Luchtaanvallen in Syrië en Irak deren IS nauwelijks

Een Koerdische strijder patrouilleert door de straten van het Noord-Syrische Kobani, dat dinsdag werd heroverd op troepen van Islamitische Staat.Beeld reuters

In Kobani is Islamitische Staat verslagen, maar in grote delen van Irak en Syrië blijft IS onverminderd sterk ondanks maanden van geallieerde bommen. Hoe de campagne vlot te trekken, is een belangrijk agendapunt voor gesprekken die minister van defensie Jeanine Hennis vandaag met de Kamer en volgende week met Navo-collega's heeft.

De opties lijken beperkt. De coalitie wil vanuit de lucht vijandelijke strijders uitschakelen, zonder zelf grondtroepen in te zetten. Dat is vaker tevergeefs geprobeerd. De tegenstander kan zich verspreiden en verschuilen in schuren of onder bomen. Pas als er grondtroepen komen, moet hij bewegen, en wordt hij zichtbaar vanuit de lucht.

Het is een misvatting dat de 'slimme' precisiewapens van westerse luchtmachten dit probleem verminderen, schrijft de vooraanstaande krijgsdeskundige Martin van Creveld. Een F-16 met lasergestuurde bommen is niet veel dodelijker dan een jachtbommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog met een boordkanon. Het verschil is dat moderne straaljagers vanaf grotere hoogte raak gooien, en dus minder snel zelf neergehaald worden.

Verborgen
Ervaring leert dat enkel een luchtcampagne grondtroepen niet uitschakelt. Na 78 dagen van bombardementen trokken Servische eenheden zich in juni 1999 redelijk intact terug uit Kosovo. Militaire voertuigen waren in bossen en verlaten huizen verborgen, terwijl groepjes paramilitairen doorgingen met etnische zuiveringen. President Milosevic gaf pas op toen de infrastructuur van Servië zelf in de as gelegd werd.

Niet veel anders ging het bij de oorlog tussen Israël en de Libanese groep Hezbollah in 2006. Israël kon raketbeschietingen vanuit ondergrondse bunkers nooit beëindigen, en richtte zich uiteindelijk op de Libanese infrastructuur.

Maar IS beschikt niet over vaste doelen als vliegvelden, spoorwegen, of wapenfabrieken. Verreweg de meeste bombardementen richten zich volgens Amerikaanse informatie op beweeglijke doelen als voertuigen, mortieren of groepjes strijders.

Maar hen treffen is lastig. Volgens de Amerikanen voerde de coalitie tot half januari, behalve ondersteuning met bijvoorbeeld radar- en tankvliegtuigen, 16.000 aanvalsvluchten boven Syrië en Irak uit. Dat leidde tot 1691 daadwerkelijke aanvallen. Die ratio van 10,5 procent is erg laag. Veel vliegtuigen zoeken waarschijnlijk tijdens hun missie tevergeefs naar IS-strijders.

Vaste doelen
In Kosovo resulteerden volgens een Amerikaanse evaluatie 23.300 aanvalsvluchten in 10.000 aanvallen, een ratio van 43 procent. Tegen Hezbollah voerde Israël in 14.000 aanvalsvluchten 7000 aanvallen uit, een verhouding van 50 procent.

Die hogere ratio komt vooral doordat in 1999 en 2006 driekwart van de bombardementen plaatsvond op vaste doelen. Die zijn voor gps- of lasergestuurde bommen amper te missen. Maar als zulke locaties er al zijn in de Islamitische Staat, dan wil de coalitie ze sparen. Het gebied moet liefst redelijk intact weer onder controle van Bagdad komen.

De meeste aanvallen waarvan de locatie bekend is, vonden dan ook plaats in gebieden waar IS bezig was met een offensief, zoals Kobani of de Sinjarberg met de belegerde yezidi's. Vooral daar worden troepen en materieel verplaatst, die dan kwetsbaar zijn voor luchtaanvallen. Maar uiteindelijk voorkomt het luchtoffensief weinig meer dan dat IS haar gebied niet kan uitbreiden, zodra het op sterke tegenstand van bijvoorbeeld Koerdische peshmerga stuit.

200 aanvallen

Nederland had volgens Defensie half januari ongeveer 750 vluchten met F-16's uitgevoerd en daarbij meer dan 200 keer wapens ingezet. De luchtmacht neemt daarmee binnen de coalitie ongeveer 5 procent van de aanvalsvluchten en 12 procent van de daadwerkelijke aanvallen voor haar rekening. Nederland lijkt dus relatief effectief. Ter vergelijking: Canada maakte 260 aanvalsvluchten en voerde 40 aanvallen uit.

Arabische luchtmachten dragen waarschijnlijk het minste bij. Zij bombardeerden veel vaste doelen in Syrië, zoals IS-gebouwen. Nu die grotendeels vernietigd zijn, en het vizier is gericht op beweeglijke strijders en voertuigen, nemen de VS het over. Zij zijn beter getraind voor die lastiger taak, waarbij het risico op burgerslachtoffers groter is. De Nederlandse luchtmacht deed hier veel ervaring mee op in Afghanistan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden