Luchtgevecht tussen wielerkoningen

AMSTERDAM - Op 2 juni 1989 hield Tony Rominger het voor gezien in de Giro d'Italia. De parcoursbouwer stuurde het peloton die dag van Padova naar Tre Cime di Lavaredo. Op één van die drie pal naast elkaar gelegen Dolomietentoppen was de aankomst gepland. De Colombiaan Luis Herrera won, Erik Breukink werd voor de vierde achtereenvolgende dag gehuldigd als drager van de roze leiderstrui. En Rominger? Hij kwam op grote achterstand binnen.

JOHAN WOLDENDORP

De volgende dag, een steenkoude en mistige zaterdag, tekende de Zwitser het presentieblad niet meer. Net als Mario Cipollini. Breukink kende in de sneeuw una giornata senza (le jour sans in het jargon, een dag waarop iemand volledig door het ijs zakt) zoals hij die zelden had meegemaakt.

Van Breukink werd toen nog veel verwacht. Kort daarvoor had zijn toenmalige ploegleider Peter Post hem nog 'een renner met een rug' genoemd. Rominger was een softie, een zielepoot geplaagd door hooikoorts die nooit grote koersen zou winnen. Een enkeling herinnerde zich nog dat hij in de Giro van 1988 een etappe op zijn naam had geschreven. So what!

Het anonieme vertrek uit de door Laurent Fignon gewonnen Ronde van Italië van 1989 leek lange tijd een stille, laatste groet te zijn van de bleke boekhouder op de fiets. Sindsdien bereikte Rominger onneembaar geachte toppen, maar nooit paste hij de Giro in in zijn programma. Nooit kwam het buiten de Tour ook tot een rechtstreeks duel met zijn rivaal Miguel Indurain. De Spanjaard nam immers een abonnement op de op één na meest prestigieuze etappekoers ter wereld, terwijl Rominger zich jaar in jaar uit door zijn Spaanse sponsor naar de Vuelta liet afvaardigen. Ook nu Rominger, inmiddels in Italiaans-Belgische dienst (Mapei-GB) rijdend, voor het eerst in zes jaar weer zijn opwachting maakt in de Giro, zullen de duels met de viervoudige Tourwinnaar uitblijven. Nu laat Indurain verstek gaan. Omdat de Italiaanse ronde door de herziening van de wedstrijdkalender een week is vervroegd, acht de bionische 'vedette' het evenement als voorbereiding op de Ronde van Frankrijk minder geschikt.

Koersagenda

Met die zienswijze onderstreept Miguel Indurain Larraya haarfijn wat UCI-voorzitter Hein Verbruggen bij het opnieuw rangschikken van de koersagenda voor ogen stond: hij wil niet alleen de Tour, maar ook de Vuelta en de Giro een geheel eigen, karakteristieke plaats op de kalender geven. Door de eerste wedstrijd naar september te verschuiven en 'Italië' een eindje naar voren te halen, zullen ze minder in dienst staan van de almachtige Ronde van Frankrijk. Met alle commerciële, sportieve en marketingtechnische voordelen van dien. Het is op papier een goede gedachte, al laat de werkelijkheid zich niet leiden door speelse schrijftafelfilosofietjes. Als wedstrijd zal de rondrit over het Apennijns schiereiland (die morgen in Perugia start) wellicht een geheel eigen gezicht krijgen, maar geen wielerliefhebber bant in relatie tot andere hoogtepunten de Tour uit zijn gedachten. De aanwezigheid van Rominger zegt in dit verband veel, de absentie van Indurain alles. Net als in voorgaande seizoenen bestrijden beide kemphanen elkaar in een decor van louter visioenen. De Rominger die zich bloot geeft, versus de Indurain die slechts één fixatie kent: “Het enige dat me interesseert is dat ik in de vorm van vorig jaar aan de Tour de France begin. Lukt me dat, dan zal niemand in staat zijn me te verslaan.”

Met die uitspraak gaf Indurain aan de vooravond van de 78ste Giro d'Italia het startsein tot de jaarlijkse psychologische oorlog. Iedere zomer laten Rominger en zijn volgelingen zich verblinden door mooie resultaten. De Helveet hield de vorige week indrukwekkend huis in de Ronde van Romandië (winnaar van twee tijdritten, één rit in lijn en het eindklassement) en lijkt, mede door de meeslepende wijze waarop hij op 5 november vorig jaar het werelduurrecord aanscherpte, een grotere favoriet bij de bookmakers dan Indurain.

De laatste heeft dit seizoen al meer gewonnen dan in de overeenkomstige fase van het seizoen 1994. Toen stokte het ritme bij een tijdritzege in de Ronde van Valencia, nu heeft de ongekroonde koning van het peloton - die zich traditioneel maar zelden in het openbaar vertoont - al een chronorit in Aragon, het eindklassement van de Ronde van Rioja en zowaar twee sprintoverwinningen bijgeschreven op zijn palmares, die sinds 1984 al wel 105 triomfen telt. Er wordt wat minachtend over zijn recente prestaties gesproken. Het zijn niet op hun waarde te schatten succesjes in onbeduidende koersjes in eigen land - in Rioja reden ook nog voornamelijk amateurs rond - en kennen niet de bikkelharde confrontaties met gereputeerde collega's als grondslag.

Allergieën

Indurain gaat onveranderd uit van eigen kracht, weet dat het rijden van de Midi-Libre, de Classique des Alpes en de Dauphiné Libéré (met de beklimmingen van de Mont Ventoux, Galibier en Croix de Fer) menselijkerwijs niet volstaat als voorbereiding op de Tour en verhult graag zijn periodiek terugkerende gezondheidsproblemen: zolang hij prof is, heeft Indurain al last van allergieën en bronchitis. Hij heeft zijn trainingsschema er bij aangepast. Steevast begint het seizoen op 1 december, steevast heeft hij er voor zijn eerste wedstrijd al 13 000 trainingskilometers opzitten en steevast haalt hij een maximaal rendement uit een uitgebalanceerd oefenprogramma. Wat de concurrentie doet interesseert hem niet: “Ik lees hun uitslagen wel in de krant.” De sterke man wil naar buitenuit van geen zwakke punten weten.

De afgelopen vier jaar zijn de hardlopers in Vuelta en Giro doodlopers geweest. Ten bewijze daarvan viel Rominger vorig jaar in de Tour genadeloos door de mand. Berzin (winnaar van de Ronde van Italië in 1994) voelde zich te broos voor het allergrootste karwei. In een interview met de Franse sportkrant L'Equipe probeert Rominger enthousiast de druk van de ketel te halen. Hij geeft toe de afgelopen zomer geobsedeerd te zijn door de gedachte de Tour de France te kunnen winnen. “Achteraf is het gegeven dat ik door Indurain ben vernederd, het beste geweest dat mij in mijn loopbaan als wielrenner kon overkomen. Ik ging ten onder in een gevecht van man tegen man. Het was een echt gevecht, en ik heb geleerd dat te verliezen. Ik kwam bovendien tot de ontdekking dat de wereld niet instortte, zoals ik altijd had gedacht. Hij draaide gewoon verder; dat was een wonderlijke ervaring. Daarom ben ik geneigd de afgang in de Pyreneëen en daaropvolgend het afstappen in de etappe in de Tarn de mooiste gewaarwording in mijn carrière te noemen. Sindsdien voel ik me namelijk bevrijd.”

In hetzelfde vraaggesprek zegt de Zwitser goed te kunnen leven met de eventuele heerschappij van Indurain. “Tweede worden achter de beste is een grote eer. Miguel is een te grote persoonlijkheid om hem als een vijand te beschouwen. Ik ken hem als een door en door correcte sportman. Ik heb diep respect voor hem. Sinds de Tour van vorig jaar is het mij duidelijk geworden dat wielrennen geen oorlog is en dat men niet ten koste van alles de beste hoort te zijn.”

Of het een spel is? Het antwoord luidt volmondig ja. Rominger zegt Indurain de komende weken niet te zullen missen. Die leest, zoals gezegd, op zijn beurt de uitslagen wel in de krant en zal hooguit flauw glimlachen wanneer hem ter ore komt, dat het winnen van de Giro verlammend kan werken op de verheven ambitie in de Tour verder te bouwen aan het grand slam in het cyclisme.

“Want,” wil Rominger doen geloven, “zodra je een grote ronde als Italië hebt gewonnen, verflauwt op een of andere manier de motivatie voor de Tour.” Met andere woorden: Indurain legt zichzelf met zijn afwezigheid bewust een immense druk op. Met nog weer andere woorden: de Giro blijft het voorportaal van de Tour de France, of hij nu op de tweede of de derde zaterdag van mei start.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden