Lucia Mazzaria krijgt publieke beloning voor stoutmoedig invallen als Desdemona

Nog op 8, 11,16,18,21 en 24 juni. Op tv: 20 oktober.

FRANZ STRAATMAN

Fel en snel spatte en schuimde het openingskoor waarin Riccardo Chailly zijn orkest en het koor van De Nederlandse Opera aanvuurde met de energie van de woedende zeegod Poseidon; schrijnend klonk de begeleiding van de stervende Otello aan het einde van dit drama over jaloezie en hartstocht naar het toneelstuk 'Othello' van Shakespeare.

Tussen die twee extremen golfde een weelde aan gevoelens en sfeer in muziek uitgedrukt. Chailly beheerste het hele palet van Verdiaanse effecten (accenten, even terughouden, een felle aanloop maken, warmte en kleur aanbrengen) meesterlijk.

De verende werking van het danskoor 'Fuoco di gioia' (Vreugdevuur) kreeg in de virtuoze wisseling tussen strijken en tokkelen zijn maximale werking. Hoe wonderbaarlijk wist Verdi orkestraal de sfeer te treffen als Jago in het tweede bedrijf Otello influistert hoe zijn vermeende concurrent in de liefde jegens Desdemona, Cassio, in diens dromen wellustig spreekt van die mooie vrouw. Nachtmuziek die door het Concertgebouworkest met intense spanning werd uitgewerkt. Ook in een van de zeldzame solistische passages in deze opera bloeiden wonderschone gevoelens op: de inleiding van de Wilgenaria op althobo door Ruth Visser was van een even magnifieke kwaliteit als de voordracht van dit beroemde nummer door Lucia Mazzaria.

Niet eerder slaagde een orkest er in om in de weinig toeschietelijke akoestiek van het Muziektheater zo'n lyrische en dramatische pracht en kracht over te brengen. Maar er was zoveel meer bijzonders in deze, met hoge verwachtingen tegemoet geziene première. Wie had niet uitgekeken naar Charlotte Margiono als Desdemona. Geveld door een allergie moest zij haar plaats afstaan aan een Italiaanse, Lucia Mazzaria. Die had twee weken tijd om zich de muzikale ideeën van de dirigent en de scènische concepten van regisseur Klaus Michael Grüber eigen te maken, waar Margiono lang naar toe had geleefd.

Zij had haar vorm gevonden, een prestatie, want de regisseur verwacht van zijn Desdemona geen uiterlijk vertoon in de benadering van en omgang met Otello. En die snelt zijn geliefde niet tegemoet voor een royale omhelzing; neen, de Russische tenor Bogatsjov bleef als het ware aan het anker gekleefd helemaal aan het uiteinde van de enorme steiger die zich over de volle breedte van het podium uitstrekte.

Maar in het meesterlijk door librettist Arrigo Boito opgezette duet wikkelde de regie, getrouw Verdi's muziek volgend, de draad van de langzame ontmoeting af; want Desdemona werd al luisterend naar de verhalen van de ruwe krijgsman verliefd op de Moor, een outcast (maar gewaardeerd om zijn krijgsmanskunst) in de Venetiaanse maatschappij. Desdemona ontdekte in hem de mens. In deze regie een onhandige mens, contactgestoord, pas in staat tot tedere reacties als hij Desdemona slapend aantreft op een schitterend praalbed met grote roofvogels (cynische verwijzing naar de Wilgenaria) op de hoeken.

Het kon ook niet goed gaan, zo leek Grüber te willen uitdrukken, zelfs als Jago zijn vernietigend spel niet had gespeeld; die maakt slechts gebruik van Otello's verkrampte karakter. Grüber liet namelijk in het derde bedrijf, Otello en Desdemona elkaar ontmoeten in en rond een enorme leeuwenkooi, het verrassendste toneelbeeld in deze produktie. 'De leeuw van Venetië' onderwerpt alle tegenstanders, en even nietsontziend is Otello. Maar hoe machteloos is deze fiere krijger in de handen van Jago, net zo 'dood' als de enorme 'toneel'-leeuw, zo hield de regie ons voor. Het première-publiek was niet bijster gecharmeerd van Grübers opzet dat het orkest de emoties draagt die op het toneel worden verteld: het boeh-de de man uit, ook toen Riccardo Chailly (zeer toegejuicht) hem demonstratief voor het doek haalde.

Grüber sloot subtiel aan bij de aanvankelijke gedachte van Verdi en Boito om hun opera 'Jago' te noemen. Jago houdt de hoofdrolspeler aan zijn touwtjes, is van begin tot eind in het spel. In deze produktie plaatst de regie Jago vrijwel steeds op het voortoneel. Mede door het stralend rood (de kleur voor een echte stokebrand) van zijn kostuum waar het ontwerpersduo Lia Doornekamp/Moidele Bickel hem in kleedde, viel alle aandacht op Jago. Bovendien paste de bariton Timothy Noble als zanger-acteur soepel in de gluiperige sluip-stijl voor deze rol. Hij oogstte er donderende ovaties mee.

Bij Bogatsjov als Otello (naar het liedje wil een 'Moriaantje zo zwart als roet') proefde ik in het acteren nog wat onwennigheid om de abstract-emotionele houding die de regisseur nastreeft, op natuurlijke wijze uit te drukken. Hij is als acteur nogal houterig zoals me al opviel in Brussel waar hij de rol van de jonge prins Chovantski deed. Als zanger beschikt hij over kolossale stemmiddelen die hij even glorieus stralend als met veel nuances (zoals in de indrukwekkend uitgewerkte derde scène, derde bedrijf) benutte. Maar het technische zingen voerde toch te vaak de boventoon; ik hoorde meer de tenor Bogatsjov dan de tragische held Otello. De publieke bijval waardeerde die tenorale oppermacht echter royaal.

Met een lichte sopraan (met soms een iets te ruim vibrato) en gehuld in een Maria-blauwe robe, straalde Mazzaria als Desdemona de liefhebbendheid zelve uit; die stem bood evenwel tijdens de heftige ruzie in de leeuwenkooi voldoende stevigte om Otello waardig van repliek te dienen. De innige gevoelswaarde die zij in de Wilgenaria en het Ave Maria (voor een kolossaal Maria-beeld en zonder tuttige toneelfratsen van bidstoeltje en rozenkrans) uitdrukte, maar zeker ook Mazzaria's dappere sprong in deze produktie, zullen er toe geleid hebben dat zij met veel geroep en gefluit in het applaus werd beloond.

Het koor van de Opera maakte even klanksoepel als ritmisch haarscherp de eerste acte tot een spektakel. De regie zette het hele ensemble prachtig voor de dirigent, maar zorgde met licht- en decoreffecten toch voor een levendig beeld. De aanduiding van de locaties leek zo ontleend aan zonnig ogende vakantiefolders: met een suggestief hemelgewelf, wat palmbomen, poortjes, die enorme kooi en dat praalbed gaf ontwerper Eduardo Arroyo krachtige impulsen aan de fantasie van de toeschouwer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden