de bomen staan nog in blad. „Ja, maar ze beginnen al wel te verkleuren”, zegt Leo Dijk. „Je hoort ze al droog ritselen.” Leo, 41 en wetgevingsjurist bij het ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties, is sinds zijn geboorte blind en loopt met enige regelmaat met TWIN-travel. „Een route volgen is lastiger zonder zicht. Ik wandel ook geregeld met mijn vrouw, maar zij loopt liever iets kortere afstanden. Dus dit doe ik met TWIN-travel. Het is een gezellige club.” Zijn wandelervaring is duidelijk merkbaar. Een hand op de schouder van de begeleider is vooralsnog genoeg en het tempo zit er flink in. Duinen zijn per definitie geaccidenteerd, het pad gelukkig niet geëffend. Wandelen zou dan wel erg saai worden. Met een enkele „het wordt nu mul zand”, en „over twee meter een diepe kuil” is het pad ook voor mijn wandelgenoot geen probleem. Leo wijst op de vallende eikels die op het naastgelegen fietspad nog even doorstuiteren en we knisperen aangenaam verder over het schelpenpad. Het duinbos toont zich op deze zonnige oktoberdag op zijn allermooist. Nu de temperaturen dalen, wordt het licht zachter en zet alles in warme goudgele, geelbruine en zachtgroene tinten. De bessen van de kardinaalsmuts zijn knalroze en vragen erom gefotografeerd te worden. Leo houdt het op een ’akoestisch’ fototoestel zo blijkt even later als we in de buurt van twee kijvende eksters komen en hij een geluidsopname maakt. Hij heeft geluk want een halsbandparkiet lijkt zich in de strijd te mengen.

De grillige, meerstammige eiken zijn voormalig hakhout en herinneren aan het eeuwenlange nuttig gebruik van dit duinlandschap. Het begon al in de middeleeuwen, toen de adel de duinen als haar hoogstpersoonlijk jachtgebied benutte. In de 17de eeuw werden er konijnen ’gefokt’, een eeuw later gevolgd door pogingen het duin tot landbouwgebied om te vormen. Veel meer dan wat duinpiepers en (wilde) peen bracht de grond niet op. Het zand was te schraal, de wind te zilt en geselend. Het schrale zand met zijn zuiverende werking bleek echter prima drinkwater te leveren. In 1894 begon het Grote Pompen, wat een eeuw later tot een verdroogd en verarmd duin had geleid. Duinvalleien met parnassia en orchideeën verdwenen, duingraslanden werden woestenijen. En dus laat het drinkwaterbedrijf nu voorgezuiverd water in uit de Afgedamde Maas (jaarlijks voor 1,2 miljoen mensen) om dit twee maanden later geschoond weer op te pompen.

Het is vroeg en nog vochtig. We snuiven de geur van populieren op, terwijl spinnen hun best doen zo snel mogelijk de letterlijk verraderlijke dauwdruppels van hun web te verwijderen. De koffie bij Boerderij Meijendel is niet echt best dus duiken we weer de duinen in. Dankzij de kalkrijkdom van dit jong duingebied floreren de duindoornstruwelen en de vrouwelijke exemplaren zitten vol oranje suikerrijke bessen. Voor kramsvogels en koperwieken – in trektijd vaste bezoekers – lijkt het nog te vroeg, maar merel en zanglijster weten wel raad met het zoet. De nazomer weet gelukkig nog niet echt van wijken want nog steeds bloeien her en der teunisbloem, Jacobskruiskruid en slangenkruid.

Weinig ontgaat mijn metgezel. Als een groepje racefietsers voorbij zoeft, merkt hij verbaasd op dat er blijkbaar een mountainbiker bij zit.

We passeren de infiltratieplassen en genieten van de ’klakkende’ meerkoeten en krakelende wilde eenden. De rozetten van koningskaars en teunisbloem doen ons het verschil in zachtheid opmerken en het vleugje ziltigheid wijst op westenwind.

Op weg naar zee zijn de duinen blank en sober als ze horen te zijn. Het is hier droger en daarmee warmer zo word ik me gewaar. Het aantal konijnenkeutels is bemoedigend. Decennia achtereen verminderde het aantal konijnen door ziekten als myxomatose en VHS, maar nu krabbelt de knager weer op. Zijn afwezigheid én de stikstofdepositie deden het duin dichtgroeien met woekerende grassen. De grote grazers, Galloways en Konikpaarden, moeten de bulk wegvreten, maar zonder het gegraaf en geknabbel van het konijn komt het fijnmazige duinmozaïek niet terug.

Eenmaal aan zee blijkt deze onstuimiger dan verwacht en daarom besluit Leo weer een geluidsopname te maken. Het strand is bezaaid met Amerikaanse zwaardscheden en ook die worden aan de geluidsopname toegevoegd. De schelpen zijn onbewoond en we banjeren er luidruchtig doorheen. De vloed komt snel op. Dankzij schouder-handcontact krijgen we geen van beiden natte voeten. Het zand wordt steeds muller en het tempo daalt. De schaduwen worden langer: Katwijk komt in zicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden