Luidruchtige ’staccato-opera’ over Rusland

(Trouw)

De Nederlandse Opera heeft een naam hoog te houden op het gebied van nieuwe Russische opera’s. Na Alfred Schnittke’s ’Life with an Idiot’ (1992) en Alexander Knaifels ’Alice in Wonderland’ (2001) gaat maandag Alexander Raskatovs ’A Dog’s Heart’ in wereldpremière. De Brit Martyn Brabbins heeft de muzikale leiding.

Het is de laatste orkestrepetitie zonder zangers voor de nieuwe opera ’A Dog’s Heart’ van Alexander Raskatov. Een dag later zullen zangers en orkest voor het eerst samen repeteren – altijd een heikel moment, zeker als het een nieuw werk betreft.

De Nederlandse Opera heeft het ruim twee uur durende werk bij de Rus Raskatov besteld en verzorgt er op 7 juni in het kader van het Holland Festival de wereldpremière van. Het gezelschap heeft een naam hoog te houden op het gebied van de Russische satirische opera (zie kader).

Bij aanvang van de repetitie in studio 1 van het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum zegt dirigent Martyn Brabbins tegen de musici van de Radio Kamer Filharmonie: „U zult morgen meerdere malen denken dat u te luid speelt, maar don’t worry!”

Dat lijkt een vreemde opmerking. Brabbins zelf immers moet waken over de juiste dynamische balans tussen orkestbak en bühne. Later legt Brabbins uit dat alle solozangers, inclusief die van het koorensemble VocaalLAB, versterkt zullen worden. Dat is niet gebruikelijk.

Gehoord de orkaankracht waarmee het orkest sommige passages deze middag speelt, lijkt het versterken van de zang geen overbodige luxe. Tijdens de repetitie houden musici die even wat maten rust hebben, hun handen tegen hun oren als de door hun collega’s geproduceerde hoeveelheid decibel hoog oploopt.

Aan het eind van de sessie werken Brabbins en orkest naar een even schitterende als schaamteloze climax toe. „Deze orkestrale climax is niet helemaal het einde van de opera”, legt de dirigent na afloop uit. „Voor ons wel, maar hierna schreeuwen de leden van het koor via een megafoon nog luide teksten de zaal in.” Dat belooft wat.

Alexander Raskatov (1953) schreef met ’A Dog’s Heart’ zijn eerste echte opera. Hij baseerde zich daarvoor op de novelle ’Hondenhart’ van Michail Boelgakov. Het verhaal is kort verteld: Bij straathond Sjarik worden door chirurg Filipp Filippovitsj de teelballen en de hypofyse van een dode alcoholistische crimineel ingeplant. De hond verandert langzaam in het grof gebekte mensachtige wezen Sjarikov.

Het experiment loopt uit de hand als Sjarikov steeds grover wordt, een vrouw probeert te verkrachten en achter katten (lees: intellectuelen) aangaat. Filippovitsj vernietigt zijn schepping uiteindelijk en Sjarik de hond is terug. Maar rondom hem verschijnen klonen van Sjarikov. Dokter Filippovitsj verklaart: „De wetenschap heeft nog geen manier gevonden om beesten in mensen te veranderen.” Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar dat het omgekeerd wel mogelijk is, echoot keihard in die opmerking door.

Raskatov heeft bij dit absurdistische verhaal – het libretto is van Cesare Mazzonis – kleurrijke muziek gemaakt. De Radio Kamer Filharmonie is uitgebreid met balalaika’s, steeldrums, bongo’s, elektrische gitaren, saxofoons, een Wagnertuba, klavecimbel en een sirene. Dat levert nieuwe en bijzondere klanken op zoals de combinatie van een schorre saxofoon, harp, piano, celesta en klavecimbel. Een schmierende trompet speelt een bizarre dodenmars en plots duiken de politiefluitjes en de ongegeneerde trombones op uit Sjostakovitsj’ ’Lady Macbeth uit Mtsensk’. Even later meen je de begin- akkoorden van de kroningsscène uit Moessorgski’s ’Boris Godoenov’ te herkennen. Maar je hebt het nog niet bedacht, of de bewuste passage heeft al weer plaatsgemaakt voor iets anders. Een ’staccato-opera’ noemt Raskatov zijn creatie.

„Dat is een uitstekende term voor het werk”, meent dirigent Brabbins, die in 2001 bij De Nederlandse Opera ook al de wereldpremière van Alexander Knaifels ’Alice in Wonderland’ leidde. „Er zitten zeventien scènes in de opera waarvan sommige extreem kort zijn.”

„Lange aria-achtige fragmenten, duetten of ensembles komen er nauwelijks in voor. Aria’s al helemaal niet. De muziek van de opera vertelt het verhaal op een kleurrijke manier, maar steeds superkort.” Dat wordt volgens Brabbins gereflecteerd in de enscenering van toneelregisseur Simon McBurney, die in Amsterdam zijn eerste opera regisseert. Hij noemt het een meesterzet van Opera-baas Pierre Audi om McBurney voor deze opera uit te nodigen.

„Alles wat McBurney doet, komt voort uit de tekst of de muziek. Hij kan ontzettend goed luisteren en maakt als het ware een choreografie rondom de muzikale frasering. Het hele proces was ongelofelijk lonend. Het is vrij ongewoon in dit vak om deze vorm van totale samenwerking te ervaren; heel plezierig. McBurney heeft met veel zijn ideeën rondom deze opera gewacht tot hij de zangers met wie hij moest werken ontmoet had. Dat siert hem. Voor de solisten is het erg uitdagend, want ze moeten veel moeilijke muziek zingen terwijl ze over het toneel rondrennen.

„Het verhaal van de opera past in de satirische traditie van Rusland. Het is tegelijkertijd erg grappig én erg diepgravend; een reflectie op het experiment van de Sovjet-maatschappij. Dat experiment duurde overigens wel erg lang: van 1917 tot 1998.

„Ik heb in de jaren ’80 in de Sovjet-Unie gewoond omdat ik via een uitwisselingsproject van de Britse ambassade kon gaan studeren bij Ilya Musin in Sint Petersburg – toen nog Leningrad. Ik kreeg een tweede jaar aangeboden en heb toen veel kunnen werken in de Kirov Opera met Valery Gergjev.

„Ik had het erg naar mijn zin in de Sovjet-Unie, vooral vanwege de mensen, hun hartelijkheid en hun scherpe geest. Die geest hielp hen te overleven. Het gekke was dat ik daar amper depressieve mensen ben tegengekomen.

„Het Sovjet-systeem had ook goede kanten, vooral waar het cultuur betrof. Al die orkesten, koren en ensembles die toen door de staat ondersteund werden. Ongelofelijk. Natuurlijk was er censuur, maar je kunt Beethoven niet censureren. In het tegenwoordige Rusland is het met de cultuur, en het geld daarvoor, veel minder goed gesteld dan toen.”

Zou de ontvangst van Raskatovs opera in het hedendaagse Rusland niet heel erg verschillen van die in Amsterdam straks? Brabbins: „Raskatov, die nu in Parijs woont, was erg teleurgesteld dat er vooralsnog niemand uit Rusland naar de wereldpremière komt. Misschien is men er toch nog een beetje beducht voor het werk; er is 20 jaar na het opheffen van de Sovjet-Unie nog veel van het oude systeem in te herkennen.

„Ik denk dat het werk in Rusland heel anders zou aankomen dan in Nederland. Dat neemt niet weg dat er voor ons veel in te herkennen valt. We hebben hier ook moeilijkheden met de staat. Wreed omgaan met dieren, daar weten we hier ook alles van.”

Brabbins had geen moeite om ’ja’ te zeggen tegen een project waarvan hij nog geen noot gezien had. „Ik hou van een zeker risico en in dit geval wilde ik dat risico maar al te graag nemen. De Nederlandse Opera en Pierre Audi hebben een goede naam . Bovendien kende ik Raskatov al. Toen er in maart een soort van partituur was, heb ik erover gepraat met Raskatov. Met Simon McBurney heeft Raskatov de opera op plaatsen nog omgevormd, het werk een meer dramatische vorm te geven; hij heeft heel wat muziek geschrapt maar vond dat geen probleem.

„Het orkestaandeel is fantastisch, Raskatov schiep een rijke partituur, waar de vocale lijnen heel interessant ingevoegd zijn. Er wordt van de zangers nogal wat gevergd. Ze zullen morgen bij de eerste orkestrepetitie nogal schrikken verwacht ik. Maar ik weet zeker dat het uiteindelijk een mooi geheel wordt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden